Getypte pagina uit een officieel verslag of notulen, waarschijnlijk van een vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad of een relevante commissie (zoals de Marktcommissie).
Origineel
Getypte pagina uit een officieel verslag of notulen, waarschijnlijk van een vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad of een relevante commissie (zoals de Marktcommissie). -9-
De heer Gaaikema ontkent, dat in de Jan Evertsenstraat het euvel van
het innemen van clandestiene standplaatsen bestaat. Er
wordt regelmatig opgetreden en men laat niet oogluikend
toe, dat in de Jan Evertsenstraat clandestiene stand-
plaatsen worden ingenomen. Een situatie, zooals deze in
de Jan Evertsenstraat bestaat, vindt men in verscheidene
andere straten in de stad. Spreker verklaart, dat de Po-
litie zeer ernstige bezwaren heeft tegen uitbreiding van
het aantal standplaatsen in de Jan Evertsenstraat. Deze
straat is een primaire verkeersweg; bovendien is men
thans bezig met bebouwing rondom den Hoofdweg, zoodat
binnen eenige jaren verwacht kan worden, dat het toch
reeds intensieve verkeer in de Jan Evertsenstraat nog
belangryk zal toenemen. De Politie acht het zeer onge-
wenscht, dat standplaatsvergunningen voor een dergelyken
primairen verkeersweg worden verleend; dezelfde bezwaren
bestaan ook tegen het vestigen van een markt in die
straat. Op dit laatste zal spreker thans niet nader in-
gaan, daar dit punt niet aan de orde is.
Op een desbetreffende vraag van den Voorzitter antwoordt
spreker, dat, ook indien de karren met een wiel op het
trottoir zouden worden geplaatst, de Verkeerspolitie
haar bezwaren ongetwyfeld zou handhaven.
De heer Seegers zegt, dat het niet in de bedoeling ligt om uitbreiding
aan de bestaande markten te geven. De verkoopsgelegenheid
wordt niet uitgebreid; het aantal venters in deze straat
blyft hetzelfde.
De heer Gaaikema acht het niet onmogelyk, dat mettertyd moet worden
overwogen, om een parkeerverbod voor de Jan Evertsen-
straat uit te vaardigen.
De heer Seegers zegt, dat, indien de Politie ten aanzien van alle pri-
maire wegen een standpunt innam, zooals voor de Jan
Evertsenstraat, ook byvoorbeeld op de Rozengracht een
parkeerverbod zou moeten worden gevestigd. Bovendien zegt
spreker, dat het meeste verkeer vanaf den Hoofdweg wordt
geleid langs den Amstelveenscheweg en niet door de Jan
Evertsenstraat. Spreker vindt de bezwaren van de Politie
overdreven. Indien de Kinkerstraat zoo breed was geweest Dit document legt een debat vast over de ruimtelijke ordening en verkeersveiligheid in Amsterdam-West. De kern van het conflict is de botsing tussen de traditionele economische functie van de straat (venters, markthandel) en de moderne functie als "primaire verkeersweg".
- De heer Gaaikema (vermoedelijk sprekend namens de Politie of Verkeersdienst) voert een strikt beleid aan. Hij ziet straathandel als een belemmering voor de verkeersdoorstroming, zeker met het oog op de verwachte groei door de bebouwing rond de Hoofdweg. Hij is onverbiddelijk, zelfs als karren deels op de stoep zouden staan, en oppert zelfs een parkeerverbod.
- De heer Seegers (vermoedelijk een pleitbezorger voor de handel) probeert de status quo te verdedigen. Hij benadrukt dat er geen sprake is van uitbreiding en probeert de argumenten van de politie te relativeren door de verkeersdrukte te vergelijken met andere straten (Rozengracht, Amstelveenscheweg).
Het taalgebruik is formeel en kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (gebruik van "y" in plaats van "ij", buigings-n bij "den Hoofdweg", spellingen als "zooals" en "mettertyd"). De tekst dateert waarschijnlijk uit de late jaren 1920 of vroege jaren 1930. De Jan Evertsenstraat en de omgeving van de Hoofdweg maakten deel uit van "Plan West", een grootschalige stadsuitbreiding van Amsterdam. In die periode nam het gemotoriseerde verkeer snel toe, wat leidde tot discussies over hoe de smalle straten van de stad moesten worden ingedeeld. De straathandel, die tot dan toe een essentieel onderdeel van het stadsleven was, kwam hierdoor steeds vaker onder druk te staan van verkeersregels en politievoorschriften. De genoemde straten (Jan Evertsenstraat, Rozengracht, Kinkerstraat) zijn nog steeds belangrijke verkeersaders in Amsterdam, wat de historische wortels van hedendaagse verkeersproblematiek in deze wijken illustreert.