Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 386
Dossier 82
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.

19 oktober 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de bijbehorende gemeentelijke dienst).

Origineel

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 19 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de bijbehorende gemeentelijke dienst). [Links boven, handgeschreven:]
fol 2
Gebruikt bij [onleesbaar]

[Midden boven, getypt:]
VP/HG.
66/27/3 M.

[Rechts boven, handgeschreven in rood potlood:]
Mr. Muller

[Rechts boven, getypt:]
19 October 1939.

[Onderwerp, getypt:]
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling Centrale Markt.

[Adrestering, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud, getypt:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Z. Agste-
ribbe, Blasiusstraat 99, die pakhuisafdeeling no.H 14 in de
Hal op de Centrale Markt heeft gehuurd voor het kalenderjaar
1939 voor den prijs van ƒ 1000,-, schriftelijk heeft verzocht
met ingang van 1 November a.s. van de verplichtingen van het
huurcontract te worden ontheven, zulks op grond van financieele
onmacht. Agsteribbe voornoemd is reeds sedert een jaar door
ziekte verhinderd om persoonlijk op de markt zijn zaken te
doen; deze worden waargenomen door zijn zoon, die echter niet
voldoende verdienen kan om den bovenvermelden huurprijs op te
brengen. De bedoelde zoon wenscht daarom voortaan met een open
plaats in de hal te volstaan.

Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk,
weshalve ik U beleefd in overweging geef wel te willen bevor-
deren, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders tot ont-
binding van het onderhavige huurcontract wordt besloten, met
ingang van 1 November a.s.

De Directeur,

[Links onder, handgeschreven:]
Terug aan
Muller Het document is een ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt een huurcontract voortijdig te beëindigen. De huurder, de heer Z. Agsteribbe, huurde voor het jaar 1939 een pakhuisruimte (H 14) op de Centrale Markt voor 1000 gulden. Vanwege langdurige ziekte kon hij zijn bedrijf niet meer zelf voeren. Zijn zoon nam de zaken waar, maar de inkomsten waren ontoereikend om de huur te betalen. Men stelt voor het contract per 1 november 1939 te ontbinden, waarbij de zoon genoegen neemt met een goedkopere "open plaats" in de markthal.

Opvallend zijn de administratieve sporen op het document:
* De naam "Mr. Muller" komt twee keer voor, wat suggereert dat deze ambtenaar of jurist verantwoordelijk was voor de afhandeling van dit dossier.
* De rode onderstrepingen in de tekst (bij de naam Agsteribbe en de locatie H 14) zijn typisch voor een dossierhouder die de kerngegevens markeert voor snelle raadpleging.
* De toon is formeel en eerbiedig ("heb ik de eer U te berichten", "U beleefd in overweging geef"). Dit document stamt uit oktober 1939, een kritieke periode net na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De genoemde huurder, Zacharias Agsteribbe (Blasiusstraat 99), was een Joodse handelaar. De Blasiusstraat lag in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document werpt licht op de economische kwetsbaarheid van kleine handelaren aan de vooravond van de bezetting. De "financiële onmacht" die hier wordt beschreven, is een menselijk verhaal achter de ambtelijke molens van het Amsterdamse marktwezen. De wethouder voor de Levensmiddelen in die tijd was vermoedelijk de sociaaldemocraat Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr., die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening van de hoofdstad.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt een huurcontract voortijdig te beëindigen. De huurder, de heer Z. Agsteribbe, huurde voor het jaar 1939 een pakhuisruimte (H 14) op de Centrale Markt voor 1000 gulden. Vanwege langdurige ziekte kon hij zijn bedrijf niet meer zelf voeren. Zijn zoon nam de zaken waar, maar de inkomsten waren ontoereikend om de huur te betalen. Men stelt voor het contract per 1 november 1939 te ontbinden, waarbij de zoon genoegen neemt met een goedkopere "open plaats" in de markthal.

Opvallend zijn de administratieve sporen op het document:
* De naam "Mr. Muller" komt twee keer voor, wat suggereert dat deze ambtenaar of jurist verantwoordelijk was voor de afhandeling van dit dossier.
* De rode onderstrepingen in de tekst (bij de naam Agsteribbe en de locatie H 14) zijn typisch voor een dossierhouder die de kerngegevens markeert voor snelle raadpleging.
* De toon is formeel en eerbiedig ("heb ik de eer U te berichten", "U beleefd in overweging geef").

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1939, een kritieke periode net na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De genoemde huurder, Zacharias Agsteribbe (Blasiusstraat 99), was een Joodse handelaar. De Blasiusstraat lag in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document werpt licht op de economische kwetsbaarheid van kleine handelaren aan de vooravond van de bezetting. De "financiële onmacht" die hier wordt beschreven, is een menselijk verhaal achter de ambtelijke molens van het Amsterdamse marktwezen. De wethouder voor de Levensmiddelen in die tijd was vermoedelijk de sociaaldemocraat Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr., die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening van de hoofdstad.

Gerelateerde Documenten 6