Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 230
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel uittreksel of bekendmaking van een gemeentelijk besluit.

Origineel

Officieel uittreksel of bekendmaking van een gemeentelijk besluit. Burgemeester en Wethouders hebben aan de voorwaarden,
verbonden aan de Ventvergunningen, toegevoegd:

19$^0$ dat, indien met aal gevent wordt, deze gedurende de
maanden November tot en met April niet wordt meegevoerd
of ten verkoop in voorraad gehouden in zaagsel, zand of
andere poeder- of korrelvormige stoffen. Dit document betreft een specifieke bepaling (artikel 19) die is toegevoegd aan de regels voor straatverkoop (venten). De focus ligt op de handel in aal (paling).

De kern van de bepaling is een verbod op het gebruik van droge stoffen zoals zaagsel of zand bij het vervoeren of bewaren van aal tijdens de winter- en vroege voorjaarsmaanden (november t/m april). Het gebruik van dergelijke stoffen was gebruikelijk om de gladde vissen meer grip te geven bij het vastpakken, maar werd blijkbaar vanuit hygiënisch oogpunt of kwaliteitsbewaking in deze specifieke periode aan banden gelegd. In de eerste helft van de 20e eeuw was het "venten" (huis-aan-huis verkoop of verkoop op straat) een wijdverbreid fenomeen in Nederlandse steden en dorpen. Gemeenten reguleerden dit streng via ventvergunningen om de openbare orde, de volksgezondheid en eerlijke handel te waarborgen.

Aal was een populair volksvoedsel. De specifieke beperking op het gebruik van zaagsel of zand in de koudere maanden kan te maken hebben met het feit dat aal in de winter minder actief is ("winterrust"), of met het voorkomen van verontreiniging die in die maanden lastiger te spoelen was. Het document getuigt van de gedetailleerde wijze waarop lokale overheden toentertijd de dagelijkse handel en voedselveiligheid controleerden.

Samenvatting

Dit document betreft een specifieke bepaling (artikel 19) die is toegevoegd aan de regels voor straatverkoop (venten). De focus ligt op de handel in aal (paling).

De kern van de bepaling is een verbod op het gebruik van droge stoffen zoals zaagsel of zand bij het vervoeren of bewaren van aal tijdens de winter- en vroege voorjaarsmaanden (november t/m april). Het gebruik van dergelijke stoffen was gebruikelijk om de gladde vissen meer grip te geven bij het vastpakken, maar werd blijkbaar vanuit hygiënisch oogpunt of kwaliteitsbewaking in deze specifieke periode aan banden gelegd.

Historische Context

In de eerste helft van de 20e eeuw was het "venten" (huis-aan-huis verkoop of verkoop op straat) een wijdverbreid fenomeen in Nederlandse steden en dorpen. Gemeenten reguleerden dit streng via ventvergunningen om de openbare orde, de volksgezondheid en eerlijke handel te waarborgen.

Aal was een populair volksvoedsel. De specifieke beperking op het gebruik van zaagsel of zand in de koudere maanden kan te maken hebben met het feit dat aal in de winter minder actief is ("winterrust"), of met het voorkomen van verontreiniging die in die maanden lastiger te spoelen was. Het document getuigt van de gedetailleerde wijze waarop lokale overheden toentertijd de dagelijkse handel en voedselveiligheid controleerden.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1