Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 55
Dossier 15
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel afschrift van een brief/rapportage.

12 juni 1939. Van: Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid (B.B.W.), Amsterdam. Aan: Voorzitter van de Commissie tot bestrijding van de werkloosheid.

Origineel

Officieel afschrift van een brief/rapportage. 12 juni 1939. Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid (B.B.W.), Amsterdam. Voorzitter van de Commissie tot bestrijding van de werkloosheid. No.66/15/1 M.1939 AFSCHRIFT. No.594 M.S.1939 No.506 L.M.1939.

BUREAU TOT BESTRIJDING
VAN DE WERKLOOSHEID
AMSTERDAM.

No.213 B.B.W. Amsterdam, 12 Juni 1939.
St.Agnietenstraat 4.
2 bijlagen + 1 teekening.

         Ten vervolge op mijn schrijven van 10 Mei l.l. No.213 B.B.W.

aan den Voorzitter van de Commissie tot bestrijding van de werkloosheid,
heb ik de eer hieronder een overzicht te doen volgen omtrent de resul-
taten van het onderzoek naar de mogelijkheid van het overbrengen van
de centrale werkplaats van de Kleinfabrikanten in de sigarenindustrie
naar een andere localiteit en de financiëele gevolgen hiervan.
De centrale werkplaats is sedert 1925 gevestigd in een gebouw,
staande op de Marinewerf te Amsterdam, welk gebouw ingevolge een be-
sluit van het Ministerie van Defensie op korten termijn, en wel uiter-
lijk begin Juli a.s., ontruimd zal moeten zijn.
In die centrale werkplaats bevinden zich 60 werkplaatsen,
waarvan er 33 in gebruik zijn. In elke werkplaats is, behalve een werk-
bank, een kastje aanwezig tot het bergen van grondstof (ruwe tabak),
terwijl grootere hoeveelheden ruwe tabak bewaard kunnen worden in
kleine afgesloten bergplaatsen, welke op den zolder aangebracht zijn.
De sigaren worden gedroogd in twee daarvoor bestemde centrale droog-
kamers, waarin voor elken fabrikant een ruimte beschikbaar is gesteld.
Voor het vochtig maken van de te verwerken tabak is verder de noodige
ruimte beschikbaar. De werkplaatsen zijn groot ongeveer 6 m2, de berg-
plaatsen ongeveer 1m2. Voor huur van deze localiteiten inclusief
verwarming, verlichting, schoonhouden en het medegebruik van de droog-
inrichting, is verschuldigd ƒ 2,25 per week. Dit bedrag wordt iedere
week geïncasseerd.
Indien de fabrikant met twee hulpkrachten werkt, wordt de
huur verhoogd tot ƒ 3,25 per week.
De huur en verhuur geschiedt telkens voor een termijn van één
week. Als huurders worden alleen toegelaten diegenen, die op 1 Januari
1921 het sigarenmakersberoep zelfstandig hebben uitgeoefend.
De kosten van inrichting van de centrale werkplaats hebben
ƒ 30.000,- bedragen. Voor brandstof werd in 1938 ƒ 1100,- uitgegeven,
terwijl de gezamenlijke kosten van een stoker en van het schoonhouden
bedroegen ƒ 1800,- per jaar. Hierbij komen nog de kosten van elec-
trischen stroom, water en telefoon. Huurachterstand komt nog al eens
voor; de huur wordt door het Rijk kwijt gescholden, indien door ziekte,
enz. de huur niet betaald kan worden. Onder deze omstandigheden is het
niet te verwonderen, dat voor huur van het gebouw slechts een heel
gering bedrag overblijft. * Doel van de instelling: Het document beschrijft een sociale voorziening voor kleine, zelfstandige sigarenmakers. Door hen een goedkope werkplek met gedeelde faciliteiten (zoals droogkamers) aan te bieden, probeerde de gemeente Amsterdam te voorkomen dat deze ambachtslieden werkloos zouden worden.
* Exploitatie: De faciliteit is verlieslatend of marginaal. De huurprijs van ƒ 2,25 per week is inclusief alle nutsvoorzieningen en onderhoud. Bovendien scheldt de rijksoverheid huurschulden kwijt bij ziekte, wat wijst op een sterk sociaal vangnetkarakter in plaats van een commerciële bedrijfsvoering.
* Toelatingseisen: Er geldt een strikte grens: men moet al vóór 1921 als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Dit suggereert dat de voorziening bedoeld was voor een uitstervende generatie ambachtslieden die moeite had zich staande te houden tegen de opkomende industrialisatie in de tabakssector.
* Urgentie: De gedwongen ontruiming van de Marinewerf moet binnen drie weken na dagtekening van de brief voltooid zijn (uiterlijk begin juli 1939). * Historische periode: Juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De eis van het Ministerie van Defensie om de Marinewerf (het huidige Marineterrein in Amsterdam) te ontruimen, hangt zeer waarschijnlijk samen met de Nederlandse mobilisatie en de behoefte aan meer militaire ruimte vanwege de toenemende oorlogsdreiging.
* Sociaal-economisch: Nederland bevond zich aan het einde van de jaren '30 nog steeds in de nasleep van de Grote Depressie. Overheden (zowel lokaal als nationaal) hadden diverse bureaus opgericht om de massale werkloosheid te bestrijden door middel van werkverschaffing of het ondersteunen van kwetsbare beroepsgroepen.
* Locatie: Het kantoor van het B.B.W. was gevestigd aan de St. Agnietenstraat 4, waar tegenwoordig het Allard Pierson Museum/Bijzondere Collecties van de UvA is gehuisvest. De werkplaatsen bevonden zich op de Marinewerf op het eiland Kattenburg.

