Ambtsbrief / Dienstbrief
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbrief 5 juli 1939 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de context) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier [Handgeschreven rechtsboven:] m. de keer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 5/7.
[Getypt rechtsboven:] VP/G.
[Getypt linksboven:]
72/44/4 M
n 2
Klacht van Vereeniging
"Winkeliersbelangen Zuid"
inzake standplaatsen op
hoeken der straten.
[Getypt rechts:]
5 Juli 1939
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 28 Juni jl. om advies ontvangen stukken no. 408 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat ik my vereenig met het zich onder de stukken bevindende rapport van den Hoofdcommissaris van Politie d.d. 24 Juni jl. Voor het overige moge ik U in herinnering brengen, dat ik omtrent deze aangelegenheid bereids rapporteerde op 3 Juni jl. (onder no. 72/44/2 M). Ik geef U beleefd in overweging der adressante te doen berichten, dat aan haar klacht de noodige aandacht is geschonken, doch dat haar verzoek om de standplaatsen door een merkteeken op straat aan te duiden niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, In deze brief adviseert een directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een klacht van de vereniging "Winkeliersbelangen Zuid". De winkeliersvereniging klaagt over de aanwezigheid van standplaatsen (straatverkoop) op de hoeken van straten. Specifiek verzochten zij om deze standplaatsen met een merkteken op straat aan te duiden, waarschijnlijk om de grenzen ervan duidelijk te stellen of om wildgroei tegen te gaan.
De directeur sluit zich aan bij een eerder rapport van de Hoofdcommissaris van Politie en verwijst naar zijn eigen eerdere rapportage van een maand daarvoor. Het eindoordeel is afwijzend: hoewel de klacht is overwogen, wordt het verzoek om fysieke markeringen op de straat aan te brengen niet ingewilligd. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was er vaak spanning tussen gevestigde winkeliers en ambulante handelaren (marktkooplui en houders van standplaatsen). Winkeliers ervoeren de straathandel vaak als oneerlijke concurrentie of als een belemmering voor het winkelend publiek.
De functietitel "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een grote gemeente (zoals Amsterdam of Rotterdam) waar de distributie en verkoop van voedsel een apart aandachtsgebied was, zeker met de dreigende oorlog en de daarmee gepaard gaande distributievraagstukken in het vooruitzicht. Het afwijzen van de markering op straat past in een beleid waarbij men de openbare ruimte zo min mogelijk permanent wilde belasten met aanduidingen voor tijdelijke handel.