Officieel schrijven, afschrift van een brief.
Origineel
Officieel schrijven, afschrift van een brief. 9 augustus 1939. Ministerie van Financiën (namens de Minister, de Secretaris-Generaal). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No. 66/15/7 M. 1939. AFSCHRIFT.
MINISTERIE VAN FINANCIËN.
No. 506 L.M. 1939.
Afdeeling Accijnzen
No. 158
Onderwerp:
Beschikbaarstelling van
werkplaatsen voor sigaren-
fabrikanten.
's-Gravenhage, 9 Augustus 1939.
In antwoord op Uwen brief van 29 Juli jl., Afd. L.M. no. 506 1939, heb ik de eer U mede te deelen, dat ik het daarin gedane aanbod tot het van gemeentewege beschikbaar stellen van lokalen, welke als werkplaatsen aan sigarenfabrikanten zullen worden verhuurd, gaarne aanvaard.
In verband met de veranderingen welke [handgeschreven: /voor de] thans aan die lokalen te geven bestemming daaraan zullen moeten worden aangebracht, heb ik er geen bezwaar tegen dat de bedragen welke naar de dezerzijdsche bedoeling bij een gewone verhuizing aan de betrokken fabrikanten zouden worden uitgekeerd, thans aan de gemeente Amsterdam zullen worden uitgekeerd.
Ik verklaar mij derhalve bereid de door U genoemde bedragen, zijnde eene eenmalige vergoeding van f 50,- voor iederen verhuizenden fabrikant, en voorts tegemoetkomingen van f 10,- per maand gedurende [handgeschreven: de] door U genoemde tijdvakken van een jaar en twee en een half jaar, aan de gemeente Amsterdam te doen uitbetalen.
Het zal mij aangenaam zijn indien de uitvoering van de in de lokalen aan te brengen veranderingen geschiedt in overleg met den Hoofdinspecteur der invoerrechten en accijnzen te Amsterdam.
Aan de in het laatste gedeelte van Uwen brief vervatte verzoeken zal worden voldaan. Wat de beschikbaarstelling van het door U bedoelde houtwerk enz. betreft, moge ik onder Uwe aandacht brengen, dat hieromtrent overleg zal moeten plaats vinden met de autoriteiten, die het gebouw van de Marinewerf beheeren.
Ten slotte zal ik er prijs op stellen nog van U te mogen vernemen of een en ander zoodanig kan worden geregeld dat de verhuizing van de fabrikanten op 1 October a.s. zal kunnen plaats hebben.
De Minister van Financiën,
Voor den Minister,
De Secretaris-Generaal,
get. onleesbaar.
Voor eensluidend afschrift
De Secretaris,
Van Lier.
Aan: Heeren Burgemeester en
Wethouders van Amsterdam. * Kern van de brief: Het Ministerie van Financiën gaat akkoord met een voorstel van de gemeente Amsterdam om lokalen in te richten als werkplaatsen voor sigarenfabrikanten.
* Financiële regeling: In plaats van een verhuiskostenvergoeding direct aan de fabrikanten te betalen, wordt dit geld (50 gulden eenmalig en een maandelijkse bijdrage van 10 gulden gedurende 1 tot 2,5 jaar) aan de gemeente overgemaakt. Dit is ter compensatie voor de aanpassingen die de gemeente aan de panden moet verrichten.
* Samenwerking: Er moet nauw worden samengewerkt met de lokale inspectie van invoerrechten en accijnzen. Voor bepaalde materialen (houtwerk) moet er contact zijn met de beheerders van de Marinewerf, wat suggereert dat de locaties zich mogelijk op of nabij het terrein van de marine in Amsterdam bevinden (zoals Kattenburg).
* Planning: Er wordt gestreefd naar een verhuisdatum van 1 oktober 1939. Deze brief is geschreven op 9 augustus 1939, minder dan een maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het toont de normale ambtelijke gang van zaken in die tijd, waarbij de overheid de sigarenindustrie (belangrijk voor de accijnzen) ondersteunt bij herhuisvesting in Amsterdam. De sigarenindustrie was destijds een omvangrijke sector in Nederland met veel kleine en middelgrote werkplaatsen. De verwijzing naar de "Marinewerf" duidt op het gebruik van (voormalige) militaire of industriële gebouwen in de oostelijke eilanden van Amsterdam voor civiele doeleinden.