Archiefdocument
Origineel
8 november (het jaartal is deels afgebroken of onduidelijk, mogelijk 1939 of eind jaren '30 gezien de context en archiefcode). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 1 8 November 9.
66/15/35 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
vergoeding ontving. Jager verzocht mij, om ook voor het
schoonmaken der werkplaatsen op de Centrale Markt te mogen
zorgen, aangezien hij uitsluitend daarvan moest bestaan en
hij, wanneer hem de bedoelde werkzaamheden niet zouden worden
opgedragen, zich tot Maatschappelijke Steun zou moeten wen-
den. Bij terzake met den dienst der Wasch- en Schoonmaak-,
Bad- en Zweminrichtingen gepleegd overleg bleek, dat de be-
doelde dienst geen bezwaar had, dat dezerzijds het schoon-
houden van de verdieping, waar de sigarenmakers zijn gevestigd,
aan Jager zou worden opgedragen. Bij wijze van proef heeft
Jager voornoemd thans dit schoonmaakwerk gedurende een maand
uitgevoerd; hij moest zelf de voor het schoonmaken noodige
materialen leveren en hij ontving een belooning naar rato
van ƒ 900,- per jaar. Jager blijkt in de gelegenheid te zijn
om ook de gangen van de andere kantoorverdiepingen der hal,
waar de sigarenmakers niet gevestigd zijn, alsmede de trappen
schoon te houden, met andere woorden om het werk te doen,
waarvoor - zooals ik hierboven mededeelde - de beide schoon-
maaksters niet in de gelegenheid zijn.
Met levering zijnerzijds van de voor het schoon-
maken noodige materialen verlangt hij een jaarlijksche beloo-
ning voor dit geheele werk van ƒ 1000,-. Dit aanbod lijkt mij
alleszins aanvaardbaar. Ik zou daarom met Jager een overeen-
komst van aanneming van werk willen aangaan, zooals bedoeld
in de artikelen 1640 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
Jager komt dus niet als arbeidscontractant in dienst der Ge-
meente, doch hij zal als zelfstandig ondernemer voor het
schoonhouden der verdiepingen van de hal zorgdragen.
Ik moge U beleefd verzoeken mij wel te willen
machtigen om een overeenkomst van aanneming van werk zooals
hier bedoeld met S. Jager voornoemd aan te gaan.
De Directeur, In dit schrijven verzoekt de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (zeer waarschijnlijk de Centrale Markt) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een officieel contract aan te gaan met een zekere S. Jager.
De kernpunten van het document zijn:
* Sociale noodzaak: Jager is afhankelijk van dit werk; zonder deze opdracht zou hij een beroep moeten doen op de Maatschappelijke Steun (de toenmalige bijstand).
* Proefperiode: Jager heeft reeds een maand op proef gewerkt voor een vergoeding van 900 gulden per jaar, waarbij hij zijn eigen materialen verzorgt.
* Uitbreiding werkzaamheden: Het voorstel is om zijn takenpakket uit te breiden naar de gangen en trappen van de kantoorverdiepingen, werk dat de huidige twee schoonmaaksters niet kunnen bolwerken.
* Juridische constructie: Er wordt expliciet gekozen voor een "overeenkomst van aanneming van werk" (art. 1640 BW) in plaats van een ambtelijke aanstelling of arbeidscontract. Jager wordt dus ingehuurd als zelfstandig ondernemer ("zzp'er" avant la lettre), wat de gemeente ontslaat van werkgeversverplichtingen. De voorgestelde jaarbeloning bedraagt 1000 gulden, inclusief materialen. Dit document biedt een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen en de sociale geschiedenis van de late jaren '30. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. Interessant is de vermelding van de sigarenmakers die op een verdieping in de hal gevestigd waren; dit duidt op de diversiteit aan bedrijvigheid in en rondom het marktcomplex.
De toon van de brief is pragmatisch: door Jager als zelfstandige in te huren, lost de gemeente een schoonmaakprobleem op en voorkomt men tegelijkertijd dat een burger ten laste van de sociale kas komt. De Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode een invloedrijke figuur, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de marktfaciliteiten van de hoofdstad. De archiefcode 66/15/35 suggereert dat dit document deel uitmaakt van een groter dossier over marktbeheer of personeelszaken van de Centrale Markt.