Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 56
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte rapportage of brief (pagina 2).

Onbekend (vermoedelijk jaren '30 of vroege jaren '40 op basis van spelling en context).

Origineel

Getypte rapportage of brief (pagina 2). Onbekend (vermoedelijk jaren '30 of vroege jaren '40 op basis van spelling en context). -2-

Sedert betrekkelijk korten tijd zijn de kleinfabrikanten georganiseerd in den Eersten Nederlandschen Bond van Kleinfabrikanten van Sigaren. Van de 33 huurders zijn er 29 lid van dezen Bond. Voorzitter van den bond is de heer W.Goubitz en Secretaris de heer S.van Kleef, Rapenburgerstraat 35, tel.51019.

De huur wordt geïncasseerd door de ambtenaren van de Accijn-sen, die volgens de bepalingen van de tabakswet steeds in het gebouw aanwezig moeten zijn. Deze ambtenaren houden tevens toezicht op de huurders.

Er wordt gewerkt tot 8 uur 's avonds; ook op Zon- en feestdagen wordt steeds door een wisselend gedeelte der huurders doorgewerkt.

In het gebouw is een cantine aanwezig en verder een dienst-lokaal voor de ambtenaren van het Departement van Financiën.

Een onderzoek werd in de eerste plaats ingesteld naar de mogelijkheid een voor Centrale werkplaats geschikt gebouw te vinden.
In verband ook met de eischen van de Tabakswet en van de Brandweer kwamen als vestigingsplaats in aanmerking:
1e de kantoorlokalen in de hal op de Centrale Markt;
2e de derde en vierde verdieping van het pakhuiscomplex Nieuwe Uilenburgerstraat 121, eigenaar N.V.van Stralen, tel.47047 en
3e de beganegrondverdiepingen van de gebouwen van Handwerkers Vriendenkring, Nieuwe Uilenburgerstraat 50-56.

Uiteraard zullen in al deze perceelen de noodige verbouwingen en veranderingen noodzakelijk zijn, welke belangrijke kosten zullen medebrengen. Deze veranderingen komen voor rekening van de(n) huurder.

Om de kosten te drukken zal getracht moeten worden de inrichting van de werkplaatsen in het gebouw op de Marinewerf van het Rijk over te nemen. Ondergeteekende heeft wel de indruk, dat hiervoor met een bescheiden bedrag genoegen zal worden genomen.

Het is de bedoeling, dat het Rijk aan de huurders, nu de bemoeienis van de Regeering met deze kleinfabrikanten beëindigd wordt, behalve een ruim berekende vergoeding voor verhuiskosten van ƒ 50,- per huurder, tevens gedurende 6 maanden ƒ 10,- per maand uitkeert. Aan enkele huurders zal die toelage voor een langere periode worden toegekend. Indien de gemeente Amsterdam de zorg voor deze menschen op zich neemt, zal waarschijnlijk het Ministerie van Financiën, zich wel bereid verklaren, dit steunbedrag, in totaal ruim ƒ 2000,- aan de gemeente uit te keeren.

Aan deze kleinfabrikanten van gemeentewege een ingerichte centrale werkplaats ter beschikking te stellen, eventueel met garantie van huur, zal niet afdoende zijn: de mentaliteit van deze menschen is niet zoodanig, dat zij zelf leiding kunnen geven of nemen. Er zal dus steeds toezicht gehouden moeten worden.

De exploitatie zal belangrijk vereenvoudigd worden, indien tot de betreffende Rijksinstanties het verzoek gedaan wordt, de toe- De tekst getuigt van een zakelijke, bureaucratische toon die kenmerkend is voor overheidscommunicatie in de eerste helft van de 20e eeuw. De centrale kwestie is de herhuisvesting van kleine sigarenfabrikanten die blijkbaar uit hun huidige pand moeten vertrekken. Er is sprake van een overdracht van verantwoordelijkheid van de rijksoverheid naar de gemeente Amsterdam.

Opvallend is de paternalistische houding tegenover de fabrikanten; de schrijver stelt expliciet dat zij niet in staat zijn zelfstandig leiding te geven aan een centrale werkplaats vanwege hun "mentaliteit", waardoor constant toezicht noodzakelijk wordt geacht. Ook de strikte naleving van de Tabakswet en de aanwezigheid van accijnsambtenaren onderstreept de sterke regulering van deze sector. De genoemde locaties (Rapenburgerstraat en Nieuwe Uilenburgerstraat) bevinden zich in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam. Voor de Tweede Wereldoorlog was de tabaksnijverheid, en specifiek het maken van sigaren, een veelvoorkomend beroep onder de Joodse bevolking in deze wijken. Veel van deze "kleinfabrikanten" werkten in kleinschalige, vaak slecht geventileerde ruimtes of werkplaatsen.

De "Handwerkers Vriendenkring" was een invloedrijke Joodse vereniging die zich inzette voor de belangen van ambachtslieden. Het feit dat hun gebouwen als mogelijke nieuwe locatie worden genoemd, versterkt het vermoeden dat dit document betrekking heeft op de sanering of herstructurering van de kleine industrie in de Joodse buurt van Amsterdam, mogelijk in het kader van stadsvernieuwing of aangescherpte veiligheidseisen. De genoemde bedragen in guldens (ƒ) geven een beeld van de toenmalige waarde van ondersteuning en huurkosten.

Samenvatting

De tekst getuigt van een zakelijke, bureaucratische toon die kenmerkend is voor overheidscommunicatie in de eerste helft van de 20e eeuw. De centrale kwestie is de herhuisvesting van kleine sigarenfabrikanten die blijkbaar uit hun huidige pand moeten vertrekken. Er is sprake van een overdracht van verantwoordelijkheid van de rijksoverheid naar de gemeente Amsterdam.

Opvallend is de paternalistische houding tegenover de fabrikanten; de schrijver stelt expliciet dat zij niet in staat zijn zelfstandig leiding te geven aan een centrale werkplaats vanwege hun "mentaliteit", waardoor constant toezicht noodzakelijk wordt geacht. Ook de strikte naleving van de Tabakswet en de aanwezigheid van accijnsambtenaren onderstreept de sterke regulering van deze sector.

Historische Context

De genoemde locaties (Rapenburgerstraat en Nieuwe Uilenburgerstraat) bevinden zich in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam. Voor de Tweede Wereldoorlog was de tabaksnijverheid, en specifiek het maken van sigaren, een veelvoorkomend beroep onder de Joodse bevolking in deze wijken. Veel van deze "kleinfabrikanten" werkten in kleinschalige, vaak slecht geventileerde ruimtes of werkplaatsen.

De "Handwerkers Vriendenkring" was een invloedrijke Joodse vereniging die zich inzette voor de belangen van ambachtslieden. Het feit dat hun gebouwen als mogelijke nieuwe locatie worden genoemd, versterkt het vermoeden dat dit document betrekking heeft op de sanering of herstructurering van de kleine industrie in de Joodse buurt van Amsterdam, mogelijk in het kader van stadsvernieuwing of aangescherpte veiligheidseisen. De genoemde bedragen in guldens (ƒ) geven een beeld van de toenmalige waarde van ondersteuning en huurkosten.

Gerelateerde Documenten 6