Getypte ambtelijke rapportage/brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke rapportage/brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag). 29 maart 1939 (gezien de verwijzingen naar "1938" en "22 Maart jl."). 1 29 Maart 9
77/25/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
Centrale Markt gevestigde grossiers, welke moeilijkheden
steeds hierop neerkwamen, dat Bermond zich ten nadeele van
de grossiers bleek te "vergissen". Zoo is het in de eerste
maanden van 1938 voorgekomen, dat Bermond vijf kisten sla
kocht van den tuinder H.A.Buffing. Hij zeide, dat hij de
kisten zou ledigen en ze terstond den tuinder zou terug-
geven, zoodat hij voor de kisten geen staangeld behoefde te
betalen. In plaats van vijf trachtte Bermond evenwel drie
ledige kisten aan Buffing terug te geven. Had deze de "ver-
gissing" niet gemerkt, dan zou Bermond zich de twee door hem
achtergehouden kisten hebben toegeëigend, die een waarde van
± f 0,40 per stuk vertegenwoordigen. Nog op 18 Maart jl.
trachtte Bermond den bovengenoemden grossier J.Star te be-
nadeelen, door het te doen voorkomen, alsof hij nog staan-
geld wegens teruggegeven kisten van hem had te vorderen,
terwijl hij dit staangeld reeds eenige dagen tevoren had
ontvangen. Ook toen erkende Bermond, dat hij zich had "ver-
gist".
Teekenend voor de ongunstige reputatie, die Ber-
mond geniet, is, dat de Voorzitter van de Federatie van
Vereenigingen van Kleinhandelaren in aardappelen, groenten
en fruit, die kennis heeft gekregen van het feit, dat Bermond
groente van den grossier Star heeft meegenomen, mij heeft
verzocht, te willen bevorderen, dat Bermond voorgoed van de
Centrale Markt wordt uitgesloten. Zijn oneerlijke wijze van
zakendoen maakt hem namelijk tot een gevaarlijken concurrent
voor winkeliers, die niet, zooals hij, zich langs allerlei
slinksche wegen trachten te verrijken.
Sedert den diefstal van 1935, waarvoor Bermond
door de Rechtbank hier ter stede voorwaardelijk werd veroor-
deeld (de proeftijd is inmiddels geëindigd) staat hij onder
toezicht van een ambtenaar van het Nederlandsche Genootschap
tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen. Deze ambtenaar
is door Bermond gekend in het bovenbeschreven voorval van
22 Maart jl. Bij een onderzoek, dat de bedoelde ambtenaar
naar dit voorval en naar Bermond's gedrag van de laatste
jaren op de Centrale Markt heeft ingesteld, is hij tot de * Inhoud: De tekst doet verslag van herhaaldelijke gevallen van kleine fraude en verduistering door een zekere Bermond op de Centrale Markt in Amsterdam. De auteur gebruikt ironische aanhalingstekens bij het woord "vergissen" om aan te geven dat de fouten van Bermond opzettelijk zijn.
* Casuïstiek: Er worden drie specifieke incidenten genoemd:
1. Het achterhouden van twee slakisten van tuinder H.A. Buffing in 1938.
2. Het onterecht claimen van staangeld bij grossier J. Star op 18 maart.
3. Een niet nader gespecificeerd voorval op 22 maart waarbij ook zijn reclasseringsambtenaar betrokken raakte.
* Juridische achtergrond: Bermond blijkt een recidivist te zijn; hij is in 1935 al eens voorwaardelijk veroordeeld voor diefstal en staat onder toezicht van een voorloper van de huidige reclassering (het Nederlandsche Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen).
* Maatschappelijke druk: De branchevereniging (de Federatie van Vereenigingen van Kleinhandelaren) oefent druk uit op het stadsbestuur om Bermond permanent de toegang tot de markt te ontzeggen wegens oneerlijke concurrentie. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de handhaving op de Amsterdamse Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In een tijd van economische schaarste en strikte regulering was het handhaven van eerlijke handel cruciaal. De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang dat de stad hechtte aan een integer functionerende voedselmarkt. Daarnaast illustreert de vermelding van het "Nederlandsche Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen" hoe de reclassering in die tijd was georganiseerd vanuit particuliere, vaak religieus of moreel geïnspireerde instellingen. H.A. Buffing J. Star