Officiële brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Officiële brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 8 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentelijke Markthallen). Den Heer M. Soep, Rapenburgerstraat 37, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:]
A. Müller
[Midden boven, handgeschreven:]
10/2-39 [gevolgd door een paraaf/teken]
[Linksboven, getypt:]
85/18/1 M.
[Grote handgeschreven aantekening in cirkel, deels in rood potlood:]
53/22/1
vraagt haar @ M
van verloren hamer
Oproepen voor de Brouwer
[Rechtsboven, getypt:]
G.
8 Februari 1939.
[Adresseringsblok:]
den Heer M. Soep,
Rapenburgerstraat 37,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
[Body tekst:]
Op Zaterdag 28 Januari jl. en op Maandag 30 Janu-
ari jl. is geconstateerd, dat resp. op de markten Linden-
gracht en Noordermarkt materiaal, bestemd voor het uitstal-
len van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zon-
der dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Vrydag 10 Febru-
ari a.s. te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt voldoen,
zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de
markten te plaatsen.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Toon en taalgebruik: De brief is formeel en directief van aard. Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "Vrydag", "mynen", "zoudt").
* Inhoud: Het betreft een officiële waarschuwing/oproeping. De heer Soep wordt ervan beschuldigd marktmateriaal (zoals kramen of planken) te hebben verhuurd en geplaatst op de Lindengracht en Noordermarkt zonder de vereiste vergunning.
* Handgeschreven notities: De aantekeningen lijken interne administratieve verwerkingen. De vermelding "van verloren hamer" is curieus en verwijst mogelijk naar een ander incident of een specifiek bewijsstuk in het dossier. De tekst "Oproepen voor de Brouwer" duidt waarschijnlijk op een andere ambtenaar of betrokkene bij deze procedure. Dit document stamt uit februari 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De ontvanger, de heer M. Soep, woonde in de Rapenburgerstraat, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de handel en op de markten.
De brief is verstuurd vanuit het kantoor aan de Jan van Galenstraat 14, wat de locatie was van de Centrale Markthallen (geopend in 1934). Dit bureau hield streng toezicht op de marktordening in de stad. Het document illustreert de bureaucratische controle op de informele economie van de Amsterdamse straatmarkten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. M. Soep Soep wordt (De heer) Marktwezen