Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 365
Jaar 1939
Stadsarchief

Pagina uit officiële vergadergenotulen (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie voor marktwezen).

Origineel

Pagina uit officiële vergadergenotulen (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie voor marktwezen). -6-

van de bestaansmogelykheid als een zeer moeilyk punt be-
schouwt.
De Commissie kan zich met algemene stemmen ermede ver-
eenigen, dat het verzoek van Paasman wordt afgewezen.
De heer Seegers zegt, dat hy zich niet kan vereenigen met het voorstel
om een vergunninghouder een tweede standplaats voorloopig
te verleenen, omdat hy op zyn standplaats slechts weinig
kan verdienen. Dit kan niet worden uitgezocht: een plaats
kan voor den eenen koopman geschikt, voor een andere zeer
ongeschikt zyn. Hy vindt het derhalve niet doenlyk om re-
kening te houden met de bestaandsmogelykheden op een be-
paalde standplaats.
De Commissie onderschryft de opvattingen van den heer
Seegers; zy is in principe tegen het verleenen van een
tweede standplaatsvergunning aan één persoon; met name
vindt zy dit ook ongewenscht voor een of enkele dagen per
week. Er worde echter rekening gehouden met byzondere ge-
vallen (seizoensvergunningen, kerstboomvergunningen en
dergelyke). Zy vereenigt zich met de opvatting van den
Wethouder, dat het innemen van een standplaats op twee
verschillende plaatsen niet kan leiden tot de noodzake-
lykheid van vervanging op één van de twee plaatsen.
De heeren Presser en Seegers herhalen nog, dat zy het niet gewenscht
vinden, dat standplaatsvergunningen worden verleend by
begraafplaatsen en ziekenhuizen. Dit moet terrein voor
de venters blyven.
De heer Gaaikema verklaart, dat dit in het algemeen ook het standpunt
van de Politie is.
De heer Van 't Hek verlaat de vergadering.

Vervolgens stelt de Voorzitter punt 4 der agenda aan de
orde:
Verbod verkoop aal in zaagsel door venters.
(Brief Directeur van het Marktwezen aan den heer Wethou-
der voor de Levensmiddelen d.d. 19 October 1938 is den
leden in afschrift gezonden).
De leden vereenigen zich met algemeene stemmen met het
in dien brief vervatte advies en dus met de handhaving
van het verbod van verkoop van aal in zaagsel door ven-
ters. Deze notulen geven inzicht in de strakke regulering van de straathandel in de jaren '30. Er worden drie belangrijke besluiten/standpunten besproken:
1. Beperking van standplaatsen: De commissie wijst het verzoek van een zekere Paasman voor een tweede standplaats af. Men wil voorkomen dat één handelaar meerdere plekken bezet, omdat de winstgevendheid van een plek subjectief is en men monopolisering wil tegengaan. Uitzonderingen gelden enkel voor seizoensproducten zoals kerstbomen.
2. Bestemming van specifieke locaties: Er is een bewuste keuze om de gebieden rondom ziekenhuizen en begraafplaatsen vrij te houden van vaste standplaatsen. Deze locaties moeten gereserveerd blijven voor ambulante 'venters' (losse verkopers), een standpunt dat door de politie (vertegenwoordigd door Gaaikema) wordt gesteund.
3. Hygiëne en Volksgezondheid: Er wordt unaniem besloten om het verbod op de verkoop van "aal in zaagsel" door venters te handhaven. Dit wijst op een professionalisering van de voedselcontrole en het marktwezen, waarbij hygiëne-eisen (waarschijnlijk aangedragen door de Directeur van het Marktwezen) belangrijker worden dan de vrije handel. Het document dateert uit eind 1938, de nadagen van de Grote Depressie. In deze periode was de "bestaansmogelijkheid" van kleine zelfstandigen een precair onderwerp. De overheid probeerde enerzijds de orde en hygiëne in de stad te handhaven en anderzijds te voorkomen dat de markt oververzadigd raakte, wat tot bittere armoede onder kooplieden kon leiden.

De spelling en de genoemde functionarissen (Wethouder voor de Levensmiddelen, Directeur van het Marktwezen) zijn typerend voor het Nederlandse gemeentebestuur van die tijd. De discussie over aal (paling) in zaagsel is interessant vanuit sociaal-historisch oogpunt; het was een traditionele manier van verkopen waarbij de vis in zaagsel werd bewaard om het vocht op te nemen en de vis hanteerbaar te houden, maar dit werd door de opkomende moderne hygiënevoorschriften als onhygiënisch beschouwd. Gaaikema (De heer) Seegers (De heer) Marktwezen Politie

Samenvatting

Deze notulen geven inzicht in de strakke regulering van de straathandel in de jaren '30. Er worden drie belangrijke besluiten/standpunten besproken:
1. Beperking van standplaatsen: De commissie wijst het verzoek van een zekere Paasman voor een tweede standplaats af. Men wil voorkomen dat één handelaar meerdere plekken bezet, omdat de winstgevendheid van een plek subjectief is en men monopolisering wil tegengaan. Uitzonderingen gelden enkel voor seizoensproducten zoals kerstbomen.
2. Bestemming van specifieke locaties: Er is een bewuste keuze om de gebieden rondom ziekenhuizen en begraafplaatsen vrij te houden van vaste standplaatsen. Deze locaties moeten gereserveerd blijven voor ambulante 'venters' (losse verkopers), een standpunt dat door de politie (vertegenwoordigd door Gaaikema) wordt gesteund.
3. Hygiëne en Volksgezondheid: Er wordt unaniem besloten om het verbod op de verkoop van "aal in zaagsel" door venters te handhaven. Dit wijst op een professionalisering van de voedselcontrole en het marktwezen, waarbij hygiëne-eisen (waarschijnlijk aangedragen door de Directeur van het Marktwezen) belangrijker worden dan de vrije handel.

Historische Context

Het document dateert uit eind 1938, de nadagen van de Grote Depressie. In deze periode was de "bestaansmogelijkheid" van kleine zelfstandigen een precair onderwerp. De overheid probeerde enerzijds de orde en hygiëne in de stad te handhaven en anderzijds te voorkomen dat de markt oververzadigd raakte, wat tot bittere armoede onder kooplieden kon leiden.

De spelling en de genoemde functionarissen (Wethouder voor de Levensmiddelen, Directeur van het Marktwezen) zijn typerend voor het Nederlandse gemeentebestuur van die tijd. De discussie over aal (paling) in zaagsel is interessant vanuit sociaal-historisch oogpunt; het was een traditionele manier van verkopen waarbij de vis in zaagsel werd bewaard om het vocht op te nemen en de vis hanteerbaar te houden, maar dit werd door de opkomende moderne hygiënevoorschriften als onhygiënisch beschouwd.

Genoemde Personen 2

Gaaikema (De heer) Seegers (De heer)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Oorlogssurrogaten: Vervanging Tuin & Plant: Kerstboom Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1