Officieel reglement of huurovereenkomst (pagina 4 en 5).
Origineel
Officieel reglement of huurovereenkomst (pagina 4 en 5). Na 1921 (gezien de verwijzing naar de Tabakswet 1921). Op basis van spelling en typografie waarschijnlijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. [Pagina -4-]
-4-
Artikel 6.
De huurder(ster) aanvaardt het gehuurde in den staat, waarin het zich bij den aanvang der huur bevindt.
Het is de(n) huurder(ster) niet geoorloofd eenige leiding, vertimmering of verandering in het gehuurde aan te brengen, zonder voorafgaande goedkeuring van den Directeur van het Marktwezen.
Burgemeester en Wethouders zijn te allen tijde bevoegd in het gehuurde die wijzigingen te doen aanbrengen, welke zij noodzakelijk of wenschelijk achten.
Artikel 7.
De huurder(ster) mag het gehuurde niet geheel of gedeeltelijk aan anderen verhuren of in gebruik geven.
Artikel 8.
Het onderhoud van het gebouw en van aan de verhuurster toebehoorenden inventaris, is voor rekening der verhuurster; het herstel van eventueel gebroken ruiten en van leidingen is voor rekening van de(n) huurder(ster), die voorts verplicht is het gehuurde in behoorlijken staat van reinheid te onderhouden, zulks ten genoegen van den Directeur van het Marktwezen. De huurder(ster) is aansprakelijk voor alle schade, die aan het gehuurde wordt toegebracht en is verplicht het bedrag dier schade op aanschrijving van verhuurster onmiddellijk te voldoen, tenzij hij (zij) bewijst, dat de schade niet door nalatigheid of gebrek aan toezicht zijner- (harer) zijds is veroorzaakt.
[Pagina -5-]
-5-
Artikel 9.
De kosten voor waterverbruik, verlichting en verwarming, daaronder begrepen die voor het medegebruik, dat de huurder(ster) mag maken van de drooginrichting, komen voor rekening van verhuurster, die geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt voor eventueel aan de(n) huurder(ster) door het, om welke reden ook, niet of niet goed functionneeren van de waterleiding, of van een verlichtings-, verwarmings- of drooginstallatie, berokkende schade.
De kosten voor aanschaffing en vervanging van gloeilampen, anders dan voor de drooginrichting, zijn voor rekening van de(n) huurder(ster), die geen sterkere lampen dan van 100 watt mag gebruiken.
Artikel 10.
De huurder(ster) is verplicht te allen tijde toegang te verleenen tot het gehuurde aan het personeel der Gemeentediensten, die hebben te zorgen voor het in goeden staat houden van het gehuurde en van hetgeen van Gemeentewege is aangelegd; alsmede aan de Politie en de Brandweer, mits de betreffende personen zich behoorlijk legitimeeren.
Artikel 11.
Onverminderd het bepaalde in de Tabakswet 1921 (S. 712), is het toezicht op het gebruik van het gehuurde en van hetgeen daarin aan Gemeente-eigendommen aanwezig is, zoowel als op de naleving der bepalingen van deze overeenkomst, door de verhuurster opgedragen aan den Directeur van het Marktwezen. De Burgemeester, de Wethouders, de Directeur van het Marktwezen en de door dezen aan te wijzen personen hebben daartoe te allen tijde toegang tot het gehuurde. * Onderwerp: De tekst bevat de artikelen 6 t/m 11 van een gebruikersovereenkomst voor een gemeentelijk object. Het betreft waarschijnlijk een standplaats of unit in een markthal of een was- en drooginrichting, gezien de specifieke vermelding van de "Directeur van het Marktwezen" en een "drooginrichting".
* Kernpunten:
* Verantwoording: De huurder is verantwoordelijk voor de staat van het object, kleine herstellingen (ruiten/leidingen) en hygiëne.
* Beperkingen: Verbod op onderverhuur en het eigenmachtig aanbrengen van wijzigingen aan het pand. Er geldt een limiet van 100 Watt voor gloeilampen.
* Voorzieningen: Water, licht en verwarming zijn bij de huur inbegrepen (voor rekening van de verhuurster/gemeente).
* Controle: De gemeente behoudt te allen tijde het recht op inspectie en toegang voor politie en brandweer.
* Taalkundig: Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling (bijv. "eenige", "behoorlijken", "zoowel"), wat duidt op een document van vóór 1947. Het gebruik van "(ster)" en "hij (zij)" toont aan dat men destijds al nauwkeurig probeerde te formuleren voor zowel mannelijke als vrouwelijke huurders. Dit document is representatief voor de bureaucratische structuur van Nederlands marktwezen in het interbellum. De verwijzing naar de Tabakswet 1921 plaatst het document stevig in een tijdperk waarin de overheid de hygiëne en veiligheid in openbare ruimtes en markthallen strenger begon te reguleren. De functie van "Directeur van het Marktwezen" was in grote steden (zoals Amsterdam of Rotterdam) een invloedrijke positie die toezag op de orde en economie van de stedelijke handelsplaatsen. De specifieke clausule over het verbruik van gloeilampen (max. 100W) herinnert aan een tijd waarin elektriciteit een kostbare nutsvoorziening was die strikt beheerd werd.