Doorslag van een officiële brief (dienstcorrespondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (dienstcorrespondentie). 3 november 1939. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). ten. Hr. Moerse.
HG.
extra.
77/75/2 M.
3 November 1939.
den Heer A.Stodel,
Van Ostadestraat 267 II,
<u>Amsterdam-Zuid.</u>
Wijk 22.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Woensdag
1 November jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan
diefstal. Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge arti-
kel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den
toegang tot die markt voor de periode van 6 tot en met 19
November 1939, terwijl ik aan Burgemeester en Wethouders de
vraag ter beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren
termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Deze brief is een formele kennisgeving van een toegangsontzegging tot de Centrale Markt in Amsterdam. De ontvanger, de heer A. Stodel, wordt beschuldigd van diefstal op de markt op 1 november 1939. Op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) legt de directeur hem een voorlopig marktverbod op van twee weken (van 6 tot en met 19 november).
De brief is administratief van aard; de directeur kondigt tevens aan dat hij het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) heeft gevraagd om te beoordelen of een langduriger uitsluiting noodzakelijk is. Dit duidt op een gestandaardiseerde tuchtprocedure binnen de gemeentelijke marktorganisatie. De handgeschreven aantekeningen wijzen op intern gebruik van dit doorslagexemplaar, mogelijk voor de administratie van een specifieke ambtenaar (Moerse). De datum van de brief, 3 november 1939, plaatst het document in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar nog vóór de Duitse bezetting. De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. Ordehandhaving en het bestrijden van diefstal waren cruciaal voor het functioneren van de groothandel.
De naam 'Stodel' komt veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die in de jaren dertig in groten getale in de Diamantbuurt (zoals de Van Ostadestraat) woonde. Hoewel deze brief een reguliere tuchtrechtelijke maatregel betreft voor een strafbaar feit (diefstal), krijgen documenten uit deze specifieke periode over Joodse Amsterdammers vaak een extra historische lading door de gebeurtenissen die enkele maanden later zouden volgen onder de bezetting. A. Stodel