Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 398
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Memorie

6 oktober 1939 Van: De Directeur van het Marktwezen Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Memorie 6 oktober 1939 De Directeur van het Marktwezen Amsterdam [Logo: Wapenschild Amsterdam met de drie kruisen]

MARKTWEZEN
AMSTERDAM VP/HG.


TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN


No. 66/29/1 M.
BIJLAGE __ AMSTERDAM (W.) 6 October 1939.
ONDERWERP: JAN VAN GALENSTRAAT 14

Kwijtschelding marktgeld ten AAN den Heer Wethouder
name van S. Pront. voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat S.Pront, Rijnstraat 62, die een plaats in de hal op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1939 heeft bezet, van het terzake verschuldigde marktgeld ad f 500,- acht maandelijksche termijnen ad f 41,67 heeft betaald. Pront is thans gemobiliseerd en daarom sedert 1 September jl. in gebreke gebleven om verdere afbetaling van het door hem verschuldigde marktgeld te voldoen; van de vorenbedoelde marktplaats wordt geen gebruik meer gemaakt. Het lijkt mij billijk,dat Pront van zijn verplichting tot betaling van marktgeld wordt ontheven, met dien verstande, dat het ^th over de eerste acht maanden van dit jaar, waarin hij van de plaats op de Centrale Markt ^gebruik heeft ~~maakte~~ ^gemaakt, het tarief per kalendermaand (f 50,-) in rekening wordt gebracht. In plaats van f 500,- kan Pront dan volstaan om in 1939 een bedrag van 8 maal f 50,- = f 400,- te betalen.

Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat aan Pront voornoemd bij Besluit van Burgemeester en Wethouders, op gronden van billijkheid, ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, kwijtschelding van op de Centrale Markt verschuldigd marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f 100,-.

De Directeur,

[Onleesbare handtekening/stempelruimte]

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. * Inhoud: De directeur van het Marktwezen verzoekt de Wethouder voor Levensmiddelen om een gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld voor de koopman S. Pront. Pront had een jaarcontract voor een standplaats in de Centrale Markthallen voor 500 gulden. Omdat hij op 1 september 1939 is opgeroepen voor militaire mobilisatie, kan hij zijn bedrijf niet voortzetten. Het verzoek is om hem enkel te laten betalen voor de acht maanden die hij werkelijk gebruik heeft gemaakt van de standplaats (400 gulden), en de resterende 100 gulden kwijt te schelden op grond van 'billijkheid'.
* Contextuele details: Het document bevat handgeschreven correcties (van "maakte" naar "gemaakt" en de toevoeging van het woord "gebruik") die duiden op een zorgvuldige redactie van de officiële correspondentie.
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 10 van de lokale Verordening op de heffing van marktgeld. Dit document is opgesteld vlak na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Europa (september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd het Nederlandse leger op 29 augustus 1939 gemobiliseerd. De brief illustreert de directe economische gevolgen van deze mobilisatie voor kleine zelfstandigen en marktkooplieden in Amsterdam.

De persoon in kwestie, Samuel Pront (1904), was een Joodse marktkoopman. Gezien de datum en de locatie (Amsterdam, Rijnstraat/Centrale Markt) is dit document een stille getuige van de periode net voor de Duitse inval in mei 1940. Veel van de Joodse handelaren op de Centrale Markt zouden enkele jaren later door de bezetter van de markt worden geweerd en gedeporteerd. Dit specifieke document laat echter de nog normale ambtelijke afhandeling zien van een burger die zijn plicht vervult voor de Nederlandse krijgsmacht.

Samenvatting

  • Inhoud: De directeur van het Marktwezen verzoekt de Wethouder voor Levensmiddelen om een gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld voor de koopman S. Pront. Pront had een jaarcontract voor een standplaats in de Centrale Markthallen voor 500 gulden. Omdat hij op 1 september 1939 is opgeroepen voor militaire mobilisatie, kan hij zijn bedrijf niet voortzetten. Het verzoek is om hem enkel te laten betalen voor de acht maanden die hij werkelijk gebruik heeft gemaakt van de standplaats (400 gulden), en de resterende 100 gulden kwijt te schelden op grond van 'billijkheid'.
  • Contextuele details: Het document bevat handgeschreven correcties (van "maakte" naar "gemaakt" en de toevoeging van het woord "gebruik") die duiden op een zorgvuldige redactie van de officiële correspondentie.
  • Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 10 van de lokale Verordening op de heffing van marktgeld.

Historische Context

Dit document is opgesteld vlak na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Europa (september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd het Nederlandse leger op 29 augustus 1939 gemobiliseerd. De brief illustreert de directe economische gevolgen van deze mobilisatie voor kleine zelfstandigen en marktkooplieden in Amsterdam.

De persoon in kwestie, Samuel Pront (1904), was een Joodse marktkoopman. Gezien de datum en de locatie (Amsterdam, Rijnstraat/Centrale Markt) is dit document een stille getuige van de periode net voor de Duitse inval in mei 1940. Veel van de Joodse handelaren op de Centrale Markt zouden enkele jaren later door de bezetter van de markt worden geweerd en gedeporteerd. Dit specifieke document laat echter de nog normale ambtelijke afhandeling zien van een burger die zijn plicht vervult voor de Nederlandse krijgsmacht.

Gerelateerde Documenten 6