Notulen (verslag van een vergadering).
Origineel
Notulen (verslag van een vergadering). 20 maart 1939. D/G.
N o t u l e n van de zes en zestigste vergadering van
de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen, ge-
houden op Maandag 20 Maart 1939 te 2 ½ uur n.m.
A a n w e z i g : de Voorzitter: Dr.A.v.d.Laan; de Se-
cretaris: Mr.A.van Praag; de leden Gaaikema, Van 't Hek, Neeter
en Presser, benevens de heer A.H.de Haer.
A f w e z i g met kennisgeving: het lid Seegers (we-
gens ongesteldheid).
De a g e n d a luidt:
1. Goedkeuring notulen van de 65ste vergadering d.d. 6 Februari
1939.
2. Mededeelingen en ingekomen stukken.
3. Brief van den Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 3 Maart
jl. No.62/412 L.M.1938 inzake bystand aan venters (den leden
in afschrift gezonden).
4. Voortzetting bespreking Jan Evertsenstraat.
5. Voortzetting bespreking inzake vervanging van standplaats-
houders, teneinde hen in de gelegenheid te stellen een bloe-
menveiling te bezoeken (afschrift van een nota van den In-
specteur van het Marktwezen is den leden gezonden).
6. Rondvraag.
De Voorzitter opent de vergadering en brengt het feit in herinnering,
dat Zondag jl. het Bestuur van den Algemeenen Venters-
bond heeft gerecipieerd ter herdenking van het tien-
jarig bestaan van den bond. Tot zyn spyt heeft spreker
deze receptie, in verband met andere werkzaamheden,
waartoe hy reeds toezegging had gedaan, niet kunnen
bezoeken. Dit is hem een reden te meer om in de verga-
dering van de Ventcommissie dit jubileum te herdenken.
Spreker wyst op het belangryke aandeel van den Venters-
bond in het werk van de Vent- en Marktcommissie; spe-
ciaal by het tot stand komen van de Ventverordening
heeft de bond veel en belangryk werk verricht. Zyn
beste wenschen voor den bond gelden in het byzonder
natuurlyk den Voorzitter, den heer Presser, het lid De notulen verslaan het begin van de 66ste vergadering van een ambtelijke adviescommissie die zich bezighield met het reguleren van straathandel (venten) in Amsterdam. Belangrijke agendapunten zijn de bijstand aan venters en specifieke locaties zoals de Jan Evertsenstraat. De toon is formeel en hoffelijk. In het openingswoord wordt stilgestaan bij het 10-jarig jubileum van de Algemeene Ventersbond, waarbij de voorzitter de nauwe samenwerking tussen de overheid en de belangenvereniging van de venters benadrukt, in het bijzonder bij het opstellen van de 'Ventverordening'. Het document dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was straathandel een cruciale bron van inkomsten voor een groot deel van de Amsterdamse bevolking, maar ook een punt van voortdurende discussie over stadsordening en concurrentie met winkeliers. De Jan Evertsenstraat was op dat moment een relatief nieuwe winkelstraat in Amsterdam-West, waar de aanwezigheid van venters vaak leidde tot overleg tussen de gemeente, winkeliers en de bond. De genoemde heer Presser (Jacob Presser) was een bekende vertegenwoordiger van de ventersbelangen. Dit document illustreert de verregaande bureaucratisering en institutionalisering van de ambulante handel in het interbellum. Marktcommissie Marktwezen