Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 13 mei 1939. In dit geval betaalt Roosenburg dus
niet meer dan $f$ 500.-
De 2e oplossing is
kwijtschelding voor de reeds
verstreken 5 maanden van de jaarplaats
Jan t/m Mei 5 x 41.67 $f$ 208.35
De jaarplaats zou aan hr. Roosenburg
kosten $f$ 500.- min $f$ 208.35 = $f$ 291.65
af reeds betaalde 250.-
[onderstreept] 541.65.
Roosenburg betaalt dus $f$ 41.65 meer
dan zijn kaart 58.35.-
[onderstreept] 100.00. verschil
maand-jaar
plaats.
De 2e oplossing lijkt mij billijker tegenover
andere groepen die voor bijna het gehele
jaar een maandplaats bezitten.
Met oog op de consequenties en met oog op het karakter van een maandplaats
hier niet aan beginnen, dus geen enkele vorm van restitutie voorstellen.
Roosenburg moet dus de maandplaats houden.
13/5 '39 . Wh[onleesbaar] * Handschrift: Het betreft een vlot, zakelijk cursief handschrift uit de vooroorlogse periode. Het is goed leesbaar en getuigt van een administratieve routine.
* Inhoud: De auteur van de notitie (waarschijnlijk een ambtenaar of administrateur) berekent of het voordelig of rechtvaardig is om een cliënt, de heer Roosenburg, te laten overstappen van een maandelijkse betaling naar een jaarabonnement (jaarplaats).
* Rekensom: Er wordt geconstateerd dat Roosenburg reeds 250 gulden heeft betaald. Bij een overstap naar een jaarplaats (totaal 500 gulden) na 5 maanden, zou hij uiteindelijk duurder uitkomen (541,65 gulden in totaal) dan de standaard 500 gulden, vanwege de reeds verstreken maanden tegen het maandtarief.
* Besluitvorming: De auteur adviseert negatief over een eventuele regeling of restitutie. De voornaamste redenen zijn het voorkomen van een precedent ("met oog op de consequenties") en het behouden van het specifieke juridische/financiële karakter van een 'maandplaats'. Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In die tijd was 500 gulden een aanzienlijk bedrag (vergelijkbaar met meerdere maandsalarissen voor een arbeider). De term 'plaats' (maandplaats/jaarplaats) kan in deze context verwijzen naar diverse zaken: een gereserveerde plek op een markt, een staanplaats in een stalling, een abonnement voor het openbaar vervoer, of mogelijk een ligplaats in een haven. De strikte houding van de ambtenaar ("hier niet aan beginnen") is typerend voor de bureaucreatie van die tijd, waarbij rechtsgelijkheid tussen verschillende groepen gebruikers zwaar woog.