Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 284
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage.

27 maart 1939. Van: Waarschijnlijk een secretaris of voorzitter van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" (mogelijk gemeente Amsterdam, gezien de straatnamen).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage. 27 maart 1939. Waarschijnlijk een secretaris of voorzitter van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" (mogelijk gemeente Amsterdam, gezien de straatnamen). 76/4/1 M (handgeschreven: M. de Boer)

(handgeschreven: Verzonden 28/3) VP/G.

27 Maart 1939.

Straathandel in Jan Evertsen-
straat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Overeenkomstig de opdracht vervat in Uw missive d.d. 17 November jl. (No. 556 L.M. 1938) heb ik de vraag of het mogelyk is in de Jan Evertsenstraat meer standplaatsen te verleenen aan de orde gesteld in de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen, die hierover besprekin-gen voerde in haar vergaderingen van 12 December, 6 Februari en 20 Maart jl.

By deze besprekingen is onderzocht, of het wen-schelyk zou zyn, om de bestaande Zaterdagsmarkt uit de Jan Evertsenstraat te verplaatsen naar de Vespuccistraat en daar dan een dagmarkt te houden. De grootst mogelyke meerderheid der Commissie acht de bedoelde verplaatsing der markt onge-wenscht, vooral omdat de venters dan toch in de Jan Evert-senstraat zouden blyven, tenzy voor die straat een ventver-bod zou worden uitgevaardigd, waartegen de bedoelde meerder-heid bezwaar maakt. Alleen het lid Gaaikema bleek van een andere opvatting: hy verklaarde, dat de Politie gaarne een ventverbod in de Jan Evertsenstraat zou zien, terwyl tegen verplaatsing der markt naar de Vespuccistraat uit politio-neel oogpunt geen bezwaar bestaat.

Tegen het uitgeven van meer vaste standplaatsen in de Jan Evertsenstraat heeft zich eveneens een meerderheid in de Commissie uitgesproken. Voor de Politie zou vermeerde-ring van het aantal standplaatsen in de bedoelde straat uitermate bezwaarlyk zyn, in verband met de belangen van het verkeer. Ook de leden Van 't Hek en Neeter hebben zich tegen * Kernproblematiek: De brief rapporteert over de onwenselijkheid van het uitbreiden van de straathandel in de Jan Evertsenstraat en het afwijzen van het plan om de markt te verplaatsen.
* Argumentatie tegen verplaatsing: De commissie vreest dat venters (mobiele handelaren) in de Jan Evertsenstraat zullen blijven verschijnen, tenzij er een formeel verbod komt. De meerderheid is tegen zo'n verbod.
* Argumentatie tegen extra standplaatsen: De verkeersveiligheid en doorstroming worden genoemd als hoofdoorzaken om geen extra vaste plekken toe te kennen.
* Interne verdeeldheid: Er is een duidelijk verschil van inzicht tussen de meerderheid van de commissie en de Politie (vertegenwoordigd door het lid Gaaikema). De politie ziet een verbod in de Jan Evertsenstraat juist wel zitten omwille van de orde en verkeersveiligheid.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "mogelyk", "zyn", "terwyl") en een formele, ambtelijke toon. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin Amsterdamse woonwijken zoals De Baarsjes (waar de Jan Evertsenstraat ligt) relatief nieuw waren. De Jan Evertsenstraat ontwikkelde zich snel tot een belangrijke winkelstraat en verkeersader.

De strijd om de openbare ruimte tussen handel (marktkooplieden en venters) en het toenemende gemotoriseerde verkeer is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis van de 20e eeuw. De discussie over de "Zaterdagsmarkt" in de Jan Evertsenstraat laat zien hoe de gemeente worstelde met het reguleren van informele handel versus vaste marktplaatsen. De genoemde Vespuccistraat is een zijstraat van de Jan Evertsenstraat; een verplaatsing daarheen zou de hoofdweg hebben ontlast, maar commercieel minder aantrekkelijk zijn geweest voor de handelaren. De genoemde commissieleden (Gaaikema, Van 't Hek, Neeter) waren waarschijnlijk vertegenwoordigers van verschillende stadsdiensten of beroepsgroepen.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief rapporteert over de onwenselijkheid van het uitbreiden van de straathandel in de Jan Evertsenstraat en het afwijzen van het plan om de markt te verplaatsen.
  • Argumentatie tegen verplaatsing: De commissie vreest dat venters (mobiele handelaren) in de Jan Evertsenstraat zullen blijven verschijnen, tenzij er een formeel verbod komt. De meerderheid is tegen zo'n verbod.
  • Argumentatie tegen extra standplaatsen: De verkeersveiligheid en doorstroming worden genoemd als hoofdoorzaken om geen extra vaste plekken toe te kennen.
  • Interne verdeeldheid: Er is een duidelijk verschil van inzicht tussen de meerderheid van de commissie en de Politie (vertegenwoordigd door het lid Gaaikema). De politie ziet een verbod in de Jan Evertsenstraat juist wel zitten omwille van de orde en verkeersveiligheid.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "mogelyk", "zyn", "terwyl") en een formele, ambtelijke toon.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin Amsterdamse woonwijken zoals De Baarsjes (waar de Jan Evertsenstraat ligt) relatief nieuw waren. De Jan Evertsenstraat ontwikkelde zich snel tot een belangrijke winkelstraat en verkeersader.

De strijd om de openbare ruimte tussen handel (marktkooplieden en venters) en het toenemende gemotoriseerde verkeer is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis van de 20e eeuw. De discussie over de "Zaterdagsmarkt" in de Jan Evertsenstraat laat zien hoe de gemeente worstelde met het reguleren van informele handel versus vaste marktplaatsen. De genoemde Vespuccistraat is een zijstraat van de Jan Evertsenstraat; een verplaatsing daarheen zou de hoofdweg hebben ontlast, maar commercieel minder aantrekkelijk zijn geweest voor de handelaren. De genoemde commissieleden (Gaaikema, Van 't Hek, Neeter) waren waarschijnlijk vertegenwoordigers van verschillende stadsdiensten of beroepsgroepen.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1