Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 21 juni 1936. Scheveningen
21/6 '36
Mijnheer
Met deze vraag ik u beleefd
om antwoordt en Raad op
het voorstel door mij aan den
Heer Broerse gedaan vorige
week maandag was ik bij genoemde
Heer op het Kantoor en heb het
volgende voorstel gedaan ik wil
mijn schuld aan het Marktwezen
met 5 gulden per week betalen
doch dan zou u mijn Plaats
tijdelijk aan een gegadigde tot
15 sept. of 1 October te verhuren
en zijn wel menschen die voor dien
tijd mijn Plaats willen innemen In deze brief richt de afzender zich tot een functionaris (vermoedelijk de directeur van het Marktwezen of een gemeentelijk ambtenaar) met een verzoek om uitsluitsel over een eerder gedaan voorstel. De schrijver heeft een schuld bij het 'Marktwezen' en stelt een betalingsregeling voor van 5 gulden per week.
Om deze betalingen te kunnen bekostigen of om de schuld niet verder op te laten lopen, stelt de schrijver voor om zijn of haar vaste staanplaats op de markt tijdelijk (tot medio september of begin oktober) door de instantie te laten verhuren aan een andere gegadigde. De schrijver geeft aan dat er voldoende belangstelling is van anderen om deze plek tijdelijk over te nemen. Het document dateert uit juni 1936, een periode van economisch herstel na de Grote Depressie, waarin veel kleine handelaren nog kampten met schulden. Het 'Marktwezen' was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten en de inning van staangelden.
De brief illustreert de informele maar beleefde manier waarop burgers in die tijd met lokale autoriteiten communiceerden over betalingsproblemen. De spelling (zoals "antwoordt" als zelfstandig naamwoord en "menschen") is kenmerkend voor het Nederlands van vóór de spellinghervorming van 1947. De genoemde "Heer Broerse" was waarschijnlijk een specifieke ambtenaar of opzichter bij de marktadministratie in Den Haag/Scheveningen. Marktwezen