Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 89
Dossier 55
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven statistisch overzicht / memo.

Origineel

Handgeschreven statistisch overzicht / memo. IV

Eiermarkten en veilingen in Nederland.

Het jaarverslag over 1937 vermeldt 99 markten (veilingen) in Nederland.
De omzet daarvan bedraagt ± 1070 millioen eieren.

In volgorde van den omzet zijn de belangrijkste;
(cijfers van 1937) omzet

  1. Roermond (Eiermijn) — 211.582 x 1000 stuks
  2. Arnhem (Geld. eierveiling + markt) [tussenberekening: 112.295 + 3.359] — 115.654 id
  3. { Venlo (veiling + markt) [tussenberekening: 100.049 + 2.200] — 102.249 id
  4. Barneveld — 71.702 id
  5. Putten — 41.805 id
  6. { Amsterdam id (veiling) [tussenberekening: 22.959 + 18.530] — 41.489 id
  7. { Enschede id (O.P.C.) [tussenberekening: 959 + 39.709] — 40.668 id
  8. { Amersfoort id (veiling) [tussenberekening: 32.500 + 2.372] — 34.872 id
  9. { Ede id (veiling) [tussenberekening: 15.775 + 18.449] — 34.224 id
  10. { Deventer id (veiling) [tussenberekening: 11.378 + 14.675] — 26.053 id
  11. Breda (veiling) — 19.579 id
  12. Nijmegen — 17.070
  13. Apeldoorn [doorgehaald] — 15.135 [omlijnd]
  14. Scherpenzeel — 16.007 [omlijnd]

De overige ieder minder dan 15.000.
Tussen de 10.000 en 15.000 x 1000 stuks zitten o.a.:
Raalte, Epe, Ermelo, Harderwijk, Nijkerk, Veenendaal, Alkmaar (veiling + markt), Landsmeer (veiling), Purmerend (veiling en markt), Gouda (veiling en markt), Rotterdam (markt, veiling de Z.H. eil.).

De bovengenoemde 14 centra zetten om 787.000 x 1000 stuks = bijna 80% van het totaal.

Z.O.Z. * Inhoud: Het document rangschikt de grootste eierhandelscentra van Nederland naar volume. Roermond steekt er met de "Eiermijn" met kop en schouders bovenuit, gevolgd door Arnhem en Venlo.
* Methodiek: De auteur heeft op diverse plaatsen cijfers bij elkaar opgeteld (waarschijnlijk de officiële veilingcijfers en de reguliere marktcijfers) om tot een totaal per stad te komen. Dit is zichtbaar in de kleine getallen die boven de totalen zijn genoteerd.
* Afkortingen: "id" staat voor 'idem' (hetzelfde, hier: x 1000 stuks). "O.P.C." bij Enschede verwijst zeer waarschijnlijk naar de Overijsselse Pluimvee Coöperatie. De term "Z.H. eil." bij Rotterdam verwijst naar de Zuid-Hollandse Eilanden.
* Correcties: Er is een opvallende correctie bij de nummers 13 en 14, waarbij Apeldoorn is geschrapt of verplaatst ten gunste van Scherpenzeel, wat suggereert dat de lijst strikt op volgorde van grootte werd gecorrigeerd. Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin de Nederlandse pluimveehouderij sterk geprofessionaliseerd werd. De export van eieren (voornamelijk naar Duitsland en Engeland) was van groot economisch belang. De "Eiermijn" in Roermond was in die tijd de grootste eierveiling ter wereld, wat de dominante positie in deze lijst verklaart. De genoemde steden in de "middenmoot" (zoals Barneveld, Ede, Putten) vormen de kern van de Gelderse Vallei, vanouds het centrum van de Nederlandse kippenhouderij. Dergelijke overzichten werden vaak opgesteld door landbouworganisaties, overheidsinstanties of economische geografen.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document rangschikt de grootste eierhandelscentra van Nederland naar volume. Roermond steekt er met de "Eiermijn" met kop en schouders bovenuit, gevolgd door Arnhem en Venlo.
  • Methodiek: De auteur heeft op diverse plaatsen cijfers bij elkaar opgeteld (waarschijnlijk de officiële veilingcijfers en de reguliere marktcijfers) om tot een totaal per stad te komen. Dit is zichtbaar in de kleine getallen die boven de totalen zijn genoteerd.
  • Afkortingen: "id" staat voor 'idem' (hetzelfde, hier: x 1000 stuks). "O.P.C." bij Enschede verwijst zeer waarschijnlijk naar de Overijsselse Pluimvee Coöperatie. De term "Z.H. eil." bij Rotterdam verwijst naar de Zuid-Hollandse Eilanden.
  • Correcties: Er is een opvallende correctie bij de nummers 13 en 14, waarbij Apeldoorn is geschrapt of verplaatst ten gunste van Scherpenzeel, wat suggereert dat de lijst strikt op volgorde van grootte werd gecorrigeerd.

Historische Context

Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin de Nederlandse pluimveehouderij sterk geprofessionaliseerd werd. De export van eieren (voornamelijk naar Duitsland en Engeland) was van groot economisch belang. De "Eiermijn" in Roermond was in die tijd de grootste eierveiling ter wereld, wat de dominante positie in deze lijst verklaart. De genoemde steden in de "middenmoot" (zoals Barneveld, Ede, Putten) vormen de kern van de Gelderse Vallei, vanouds het centrum van de Nederlandse kippenhouderij. Dergelijke overzichten werden vaak opgesteld door landbouworganisaties, overheidsinstanties of economische geografen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →