Getypte brief (officiële correspondentie).
Origineel
Getypte brief (officiële correspondentie). 8 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie of de gevangenisadministratie). den Heer L. Koekoek, verblijvende in de Strafgevangenis te Amsterdam. vP/HG.
72/58/2 M.
[Handgeschreven: extra]
8 Juni 1939.
den Heer L. Koekoek,
Strafgevangenis
Amsterdam.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 dezer bericht
ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging
in aanmerking kan komen. Restitutie van ventgeld vindt
niet plaats.
De Directeur, * Onderwerp: Afwijzing van een verzoek tot restitutie van ventgeld.
* Toon: Formeel, kort en ambtelijk.
* Kernboodschap: De heer Koekoek heeft op 4 juni 1939 verzocht om teruggave van betaald ventgeld (markt- of staangeld voor straathandel). De directeur wijst dit verzoek resoluut af met de mededeling dat restitutie niet plaatsvindt.
* Opvallend: Het feit dat de geadresseerde zich in de strafgevangenis bevindt, suggereert dat hij zijn beroep als venter niet meer kon uitoefenen vanwege zijn detentie en daarom zijn geld terugvroeg. De reactiesnelheid (brief van de 4e, antwoord op de 8e) is voor die tijd opmerkelijk vlot. De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. "Ventgeld" was een belasting of leges die straatverkopers moesten betalen aan de gemeente om hun waren te mogen verkopen. In de jaren '30, een periode van economische crisis, was straathandel voor velen een manier om te overleven, maar de regels waren streng. De "Strafgevangenis Amsterdam" kan verwijzen naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg of de Weteringschans (het Huis van Bewaring). Het document illustreert de onbuigzame bureaucratie ten aanzien van gevangenen en hun financiële verplichtingen of rechten in die tijd.
Samenvatting
- Onderwerp: Afwijzing van een verzoek tot restitutie van ventgeld.
- Toon: Formeel, kort en ambtelijk.
- Kernboodschap: De heer Koekoek heeft op 4 juni 1939 verzocht om teruggave van betaald ventgeld (markt- of staangeld voor straathandel). De directeur wijst dit verzoek resoluut af met de mededeling dat restitutie niet plaatsvindt.
- Opvallend: Het feit dat de geadresseerde zich in de strafgevangenis bevindt, suggereert dat hij zijn beroep als venter niet meer kon uitoefenen vanwege zijn detentie en daarom zijn geld terugvroeg. De reactiesnelheid (brief van de 4e, antwoord op de 8e) is voor die tijd opmerkelijk vlot.
Historische Context
De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. "Ventgeld" was een belasting of leges die straatverkopers moesten betalen aan de gemeente om hun waren te mogen verkopen. In de jaren '30, een periode van economische crisis, was straathandel voor velen een manier om te overleven, maar de regels waren streng. De "Strafgevangenis Amsterdam" kan verwijzen naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg of de Weteringschans (het Huis van Bewaring). Het document illustreert de onbuigzame bureaucratie ten aanzien van gevangenen en hun financiële verplichtingen of rechten in die tijd.