Reglement/Huurovereenkomst (artikelen 3 t/m 8).
Origineel
Reglement/Huurovereenkomst (artikelen 3 t/m 8). [Pagina 1]
Artikel 3.
Gedurende den tijd, dat de huurders of hunne hulpen zich bevinden op het terrein van de Rijksmarinewerf of binnen de Centrale Werkplaats zullen zij zich ordelijk hebben te gedragen. Zij zullen zich er van onthouden andere gebruikers der Centrale Werkplaats of personen die dezen bezoeken overlast aan te doen.
Het staat iederen huurder, die vermeent in dit opzicht reden tot klagen te hebben, vrij zich te wenden tot den dienstdoenden ambtenaar der accijnzen. Na verhoor van klager en beklaagde zal de ambtenaar onverwijld de maatregelen nemen, die hij voor het herstel der goede orde noodig acht. Indien hij, tegen wien eene klacht is ingebracht, zich niet gedraagt overeenkomstig de aanwijzingen of bevelen van den ambtenaar, zal hij, zoo noodig met behulp van den sterken arm uit het gebouw en van het terrein der Marinewerf worden verwijderd. Personen, die voortdurend aanleiding tot klachten geven, zal de huur worden opgezegd.
Artikel 4.
De gehuurde lokalen zullen slechts mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het bedrijf van fabrikant van sigaren, respectievelijk gekorven tabak, in zijn vollen omvang.
Het staat den huurders vrij in hunne lokaliteiten bezoekers te ontvangen, voor zoover dit gerekend kan worden in verband te staan met de uitoefening van het bedrijf.
Elk der huurders heeft het recht voor het ontvangen van klanten of van leveranciers van grondstoffen of hulpmiddelen gebruik te maken van de spreekkamer, voor zoover deze beschikbaar is.
Artikel 5.
De huurders zijn tegenover den Staat verantwoordelijk voor de schade, die zij of hunne helpers aan het gebouw of aan de hun van rijkswege verstrekte inventarisstukken opzettelijk of door schuld aanbrengen.
Van
[Pagina 2]
Van rijkswege zal op gezette tijden voor de reiniging der lokalen, de gangen en de trappen worden zorggedragen.
De huurders zijn verplicht de door hen gehuurde lokalen te openen en geopend te houden voor zoover en zoolang dit voor de reiniging noodzakelijk is. Bij de reiniging zal met redelijke wenschen van de huurders zoover mogelijk rekening worden gehouden.
Artikel 6.
Het is den huurders verboden de door hen gehuurde lokaliteit aan anderen onder te verhuren of op andere wijze ten gebruike af te staan.
Artikel 7.
Het is verboden grondstoffen of hulpmiddelen voor de tabaksindustrie en tabaksfabrikaten anders dan langs den hoofdingang der Centrale Werkplaats in te slaan of wel uit te slaan. Voor den in- en uitslag van grondstoffen, hulpmiddelen en fabrikaten gelden overigens de bij of krachtens de Tabakswet vastgestelde voorschriften.
Overtredingen van dit verbod zal tengevolge hebben dat de huur wordt opgezegd, onverminderd het instellen van bekeuring tegen den overtreder.
Artikel 8.
De Minister behoudt zich voor dit reglement te wijzigen of aan te vullen, voor zoover naar zijn oordeel de praktijk de noodzakelijkheid daarvan mocht aantoonen.
Voor de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist den Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te AMSTERDAM of op diens last de door dezen aangewezen ambtenaar der accijnzen. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met gebruik van de oude spelling (bijv. "den tijd", "huurders of hunne hulpen", "zoover").
* Structuur: Het document is strikt onderverdeeld in genummerde artikelen die de gedragsregels, het toegestane gebruik van de ruimtes, aansprakelijkheid en logistiek regelen.
* Sleutelaspecten:
* Toezicht: Er is een prominente rol voor de "ambtenaar der accijnzen", wat duidt op een fiscale context (accijnsgoederen zoals tabak).
* Orde en Handhaving: Artikel 3 voorziet in uitzetting met hulp van de "sterken arm" (politie/militaire macht) bij wangedrag.
* Bedrijfsmatige beperking: De ruimtes mogen uitsluitend voor de tabaksindustrie gebruikt worden (Art. 4).
* Logistieke controle: Alle goederenstromen moeten via de hoofdingang verlopen ter controle op de naleving van de Tabakswet (Art. 7). Dit document heeft waarschijnlijk betrekking op de Centrale Werkplaats voor de Tabaksindustrie in Amsterdam, gevestigd op het terrein van de voormalige Rijksmarinewerf (Oostenburg). Na het inkrimpen van de werfactiviteiten werden gebouwen verhuurd aan particuliere bedrijven. Vanwege de hoge accijnzen op tabak stonden deze werkplaatsen onder streng toezicht van de belastingdienst (Invoerrechten en Accijnzen). Het reglement dient om zowel de fysieke orde op het Rijksterrein te handhaven als de fiscale controle op de tabaksproductie te waarborgen. De genoemde Inspecteur te Amsterdam bevestigt de geografische locatie van deze specifieke regeling.