Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 50
Dossier 15
Jaar 1939
Stadsarchief

Reglement van Orde (concept of officieel besluit).

Origineel

Reglement van Orde (concept of officieel besluit). (Handgeschreven linksboven:)
verplichte keuze
Stb 1925 nº 107
Krijg huren 26 Juli 1921
nieuwe vrije kamers 12 juni 1930 nº 126
afd. Krimp Agnietenstraat

(Handgeschreven rechtsboven:)
(Zie mijn brief Stb 1921 nº 707)

(Hoofdtekst:)

REGLEMENT VAN ORDE
voor het gebruik der lokaliteiten in de Centrale Werkplaats voor de Sigarenindustrie op de Rijksmarinewerf te AMSTERDAM.


Artikel 1.
De Centrale Werkplaats zal in den regel geopend zijn tijdens de uren, gedurende welke blijkens artikel 24 der Tabakswet (Staatsblad 1921, no. 712) in sigarenfabrieken, enz. bedrijfsarbeid mag worden verricht.

De Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te AMSTERDAM is bevoegd den tijd, gedurende welke de Centrale Werkplaats geopend is, te verkorten, indien het, naar zijn oordeel aannemelijk is, dat daartegen van de zijde der huurders geen bezwaar bestaat.

Indien de Inspecteur voornoemd gebruik maakt van de bevoegdheid, hem gegeven in het derde lid van genoemd wetsartikel, kan hij daaraan de voorwaarde verbinden, dat de belanghebbende fabrikant of de belanghebbende fabrikanten gezamenlijk voor het toezicht de kosten betalen bedoeld in artikel 2 van het Koninklijk besluit van 20 November 1924 (Stbl. no. 513).

Voor de heffing van toezichtskosten geldt de tijd tusschen 8 uur des namiddags en 6 uur des voormiddags als vallende buiten den gewonen diensttijd.

Artikel 2.
De toegang tot de Centrale Werkplaats wordt uitsluitend opengesteld langs den daarvoor aangewezen ingang aan de Kattenburgerstraat. Zij, die zich naar de Centrale Werkplaats begeven of die inrichting verlaten, moeten op het terrein van de Rijksmarinewerf den weg volgen, die hun door den dienst der accijnzen of door de dienstdoende militairen zal worden aangewezen.

Artikel 3. Dit document is een juridisch-administratief reglement dat de dagelijkse gang van zaken reguleert in een specifieke werkplaats voor de tabaksindustrie. De tekst weerspiegelt de strikte controle die de overheid in de vroege 20e eeuw uitoefende op accijnsgoederen zoals tabak.

  • Toezicht: Er is een duidelijke hiërarchie. De Inspecteur der invoerrechten en accijnzen heeft de beslissingsbevoegdheid over de openingstijden.
  • Financiering: Interessant is de bepaling dat fabrikanten zelf moeten opdraaien voor de kosten van toezicht als er buiten de reguliere tijden (tussen 20:00 en 06:00 uur) gewerkt wordt.
  • Veiligheid en Discipline: Omdat de werkplaats zich op het terrein van de Rijksmarinewerf bevindt, is er sprake van een dubbel regime: men moet niet alleen de accijnswetten volgen, maar ook de aanwijzingen van "dienstdoende militairen" opvolgen. De bewegingsvrijheid op het werfterrein is strikt beperkt tot aangewezen paden. De Centrale Werkplaats voor de Sigarenindustrie op de Rijksmarinewerf in Amsterdam was een initiatief om werkgelegenheid te structureren, mogelijk in een periode van economische transitie of als sociale werkplaats. De koppeling met de Tabakswet van 1921 is essentieel; deze wet legde de basis voor de moderne belastingheffing op tabak en stelde strenge eisen aan de inrichting van fabrieken om smokkel en belastingontduiking te voorkomen.

De locatie, de Rijksmarinewerf bij de Kattenburgerstraat (tegenwoordig deels het Marineterrein), was een zwaarbeveiligd militair gebied. De aanwezigheid van een private of semi-overheidsindustrie op dit terrein verklaart de strenge regels in Artikel 2 betreffende de toegang en de verplichte looproutes. De handgeschreven noten refereren aan latere wijzigingen in de woningwet of huurbepalingen ("nieuwe vrije kamers"), wat suggereert dat dit document deel uitmaakte van een dossier over de herbestemming of het beheer van gebouwen op of nabij het werfterrein.

Samenvatting

Dit document is een juridisch-administratief reglement dat de dagelijkse gang van zaken reguleert in een specifieke werkplaats voor de tabaksindustrie. De tekst weerspiegelt de strikte controle die de overheid in de vroege 20e eeuw uitoefende op accijnsgoederen zoals tabak.

  • Toezicht: Er is een duidelijke hiërarchie. De Inspecteur der invoerrechten en accijnzen heeft de beslissingsbevoegdheid over de openingstijden.
  • Financiering: Interessant is de bepaling dat fabrikanten zelf moeten opdraaien voor de kosten van toezicht als er buiten de reguliere tijden (tussen 20:00 en 06:00 uur) gewerkt wordt.
  • Veiligheid en Discipline: Omdat de werkplaats zich op het terrein van de Rijksmarinewerf bevindt, is er sprake van een dubbel regime: men moet niet alleen de accijnswetten volgen, maar ook de aanwijzingen van "dienstdoende militairen" opvolgen. De bewegingsvrijheid op het werfterrein is strikt beperkt tot aangewezen paden.

Historische Context

De Centrale Werkplaats voor de Sigarenindustrie op de Rijksmarinewerf in Amsterdam was een initiatief om werkgelegenheid te structureren, mogelijk in een periode van economische transitie of als sociale werkplaats. De koppeling met de Tabakswet van 1921 is essentieel; deze wet legde de basis voor de moderne belastingheffing op tabak en stelde strenge eisen aan de inrichting van fabrieken om smokkel en belastingontduiking te voorkomen.

De locatie, de Rijksmarinewerf bij de Kattenburgerstraat (tegenwoordig deels het Marineterrein), was een zwaarbeveiligd militair gebied. De aanwezigheid van een private of semi-overheidsindustrie op dit terrein verklaart de strenge regels in Artikel 2 betreffende de toegang en de verplichte looproutes. De handgeschreven noten refereren aan latere wijzigingen in de woningwet of huurbepalingen ("nieuwe vrije kamers"), wat suggereert dat dit document deel uitmaakte van een dossier over de herbestemming of het beheer van gebouwen op of nabij het werfterrein.

Locaties

Rijksmarinewerf Amsterdam (toegang via Kattenburgerstraat).

Gerelateerde Documenten 6