Getypt afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Getypt afschrift van een verzoekschrift. 8 augustus 1939. L.M. Leers, wonende aan de 1e Jan Steenstraat 129 III, Amsterdam. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No. 72/84/1 M. 1939. AFSCHRIFT.
No. 110/18 L.M.1939.
Ventvergunning no. 02098. Amsterdam, den 8.8.39.
Serie 14 No. 108.
Aan de Wel Ed Heeren
Burgemeester en Wethouders
Ondergeteekende vraagt U beleefd om een vergunning voor het
venten met pommes frites (patates frites). Ik heb een ventvergunning voor
cons.ijs en zou graag dezen winter met dit artikel (patates frites)
mijn brood willen verdienen. Ik ben getrouwd en heb een kindje 7½ jaar
geestelijk en lichamelijk ziek ongeneesbaar. Mijn vrouw is in verwachting
van een tweede baby en dit geeft mij energie om te trachten mijn eigen
brood te verdienen. Tot nu toe heb ik sedert vijf jaar met ijs gevent en
in den winter steun ontvangen. M.S.11539. Door de ellende met ons kindje
ben ik door de omstandigheden ten slotte op straat gekomen en het is mij
niet meer mogelijk om in mijn vak te komen maar al die jaaren werklosheid.
Ik ben kok van beroep.
Een doelmatigen wagen heb ik en zou heel graag zo spoedig mogelijk
daarmee willen beginnen daar ik de overtuiging heb zoodoende uit de steun
te blijven. Ik hoop zeer dat U Ed mij dartoe willt verhelpen, angezin
dit mijn kans is om eindelijk weer een beetje eigenwaarde te hebben dat
men zijn brood zelfs verdient.
Hochachtend
w.g. L.M.Leers,
1e Jan Steenstraat 129 III. In deze brief verzoekt de heer L.M. Leers om een uitbreiding van zijn ventvergunning. Hij verkoopt reeds vijf jaar consumptie-ijs, maar aangezien dit seizoensgebonden werk is, is hij in de wintermaanden afhankelijk van de 'steun' (sociale bijstand). Om financiële onafhankelijkheid te bereiken, wil hij in de winter patates frites gaan verkopen vanuit een "doelmatigen wagen".
De aanvrager benadrukt zijn schrijnende persoonlijke omstandigheden om het verzoek kracht bij te zetten:
* Hij heeft een ongeneeslijk ziek kind van 7,5 jaar.
* Zijn vrouw is opnieuw zwanger.
* Hij is in het verleden dakloos geweest door deze familiale ellende.
* Hoewel hij kok van beroep is, komt hij na jaren van werkloosheid niet meer aan de bak in zijn eigen vak.
De toon van de brief is uiterst respectvol ("Wel Ed Heeren", "beleefd", "U Ed") en getuigt van een sterke drang naar zelfredzaamheid en het herwinnen van eigenwaarde door arbeid. Dit document stamt uit de late zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde nog in de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Werkloosheid was wijdverbreid en de 'steun' (het stelsel van werkloosheidsuitkeringen) was karig en vaak stigmatiserend.
Het venten (straatverkoop) was een veelvoorkomende manier voor mensen uit de arbeidersklasse om een inkomen te genereren buiten de reguliere arbeidsmarkt om. Gemeenten reguleerden dit streng via vergunningsstelsels om overlast en oneerlijke concurrentie te voorkomen.
De lokatie, 1e Jan Steenstraat in de Amsterdamse Pijp, was destijds een typische volksbuurt waar armoede en grote gezinnen in kleine woningen veel voorkwamen. De vermelding van "patates frites" is interessant; hoewel nu een nationaal gerecht, was het in 1939 nog volop in opkomst als populair straatvoedsel in de Nederlandse steden.