Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 3 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de context en adressering). VP/HG.
72/56/2 M.
(Handgeschreven: Extra)
3 Juni 1939.
den Heer H.G. Cupedoo,
Warmoesstraat 64 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer bericht ik U, dat het ventgeld desgewenscht kan worden betaald in twee termijnen, van ƒ 2,50 elk; voor de eerste betaling wordt dan een waardebon ten bedrage van vorenvermeld bedrag afgegeven. In geen geval moogt U echter venten, alvorens het ventgeld volledig is betaald en Uw ventvergunning is vernieuwd. Uw verzoek om het verschuldigde met ƒ 1,- per week af te betalen, kan, op grond van de ten deze geldende voorschriften, niet voor inwilliging in aanmerking komen.
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer H.G. Cupedoo. Hij had blijkbaar gevraagd om zijn ventgeld (de kosten voor een vergunning om goederen op straat te verkopen) in wekelijkse termijnen van 1 gulden af te betalen.
De directeur wijst dit specifieke verzoek af op basis van geldende regels, maar biedt een compromis aan: betaling in twee termijnen van ƒ 2,50. De brief is streng van toon: er wordt expliciet benadrukt dat er absoluut niet gevent mag worden voordat het volledige bedrag is voldaan en de vergunning officieel is vernieuwd. Dit duidt op een strikte handhaving van de markt- en straathandelverordeningen in Amsterdam in die tijd. De brief dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Warmoesstraat was toen, net als nu, een levendig onderdeel van de Amsterdamse binnenstad.
Venten (straathandel) was in die tijd een belangrijke bron van inkomsten voor mensen uit de lagere sociale klassen. Voor hen was een bedrag van 5 gulden (het totale ventgeld in dit geval) een aanzienlijke som geld, wat verklaart waarom de heer Cupedoo om een afbetalingsregeling vroeg. De achternaam Cupedoo is een Sefardisch-Joodse naam die veelvuldig in Amsterdam voorkwam, wat een tragische laag toevoegt aan het document gezien de naderende bezetting en de daaropvolgende Jodenvervolging.