Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 391
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief of uittreksel uit een ambtelijk rapport/verslag.

9 Maart [jaartal niet volledig leesbaar, waarschijnlijk 1937 gezien de verwijzingen naar 1936]. Van: Onbekend (waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt of een vergelijkbare ambtenaar).

Origineel

Getypte brief of uittreksel uit een ambtelijk rapport/verslag. 9 Maart [jaartal niet volledig leesbaar, waarschijnlijk 1937 gezien de verwijzingen naar 1936]. Onbekend (waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt of een vergelijkbare ambtenaar). 2
65/5/1
Amsterdam.

9 Maart 9
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen

De door de Commissie voor de Verzoekschriften wen-
schelyk geachte regeling is ingevoerd bij het bepaalde sub I
in het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 Febru-
ari 1936 (No.198 L.M.1936). Nog vóór de vroege aardappelen
dat jaar ter markt kwamen, ontstond krachtig verzet tegen
het absolute verbod van verkoop van aardappelen in het Oos-
telyke havencomplex en in de hal. In myn rapporten d.d. 25
Maart en 4 April 1936 (Nos.65/3/8 en 65/3/13 M) deelde ik U
onder andere mede, dat niet alleen de groente- en fruitgros-
siers, doch ook de importeurs van malta- en andere buiten-
landsche aardappelen, alsmede de Federatie van Vereenigingen
van kleinhandelaren in aardappelen, groente en fruit ernstig
bezwaar maakten tegen den nieuwen maatregel. Ook de aardap-
pelgrossiers zelf, die erdoor moesten worden beschermd, ble-
ken de voorkeur te geven aan een regeling, die juist tegen-
overgesteld was aan de absolute scheiding van aardappelver-
koop en verkoop van groente en fruit. De wensch van alle by
den handel betrokken organisaties bleek te zyn: opheffing
van alle beperkende bepalingen, die op de Centrale Markt ten
aanzien van den aardappelhandel en van den handel in groente
en fruit bestonden. Met dat voorstel kon ik my vereenigen,
weshalve ik U in overweging gaf, in afwachting van een desbe-
treffende herziening van het bepaalde sub XII in het boven-
aangehaalde Raadsbesluit d.d. 16 Mei 1934 (No.405) de pak-
huisruimten op de Centrale Markt zonder onderscheid in hal,
Oostelyk en Westelyk havencomplex te bestemmen voor opslag
en berging van alle goederen, die op de Centrale Markt ver-
handeld mogen worden en dus den handel ten deze vry te la-
ten, met dien verstande, dat de ligplaats voor aardappel-
schepen uitsluitend in het Westelyke havencomplex zou zyn.
Nadat U persoonlyk nog twee vergaderingen (op 31 Maart en
2 April 1936) met de vertegenwoordigers van groot- en klein-
handelaren heeft gehouden, heeft U zich met het laatstbe-
doelde voorstel niet vereenigd; by geheim Besluit van Burge-
meester en Wethouders d.d. 17 April 1936 (No.198 L.M.1936)
is de uitvoering van het bepaalde sub I in het bovenaange-
haalde Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 Dit document betreft een conflict over de logistieke inrichting en handelsregels op de Centrale Markt in Amsterdam in 1936. De centrale kwestie is de door het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) opgelegde strikte scheiding tussen de verkoop van aardappelen enerzijds en groente en fruit anderzijds.

Kernpunten uit de tekst:
* Regulering: Een besluit van 28 februari 1936 verbood de verkoop van aardappelen in de markthal en het Oostelijk havencomplex.
* Weerstand: Er ontstond breed gedragen verzet vanuit alle hoeken van de handel: groente- en fruitgrossiers, importeurs van buitenlandse aardappelen (zoals uit Malta) en de federatie van kleinhandelaren. Zelfs de aardappelgrossiers, die door de maatregel beschermd hadden moeten worden, waren tegen.
* Vrijhandel: De handel wenste de opheffing van alle beperkende bepalingen, zodat pakhuizen overal op het terrein (Hal, Oostelijk en Westelijk complex) voor alle goederen gebruikt konden worden.
* Standpunt ambtenaar: De schrijver van het document steunde de wens van de handelaren voor meer vrijheid, mits aardappelschepen alleen in het Westelijk havencomplex zouden aanmeren.
* Politiek besluit: Ondanks overleg met de sector hield de Wethouder voet bij stuk. Via een "geheim Besluit" op 17 april 1936 werd de restrictieve maatregel gehandhaafd. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. In de jaren '30, de tijd van de Grote Depressie, probeerde de overheid de marktwerking strakker te reguleren om efficiëntie te verhogen en bepaalde sectoren te beschermen.

Dit document toont de spanning aan tussen de ambtelijke/politieke drang naar ordening (het ruimtelijk scheiden van productgroepen) en de praktische behoeften van handelaren die flexibiliteit wilden in het gebruik van hun pakhuisruimte. De verwijzing naar een "geheim Besluit" suggereert dat de kwestie politiek gevoelig lag en dat het stadsbestuur bereid was impopulaire maatregelen door te drukken ondanks unaniem verzet uit de sector.

Samenvatting

Dit document betreft een conflict over de logistieke inrichting en handelsregels op de Centrale Markt in Amsterdam in 1936. De centrale kwestie is de door het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) opgelegde strikte scheiding tussen de verkoop van aardappelen enerzijds en groente en fruit anderzijds.

Kernpunten uit de tekst:
* Regulering: Een besluit van 28 februari 1936 verbood de verkoop van aardappelen in de markthal en het Oostelijk havencomplex.
* Weerstand: Er ontstond breed gedragen verzet vanuit alle hoeken van de handel: groente- en fruitgrossiers, importeurs van buitenlandse aardappelen (zoals uit Malta) en de federatie van kleinhandelaren. Zelfs de aardappelgrossiers, die door de maatregel beschermd hadden moeten worden, waren tegen.
* Vrijhandel: De handel wenste de opheffing van alle beperkende bepalingen, zodat pakhuizen overal op het terrein (Hal, Oostelijk en Westelijk complex) voor alle goederen gebruikt konden worden.
* Standpunt ambtenaar: De schrijver van het document steunde de wens van de handelaren voor meer vrijheid, mits aardappelschepen alleen in het Westelijk havencomplex zouden aanmeren.
* Politiek besluit: Ondanks overleg met de sector hield de Wethouder voet bij stuk. Via een "geheim Besluit" op 17 april 1936 werd de restrictieve maatregel gehandhaafd.

Historische Context

De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. In de jaren '30, de tijd van de Grote Depressie, probeerde de overheid de marktwerking strakker te reguleren om efficiëntie te verhogen en bepaalde sectoren te beschermen.

Dit document toont de spanning aan tussen de ambtelijke/politieke drang naar ordening (het ruimtelijk scheiden van productgroepen) en de praktische behoeften van handelaren die flexibiliteit wilden in het gebruik van hun pakhuisruimte. De verwijzing naar een "geheim Besluit" suggereert dat de kwestie politiek gevoelig lag en dat het stadsbestuur bereid was impopulaire maatregelen door te drukken ondanks unaniem verzet uit de sector.

Gerelateerde Documenten 6