Ambtelijk rapport/brief betreffende een disciplinaire zaak.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief betreffende een disciplinaire zaak. 17 april 1939. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (gezien de verwijzing naar "mijn voorstel" en verhoren). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 1 17 April 9
77/30/4 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Ten aanzien van A.Swaab, wonende Rapenburgerstraat
83 II, staat de zaak anders. Swaab ontkent alle schuld, doch
gezien de antecedenten van dezen man is het noodzakelyk, dat
strenge maatregelen tegen hem worden genomen.
By Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 16
Juli 1936 (No.48/7 L.M.1936) is Swaab voornoemd wegens dief-
stal van ledig fust gestraft met ontneming van het recht van
toegang tot de Centrale Markt voor den tyd van één maand.
By Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 28
October 1938 (No.48/14 L.M.1938) is Swaab wegens diefstal
van ledig fust gestraft met ontneming van het recht van toe-
gang tot de Centrale Markt voor den tyd van 1½ maand, terwyl
daaraan werd toegevoegd, dat hem de toegang weder zou worden
ontnomen, indien hy zich binnen den tyd van drie jaar weder-
om aan een strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig zou
maken. Voor dit feit is hy bovendien door den Rechter ver-
oordeeld tot zes weken gevangenisstraf, welke straf hy nog
moet ondergaan. Als bewys voor de mentaliteit van Swaab
moge dienen, dat hy tegenover den Rechter deed voorkomen
alsof hy in een droom zou hebben gehandeld (vide het als
bylage overgelegde uitknipsel uit "De Telegraaf" van 9 Maart
jl.). By een verhoor, dat ik hem heb afgenomen hield hy
eveneens vol, dat hy het feit in een droomtoestand moest
hebben gepleegd. Hy beweerde zelfs nimmer door het Marktwe-
zen over deze zaak te zyn gehoord, hoewel hy destyds tegen-
over den marktopzichter den diefstal heeft toegegeven (zie
het by myn voorstel d.d. 20 October 1938 no.77/102/3 M over-
gelegde rapport van den marktopzichter Buenting).
Wat het onderhavige geval betreft, deelde Swaab my
mede, dat hy tegen Grevenstuk zou hebben gezegd, dat hy de
kisten wel weg wilde brengen, doch dat hy er geen geld voor
in ontvangst zou nemen. Dit zou "Tabak" zelf maar moeten
doen. Grevenstuk zou hierop hebben geantwoord: "Dat is goed".
Klaarblykelyk deed hy deze mededeeling om eventueel niet
als tusschenpersoon by den diefstal te kunnen worden aange-
merkt, doch zy wyst juist op het feit, dat Swaab geweten
moet hebben, dat er iets niet in orde was met deze kisten. * Doel van de rapportage: De rapporteur adviseert de wethouder om hard op te treden tegen A. Swaab. Hij voert aan dat Swaab een recidivist is die geen berouw toont.
* Historiek van de verdachte: Swaab is in 1936 en 1938 al gestraft voor de diefstal van "ledig fust" (lege emballage zoals kisten of vaten). Naast marktverboden is hij ook strafrechtelijk veroordeeld tot zes weken cel.
* Ongeloofwaardige verdediging: De tekst benadrukt de "mentaliteit" van Swaab. Hij probeert onder zijn verantwoordelijkheid uit te komen door te beweren dat hij in een "droomtoestand" handelde, een claim die zelfs de krant (De Telegraaf) haalde.
* Tegenstrijdigheid: De rapporteur wijst op een leugen van Swaab: deze beweert nooit door de marktautoriteiten gehoord te zijn, terwijl er een rapport ligt van marktopzichter Buenting waarin Swaab de diefstal bekent.
* Huidige verdenking: In het huidige incident probeert Swaab zich te distantiëren door te zeggen dat hij geen geld wilde aannemen voor de kisten (dat moest "Tabak" doen). De rapporteur concludeert dat Swaab hiermee juist toegeeft dat hij wist dat de handel illegaal was. * Locatie: De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat was de cruciale spil in de voedselvoorziening van Amsterdam. Orde en eerlijkheid waren essentieel voor het functioneren van de markt.
* Tijdsbeeld: April 1939. De economische crisis van de jaren '30 werkt nog na, en de dreiging van de Tweede Wereldoorlog hangt in de lucht. Diefstal van emballage (fust) was een veelvoorkomend vergrijp op groothandelsmarkten vanwege het statiegeld of de herverkoopwaarde.
* Sociale geografie: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel bewoners uit deze buurt werkten als sjouwer of handelaar op de markten van de stad.
* Bestuur: Het document toont de nauwe samenwerking tussen het marktbestuur (de opzichters en directie) en het stadsbestuur (Burgemeester en Wethouders) bij de handhaving van de marktreglementen. A. Swaab