J.T.H. Fritschy
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Zakelijke brief/aanmaning (doorslag).
* **Kernboodschap:** De brief is een laatste waarschuwing (sommatie) aan de heer Fritschy om achterstallig standplaatsgeld te betalen. * **Consequentie:** Bij niet-betaling vóór de gestelde deadline (26 mei 1939) dreigt de directeur de vergunning voor het plaatsen van kramen te laten intrekken door het college van Burgemeester en Wethouders. * **Impact:** Dit zou betekenen dat de kramen van de heer Fritschy geweerd worden van de Amsterdamse markten, wat directe gevolgen heeft voor zijn bedrijfsvoering en zijn huurders (marktkooplieden). * **Stijl:** De toon is strikt formeel en ambtelijk, typerend voor de communicatie van de gemeente Amsterdam in die periode.
Zakelijke brief (betalingsherinnering/aanmaning).
* **Inhoud:** De brief dient als een laatste waarschuwing aan de heer Fritschy. Hij heeft een schuld openstaan voor 'standplaatsgeld'. * **Urgentie:** De termijn voor betaling is uiterst kort: de brief is gedateerd op 24 mei en de uiterste betaaldatum is 26 mei. De handgeschreven notitie "extra" onderstreept de spoed of de bijzondere status van dit schrijven. * **Consequenties:** Bij niet-betaling dreigt de directeur de vergunning voor het plaatsen van kramen te laten intrekken door het college van Burgemeester en Wethouders. Dit zou de bedrijfsvoering van de heer Fritschy (die blijkbaar kramen verhuurt aan derden) onmogelijk maken. * **Taalgebruik:** Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum, gekenmerkt door het gebruik van de 'y' (uiterlyk, Vrydag, mynen, zyn) en de naamvallen (den Heer, den betaaldag, den kassier).
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
* **Inhoud:** De brief is een sommatie aan de heer Fritschy om zich op het kantoor van de directeur te melden voor een dringende kwestie betreffende de betaling van "kramengeld". * **Terminologie:** "Kramengeld" verwijst naar de staangeldvergoeding of huur die marktkooplieden aan de gemeente of marktmeester moesten betalen voor het gebruik van een marktplaats of kraam. * **Toon:** De toon is formeel, direct en dwingend ("dringend moet spreken", "verzoek ik U... te komen"). * **Administratieve sporen:** De handgeschreven aantekening "Verzonden" bovenaan is een typisch kenmerk van een dossierkopie; het diende als bewijs voor de administratie dat de brief daadwerkelijk was uitgegaan.
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening.
Deze korte, zakelijke brief is een officiële oproep aan de heer J.T.H. Fritschy. De toon is dwingend en formeel ("verzoek ik U een dezer dagen te mijnen kantore te komen"). Het onderwerp van gesprek is een achterstand of probleem met de betaling van het "kramengeld". Kramengeld was de vergoeding die marktkooplieden moesten betalen voor het huren van een staanplaats op een openbare markt. De toevoeging "Wijk 19a" wijst op een administratieve indeling van de stad of het marktwezen. Het handgeschreven woord "extra" bovenaan suggereert dat dit een afwijkend exemplaar is, wellicht een extra herinnering of een kopie voor een specifiek dossier.
Officiële brief/oproep (mogelijk een doorslag of kantoorkopie).
De brief is een formele, korte oproep aan de heer J.T.H. Fritschy om persoonlijk op kantoor te verschijnen. De aanleiding is de uitbetaling of verrekening van "kramengeld", een uitkering voor kraamzorgkosten die destijds door ziekenfondsen of de overheid werd verstrekt. De toon is zakelijk en dringend ("dringend moet spreken"), wat suggereert dat er een administratief probleem is of dat er aanvullende informatie nodig is voordat de betaling kan worden afgehandeld. De aanduiding "Wijk 19a" verwijst naar de administratieve wijkindeling van Amsterdam voor sociale of medische diensten. De handgeschreven potloodnotitie is waarschijnlijk een interne aantekening van een ambtenaar betreffende de financiële status of het dossier van de betrokkene.
