Handgeschreven notitie / financieel kladblad.
Origineel
Handgeschreven notitie / financieel kladblad. [Marginaal linksboven:]
10.4
13
- 117
3510
[Rechtsboven:]
IV
[Hoofdtekst:]
Opbrengst schijnt dat er 30 man
overblijven à ƒ 2.25 per week
betalen, in gunstigst geval ± ƒ 3500 p.j.
Echter wanbetalers, zoodat
terwijl door verloop een aantal
zal afnemen. Een gemiddelde
opbrengst van ƒ 3000.- per jaar
over 10 jaar gerekend zal wel
aan de hooge kant zijn.
Er zal dus ƒ 5000.- door
rijk en/of gemeente [doorgehaald: moeten worden]
in een of anderen vorm worden
bijgepast. De tekst is een korte financiële raming of berekening van inkomsten voor een project of organisatie. De schrijver gaat uit van een vaste wekelijkse bijdrage van 30 personen (30 man x ƒ 2,25 x 52 weken = ƒ 3510,-). De auteur uit echter zijn scepsis over de bestendigheid van dit bedrag. Hij noemt twee risicofactoren:
1. Wanbetalers: Mensen die niet (tijdig) betalen.
2. Verloop: Het afnemen van het aantal deelnemers over tijd.
De conclusie is dat een gemiddelde opbrengst van ƒ 3000,- per jaar over een periode van 10 jaar waarschijnlijk te optimistisch is ingeschat ("aan de hooge kant"). Hierdoor ontstaat er een tekort van ƒ 5000,- dat door de overheid (het Rijk of de gemeente) gesubsidieerd of "bijgepast" moet worden. Dit document lijkt deel uit te maken van een bestuursverslag of een voorbereidend financieel overleg voor een sociale voorziening, een vereniging of een kleinschalig infrastructureel project. De vermelding van "Rijk en/of gemeente" duidt op een publiek-private samenwerking of een gesubsidieerde instelling. De spelling ('zoodat', 'hooge') en de munteenheid (gulden) plaatsen het stuk in de periode voor de spellinghervorming van 1947, of kort daarna door een schrijver die de oude spelling hanteerde. De Romeinse "IV" suggereert dat dit de vierde bijlage of het vierde punt op een agenda is.