Getypt afschrift van een officiële brief/rapport.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief/rapport. 10 mei 1939. No. 73/85 V.H. 1939 No. 26/54 P.W. 1939. AFSCHRIFT.
BUREAU TOT BESTRIJDING
VAN DE WERKLOOSHEID
AMSTERDAM.
No. 213 B.B.W. Amsterdam, 10 Mei 1939.
Een dezer dagen hebben zich bij mij vervoegd de Voorzitter en
de Secretaris van den Eersten Nederlandschen Bond van Kleinfabrikanten
van Sigaren, welke bond gevestigd is Rapenburgerstraat 35 alhier.
De leden van dezen bond hebben hun werkplaatsen in een gebouw
aan de Marinewerf, welk gebouw door de Regeering vele jaren geleden
voor dit doel werd afgestaan.
Door het Ministerie van Defensie is nu aan de 33 huurders aange-
zegd, dat uiterlijk 17 Juni a.s. het gebouw ontruimd moet zijn. Er zal
aan de huurders een vergoeding worden uitgekeerd van ƒ 50,- voor ver-
huiskosten en een tijdelijke ondersteuning van ƒ 10,- per week.
Het gebouw is aan deze kleinfabrikanten verhuurd voor ƒ 2,25
per week, in welken huurprijs o.a. verwarming en schoonhouden begrepen
is. De jaarlijksche huuropbrengst bedraagt dus + ƒ 3860,-.
De werkruimten hebben een oppervlakte van 4 x 2 m. of 2½ x 3 m.
en de bergplaatsen van 2 x 2 m. In verband met de eischen in zake den
tabaksaccijns is het heel moeilijk voor deze miniatuurondernemers
andere werkplaatsen te verkrijgen, vooral daar maar een minimum huur-
prijs betaald kan worden.
De aangewezen oplossing is dezen mensen weder in een gebouw
te vereenigen. Het schijnt, dat, ondanks de zware concurrentie, deze
bedrijfjes zich nog kunnen handhaven en een zeer bescheiden bron van
inkomsten opleveren.
Door het Bestuur wordt nu een dringend beroep gedaan om een
gebouw ter beschikking te stellen. Blijkt dit niet mogelijk, dan zul-
len deze bedrijfjes op moeten houden te bestaan en zullen de sigaren-
makers derhalve broodeloos worden.
Van de leegstaande gebouwen komt, wat oppervlakte en huurprijs
betreft, alleen in aanmerking de school aan de Kattenburgerkade,
waarvan de huur door het Grondbedrijf op ƒ 3000,- wordt berekend.
Waar de school van centrale verwarming zal moeten worden voor-
zien en er voorts nog al veel in verbouwd zal dienen te worden, zul-
len belangrijke bedragen noodig zijn om het gebouw voor het beoogde
doel geschikt te maken. Voorts zal er op gerekend moeten worden, dat
de kosten van verwarming, schoonhouden, enz. jaarlijks ten laste van
de gemeente komen.
Onder deze omstandigheden, zal de netto-huur van dit schoolge-
bouw wel uiterst laag worden.
z.o.z. Het document is een verslag van een urgente situatie waarbij 33 kleine zelfstandige sigarenmakers uit hun werkruimtes aan de Marinewerf in Amsterdam worden gezet door het Ministerie van Defensie. De kern van het probleem is sociaaleconomisch: deze "miniatuurondernemers" overleven op een zeer krappe marge en kunnen de marktconforme huren elders niet betalen.
Er wordt gekeken naar een leegstaande school aan de Kattenburgerkade als mogelijke nieuwe collectieve werkplaats. De auteur van het document wijst echter op de financiële complicaties: de school moet flink verbouwd worden en de exploitatiekosten (verwarming, schoonmaak) zullen waarschijnlijk hoger uitvallen dan de lage huur die de sigarenmakers kunnen opbrengen. De afweging voor de gemeente is dus: investeren in een duur pand, of accepteren dat 33 gezinnen "broodeloos" worden en in de werkloosheidsuitkering terechtkomen. Dit document stamt uit mei 1939, een periode van grote internationale spanning aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland was de economische crisis van de jaren '30 nog steeds merkbaar en was de werkloosheid hoog. Het "Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid" had als taak om te voorkomen dat mensen hun inkomen verloren.
De kleinschalige sigarenindustrie was een typisch Amsterdams ambacht dat het in die tijd erg zwaar had door de opkomst van grotere fabrieken en de populariteit van de sigaret boven de sigaar. De locatie (Marinewerf, Kattenburg) wijst op het maritieme en industriële hart van Amsterdam, waar veel van dit soort kleine ambachtslieden gevestigd waren in goedkope, vaak door de overheid beschikbaar gestelde panden. De bemoeienis van het Ministerie van Defensie suggereert dat de gebouwen aan de Marinewerf nodig waren voor militaire doeleinden in verband met de dreigende oorlogssituatie.