Zakelijke brief (betalingsherinnering/sommatie).
De brief is een formele sommatie aan de heer J.T.H. Fritschy betreffende achterstallige betalingen voor standplaatsen op de markt. Uit de tekst blijkt dat Fritschy kramen verhuurt aan derden ("Uw huurders"). De overheid (de Dienst van het Marktwezen) dreigt de vergunning in te trekken als de schuld niet binnen vier dagen (voor maandag 19 juni 1939) wordt voldaan. Het genoemde adres, **Jan van Galenstraat 14** in Amsterdam, was de locatie van de Centrale Markthallen. De directeur die de brief stuurt, is dan ook de directeur van de gemeentelijke marktdienst. Het taalgebruik is dwingend en ambtelijk, typerend voor de periode voor de Tweede Wereldoorlog (gebruik van "den" en "mijnen").
Getypte brief (doorslag), met handgeschreven kanttekeningen.
* **Inhoud:** De brief is een formele sommatie tot betaling. De heer Fritschy heeft een betalingsachterstand voor "standplaatsgeld" – de vergoeding voor de ruimte die zijn marktkramen innemen op de openbare markt. * **Deadline en Sanctie:** De geadresseerde krijgt slechts twee dagen de tijd (tot 21 april) om zijn schuld te voldoen bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat. Indien hij in gebreke blijft, dreigt de directeur de vergunning in te laten trekken door het college van Burgemeester en Wethouders. * **Bedrijfsmodel:** Uit de tekst blijkt dat de heer Fritschy een kramenverhuurder was. Hij bezat de kramen en huurde de standplaatsen van de gemeente, om de kramen vervolgens weer onder te verhuren aan marktlui. De dreiging dat zijn huurders elders moeten gaan huren, zou een direct einde betekenen aan zijn bedrijfsvoering. * **Toon:** De toon is ambtelijk, dwingend en zakelijk, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die periode.
Typoscript (doorslag of origineel op briefpapier zonder hoofdtoelichting).
Dit document is een formele aanmaning of dwangbevel, verzonden door de Directeur van (zeer waarschijnlijk) de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is een betalingsachterstand van de heer J.T.H. Fritschy wat betreft 'standplaatsgeld' en 'kramengeld'. Uit de tekst valt op te maken dat de geadresseerde een professionele exploitant van marktkramen was: hij plaatst niet alleen kramen, maar verhuurt deze ook aan derden ("Uw huurders"). De sanctie bij niet-betaling is zwaar: intrekking van de vergunning en ontzegging van de toegang tot de markten. De deadline is extreem kort gesteld (slechts twee dagen na dagtekening van de brief).
Officiële brief/aanmaning.
Deze brief is een formele aanmaning van de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan de heer J.T.H. Fritschy. De heer Fritschy heeft een achterstand in de betaling van het standplaatsgeld voor zijn marktkramen. Hij krijgt een ultimatum: als het verschuldigde bedrag niet voor vrijdag 21 april 1939 is voldaan bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat, zal de directeur bij het college van Burgemeester en Wethouders aandringen op het intrekken van zijn vergunning. Dit zou betekenen dat zijn kramen niet meer op de markt mogen staan en zijn huurders elders kramen moeten zoeken. Een handgeschreven aantekening bovenaan vermeldt "27/4 f 2.- betaald", wat suggereert dat er op 27 april (na de gestelde deadline) een deelbetaling van 2 gulden is gedaan.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE J. Briënne Lupinestr. 31 Hilversum _
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin:] J. Brouwer
# TRANSCRIPTIE den heer J.J.de Kort-Halli, Lindengracht 336 _A_L_H_I_E_R_(C).
# TRANSCRIPTIE J. Ritscher Wilhelminastr 6. Amsterdam
# TRANSCRIPTIE **Verhoor van den verdachte J. VLEESDRAAGER.**