Samenvatting

  • Doel van de instelling: Het document beschrijft een sociale voorziening voor kleine, zelfstandige sigarenmakers. Door hen een goedkope werkplek met gedeelde faciliteiten (zoals droogkamers) aan te bieden, probeerde de gemeente Amsterdam te voorkomen dat deze ambachtslieden werkloos zouden worden.
  • Exploitatie: De faciliteit is verlieslatend of marginaal. De huurprijs van ƒ 2,25 per week is inclusief alle nutsvoorzieningen en onderhoud. Bovendien scheldt de rijksoverheid huurschulden kwijt bij ziekte, wat wijst op een sterk sociaal vangnetkarakter in plaats van een commerciële bedrijfsvoering.
  • Toelatingseisen: Er geldt een strikte grens: men moet al vóór 1921 als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Dit suggereert dat de voorziening bedoeld was voor een uitstervende generatie ambachtslieden die moeite had zich staande te houden tegen de opkomende industrialisatie in de tabakssector.
  • Urgentie: De gedwongen ontruiming van de Marinewerf moet binnen drie weken na dagtekening van de brief voltooid zijn (uiterlijk begin juli 1939).

Historische Context

  • Historische periode: Juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De eis van het Ministerie van Defensie om de Marinewerf (het huidige Marineterrein in Amsterdam) te ontruimen, hangt zeer waarschijnlijk samen met de Nederlandse mobilisatie en de behoefte aan meer militaire ruimte vanwege de toenemende oorlogsdreiging.
  • Sociaal-economisch: Nederland bevond zich aan het einde van de jaren '30 nog steeds in de nasleep van de Grote Depressie. Overheden (zowel lokaal als nationaal) hadden diverse bureaus opgericht om de massale werkloosheid te bestrijden door middel van werkverschaffing of het ondersteunen van kwetsbare beroepsgroepen.
  • Locatie: Het kantoor van het B.B.W. was gevestigd aan de St. Agnietenstraat 4, waar tegenwoordig het Allard Pierson Museum/Bijzondere Collecties van de UvA is gehuisvest. De werkplaatsen bevonden zich op de Marinewerf op het eiland Kattenburg.

Locaties

Het kantoor van het B.B.W. was gevestigd aan de St. Agnietenstraat 4 waar tegenwoordig het Allard Pierson Museum/Bijzondere Collecties van de UvA is gehuisvest. De werkplaatsen bevonden zich op de Marinewerf op het eiland Kattenburg.

Gerelateerde Documenten 6