Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 351
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Notulen van een vergadering (pagina 11, sectie "Rondvraag").

Ongedateerd, maar op basis van spelling en context vermoedelijk jaren '30 van de 20e eeuw.

Origineel

Notulen van een vergadering (pagina 11, sectie "Rondvraag"). Ongedateerd, maar op basis van spelling en context vermoedelijk jaren '30 van de 20e eeuw. -11-

Rondvraag.

De Heer Presser vraagt hoe het staat met de krantenophalers. De schoonmaaktyd nadert weer en de bona-fide lompenventers komen opnieuw in moeilykheden door de onjuiste concurrentie der krantenophalers.

De Voorzitter deelt mede, dat aan het vraagstuk ernstig wordt gewerkt.

De heer Presser dringt aan op spoed.

De Voorzitter deelt mede, dat het uitgesloten is te achten, dat een regeling reeds in het aanstaande voorjaar zal tot stand komen. Er zyn nog juridische problemen en de zaak moet ook nog in den Raad.

De heer Presser vraagt of de lompenmarkt op het Waterlooplein nu binnenkort een officieel karakter kan krygen. Er staan nog steeds vele venters langs den speeltuin, die niet in het bezit zyn van een opkoopersvergunning. Het gevolg hiervan is, dat de bona-fide lompenventers er geen plaats kunnen krygen. Speciaal in het komende voorjaar zyn hier weer vele moeilykheden te verwachten.

De heer Gaaikema zegt, dat de Lange Houtstraat door de politie is aangewezen als verkoopplaats voor de lompenventers in verband met de groote hoeveelheid venters, die op het Waterlooplein komen. De politie staat niet toe, dat er venters zonder vergunning een plaats innemen.

De Voorzitter deelt mede, dat hy naar de klacht van den heer Presser nog eens een onderzoek zal doen instellen, in samenwerking met de politie.

De vergadering wordt hierna gesloten. * Onderwerp: De tekst verslaat een discussie over de regulering van straathandel in Amsterdam, specifiek gericht op de handel in oud papier (krantenophalers) en lompen.
* Belangenconflict: Er is een duidelijk conflict tussen 'bona-fide' (erkende/vergunde) handelaren en ongeautoriseerde venters die zonder vergunning werken. Dit zorgt voor ruimtegebrek en oneerlijke concurrentie.
* Bureaucratie: De voorzitter wijst op de traagheid van het ambtelijke en politieke proces ("juridische problemen", "in den Raad"). Er wordt geen snelle oplossing verwacht voor het komende voorjaar.
* Ruimtelijke ordening: De Lange Houtstraat wordt genoemd als een overlooplocatie voor de drukte op het Waterlooplein, wat de historische rol van deze buurt als centrum voor de Amsterdamse lompenhandel bevestigt.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de destijds gangbare spelling (bijv. "moeilykheden", "zyn", "krygen", "den Raad"). Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam in het interbellum. De handel in lompen en oude kranten was een cruciale bron van inkomsten voor de armere bevolking, in het bijzonder binnen de Joodse buurt rondom het Waterlooplein.

De heer Presser, die hier optreedt als pleitbezorger voor de erkende handelaren, zou mogelijk Jacques Presser kunnen zijn (destijds leraar en historicus, maar ook betrokken bij maatschappelijke kwesties) of een familielid. De discussie illustreert de voortdurende inspanningen van het stadsbestuur om de informele straathandel te kanaliseren en te professionaliseren door middel van vergunningsstelsels en politietoezicht. De spanning tussen de informele economie van de straat en de formele regels van de stad is hier duidelijk voelbaar. De Heer Presser De Voorzitter De heer Gaaikema.

Samenvatting

  • Onderwerp: De tekst verslaat een discussie over de regulering van straathandel in Amsterdam, specifiek gericht op de handel in oud papier (krantenophalers) en lompen.
  • Belangenconflict: Er is een duidelijk conflict tussen 'bona-fide' (erkende/vergunde) handelaren en ongeautoriseerde venters die zonder vergunning werken. Dit zorgt voor ruimtegebrek en oneerlijke concurrentie.
  • Bureaucratie: De voorzitter wijst op de traagheid van het ambtelijke en politieke proces ("juridische problemen", "in den Raad"). Er wordt geen snelle oplossing verwacht voor het komende voorjaar.
  • Ruimtelijke ordening: De Lange Houtstraat wordt genoemd als een overlooplocatie voor de drukte op het Waterlooplein, wat de historische rol van deze buurt als centrum voor de Amsterdamse lompenhandel bevestigt.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de destijds gangbare spelling (bijv. "moeilykheden", "zyn", "krygen", "den Raad").

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam in het interbellum. De handel in lompen en oude kranten was een cruciale bron van inkomsten voor de armere bevolking, in het bijzonder binnen de Joodse buurt rondom het Waterlooplein.

De heer Presser, die hier optreedt als pleitbezorger voor de erkende handelaren, zou mogelijk Jacques Presser kunnen zijn (destijds leraar en historicus, maar ook betrokken bij maatschappelijke kwesties) of een familielid. De discussie illustreert de voortdurende inspanningen van het stadsbestuur om de informele straathandel te kanaliseren en te professionaliseren door middel van vergunningsstelsels en politietoezicht. De spanning tussen de informele economie van de straat en de formele regels van de stad is hier duidelijk voelbaar.

Genoemde Personen 3

De Heer Presser De Voorzitter De heer Gaaikema.

Locaties

Amsterdam (gezien de verwijzingen naar het Waterlooplein en de Lange Houtstraat).

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1