Officiële brief/oproep (mogelijk een doorslag of kantoorkopie).
Origineel
Officiële brief/oproep (mogelijk een doorslag of kantoorkopie). 2 februari 1939. De Directeur (instelling onbekend, waarschijnlijk een ziekenfonds of gemeentelijke sociale dienst). [Bovenaan midden:]
HG.
[Linksboven:]
85/14/1 M.
[Linksboven, handgeschreven in potlood:]
heeft [onleesbaar]
geld.
[Rechtsboven:]
2 Februari 1939.
[Rechts, adresblok:]
den Heer J.T.H. Fritschy,
John Franklinstraat 7,
Amsterdam-West.
Wijk 19a.
[Midden, brieftekst:]
Daar ik U dringend moet spreken in verband
met betaling van het kramengeld, verzoek ik U een dezer
dagen te mijnen kantore te komen.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een formele, korte oproep aan de heer J.T.H. Fritschy om persoonlijk op kantoor te verschijnen. De aanleiding is de uitbetaling of verrekening van "kramengeld", een uitkering voor kraamzorgkosten die destijds door ziekenfondsen of de overheid werd verstrekt. De toon is zakelijk en dringend ("dringend moet spreken"), wat suggereert dat er een administratief probleem is of dat er aanvullende informatie nodig is voordat de betaling kan worden afgehandeld. De aanduiding "Wijk 19a" verwijst naar de administratieve wijkindeling van Amsterdam voor sociale of medische diensten. De handgeschreven potloodnotitie is waarschijnlijk een interne aantekening van een ambtenaar betreffende de financiële status of het dossier van de betrokkene. Het document stamt uit februari 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde in die tijd nog in de nasleep van de economische crisis, waardoor sociale uitkeringen zoals kramengeld essentieel waren voor jonge gezinnen. De John Franklinstraat in Amsterdam-West (buurt De Baarsjes) was destijds een relatief nieuwe woonwijk voor de werkende klasse en lagere middenklasse. Dergelijke brieven illustreren de bureaucratische processen en de persoonlijke benadering van de sociale zekerheid in het vooroorlogse Nederland, waarbij burgers vaak fysiek naar een kantoor moesten komen om zaken te regelen. J.T.H. Fritschy