Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 390
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief of ambtelijk rapport (doorslag).

9 maart (jaar onvolledig bovenaan, maar tekst verwijst naar 1935 en 1936).

Origineel

Getypte brief of ambtelijk rapport (doorslag). 9 maart (jaar onvolledig bovenaan, maar tekst verwijst naar 1935 en 1936). 1                                       9 Maart               9
65/5/1                den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                      Levensmiddelen

ook vroege aardappelen te verhandelen, zich niet aan het
voorschrift hielden, dat zy slechts op monsters van 5 colli
van iedere soort mochten verkoopen. De in het Westelyke ha-
vencomplex der Centrale Markt gevestigde aardappelhandel zag
zich daardoor veel klanten ontgaan, die in het Oostelyke
havencomplex en in de hal, behalve groente en fruit ook
vroege aardappelen konden koopen. De aardappelhandel ging
toen over de markt "leuren", dat wil zeggen de in het Weste-
lyke havencomplex gevestigde grossiers zochten de koopers
in de hal en in het Oostelyke complex op en trachtten daar
hun zaken te doen.
          Teneinde aan een en ander paal en perk te stellen
is by Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 3 Mei 1935
(No. 596 L.M. 1935) artikel 19 van het Reglement nader aange-
vuld, doch de regeling bleef in wezen de zelfde; alleen het
"leuren" der aardappelgrossiers over de geheele markt werd
verboden, doordien niet alleen het ten verkoop uitstallen
maar ook de verkoop zelf van aardappelen buiten het Weste-
lyke havencomplex verboden werd. Van de zyde van den handel
- speciaal door eenige aardappelgrossiers, die gewoon waren
over de markt te leuren - werd een adres aan den Gemeente-
raad gericht, waarby zy om intrekking verzochten van den
maatregel, die aan grossiers in aardappelen verbood elders
op de Centrale Markt dan in het Westelyke havencomplex hun
zaken te doen. Dit adres werd in de Commissie voor de Ver-
zoekschriften behandeld, die terzake op 2 Juli 1935 (onder
No. $\frac{227/168}{658\text{ L.M.}}$ 1935) haar oordeel schriftelyk aan Burgemeester
en Wethouders kenbaar maakte. De Commissie achtte de schei-
ding tusschen de aardappelmarkt eenerzyds en de groente- en
fruitmarkt anderzyds juist, mits deze scheiding consequent
werd doorgevoerd. Zy gaf derhalve in overweging om met in-
gang van het voorjaar 1936 de bepaling, dat vroege aardappe-
len op monster in het Oostelyke havencomplex en in de hal
mochten worden verkocht, te schrappen en dus den aardappel-
verkoop - ook dien van vroege aardappelen - uitsluitend in
het Westelyke havencomplex toe te staan. Het document bespreekt een conflict over de marktordening op de Amsterdamse Centrale Markt in de jaren 30. De kern van het probleem was dat aardappelgrossiers uit het Westelijke havencomplex klanten ronselden ("leuren") in de zones die bestemd waren voor groente en fruit (de hal en het Oostelijke complex).

Dit gedrag werd aangewakkerd door een uitzondering in de regels: vroege aardappelen mochten namelijk wel in beperkte mate (monsters van 5 colli) in de groentezones worden verkocht. Om de orde te herstellen en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, adviseerde de Commissie voor de Verzoekschriften in 1935 om een strikte geografische scheiding aan te brengen. De voorgestelde oplossing was om vanaf het voorjaar van 1936 alle aardappelhandel, inclusief die in vroege aardappelen, uitsluitend nog in het Westelijke complex toe te staan. Dit document stamt uit de crisisjaren (ca. 1935-1936). De Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment een modern logistiek knooppunt. De overheid speelde een sturende rol in de voedselvoorziening en marktregulering, wat blijkt uit de betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De tekst weerspiegelt de bureaucratische afhandeling van klachten van ondernemers (grossiers) via de gemeenteraad en gespecialiseerde commissies. Het taalgebruik is formeel en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "zy" en "Oostelyke").

Samenvatting

Het document bespreekt een conflict over de marktordening op de Amsterdamse Centrale Markt in de jaren 30. De kern van het probleem was dat aardappelgrossiers uit het Westelijke havencomplex klanten ronselden ("leuren") in de zones die bestemd waren voor groente en fruit (de hal en het Oostelijke complex).

Dit gedrag werd aangewakkerd door een uitzondering in de regels: vroege aardappelen mochten namelijk wel in beperkte mate (monsters van 5 colli) in de groentezones worden verkocht. Om de orde te herstellen en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, adviseerde de Commissie voor de Verzoekschriften in 1935 om een strikte geografische scheiding aan te brengen. De voorgestelde oplossing was om vanaf het voorjaar van 1936 alle aardappelhandel, inclusief die in vroege aardappelen, uitsluitend nog in het Westelijke complex toe te staan.

Historische Context

Dit document stamt uit de crisisjaren (ca. 1935-1936). De Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment een modern logistiek knooppunt. De overheid speelde een sturende rol in de voedselvoorziening en marktregulering, wat blijkt uit de betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De tekst weerspiegelt de bureaucratische afhandeling van klachten van ondernemers (grossiers) via de gemeenteraad en gespecialiseerde commissies. Het taalgebruik is formeel en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "zy" en "Oostelyke").

Gerelateerde Documenten 6