Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 92
Dossier 48
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven notities op papier.

Origineel

Handgeschreven notities op papier. [Marginaal linksboven:] Productie
[Midden boven, in blauw:] eieren [Rechtsboven:] I

Productie eieren 1933 & 1937 geschat op
2. Milliard stuks.

[Rechts:]
per kg bruto
12,1.
12,9
gem. 12,5 eieren per kg. bruto [onderstreept]

Uitvoer 1933 bruto 59976 ton = 727 millioen stuks
" 1934 " 62304 " = 778 " "

aantal betreft hoofdz. versche maar ook koelhuis- &
[Rechts:] Kalkeieren

In 1934 invoer 19 ton
Uitvoer excedent 62304 - 19 = 62285 ton
stel rond 800 millioen stuks
(zie boven)

[Marginaal midden links:] Verbruik in Nederland spec. Amsterdam
In Nederland verbruikt dus ca 2000 - 800 millioen stuks
1.2 Milliard stuks.

Industrieel verbruik & consumptie :
Cijfers hieromtrent niet bekend d.w.z. verhouding
Stel 2/3 consumptie d.i. 800 millioen stuks

Aandeel Amsterdam in consumptie stel
80.000.000 stuks p. jaar = 1.600.000 [onderstreept] p. week

Andere taxaties bekend ? Dit document bevat economische berekeningen met betrekking tot de eierhandel in Nederland halverwege de jaren dertig. De auteur probeert de omvang van de binnenlandse markt te kwantificeren door de exportcijfers (omgerekend van gewicht in tonnen naar aantallen stuks op basis van een gemiddelde van 12,5 ei per kilo) af te trekken van de totale geschatte productie van 2 miljard eieren.

De belangrijkste datapunten zijn:
* Productie: 2 miljard stuks.
* Export: Circa 800 miljoen stuks.
* Binnenlands verbruik: 1,2 miljard stuks.
* Amsterdamse consumptie: Geschat op 80 miljoen stuks per jaar, wat neerkomt op 1,6 miljoen eieren per week.

De notitie vermeldt ook het onderscheid tussen verse eieren, koelhuiseieren en kalkeieren (eieren bewaard in kalkwater). De vraag onderaan ("Andere taxaties bekend?") suggereert dat dit voorbereidende aantekeningen zijn voor een rapport, beleidsstuk of artikel. In de jaren dertig was Nederland een belangrijke exporteur van agrarische producten. Door de economische crisis van de jaren '30 (de Grote Depressie) werden de landbouwmarkten streng gereguleerd. De overheid stelde verschillende Crisis-wetten in om de prijzen en productie te beheersen.

Cijfers over de eierhandel waren in deze periode van groot belang voor handelsorganisaties en de overheid om de effectiviteit van de crisismaatregelen en de voedselvoorziening te monitoren. De focus op Amsterdam onderstreept de rol van de hoofdstad als groot distributie- en consumptiecentrum. De vermelding van 'kalkeieren' herinnert aan een tijd waarin koeltechniek nog in ontwikkeling was en traditionele conserveringsmethoden essentieel waren om seizoensschommelingen in de eierproductie op te vangen.

Samenvatting

Dit document bevat economische berekeningen met betrekking tot de eierhandel in Nederland halverwege de jaren dertig. De auteur probeert de omvang van de binnenlandse markt te kwantificeren door de exportcijfers (omgerekend van gewicht in tonnen naar aantallen stuks op basis van een gemiddelde van 12,5 ei per kilo) af te trekken van de totale geschatte productie van 2 miljard eieren.

De belangrijkste datapunten zijn:
* Productie: 2 miljard stuks.
* Export: Circa 800 miljoen stuks.
* Binnenlands verbruik: 1,2 miljard stuks.
* Amsterdamse consumptie: Geschat op 80 miljoen stuks per jaar, wat neerkomt op 1,6 miljoen eieren per week.

De notitie vermeldt ook het onderscheid tussen verse eieren, koelhuiseieren en kalkeieren (eieren bewaard in kalkwater). De vraag onderaan ("Andere taxaties bekend?") suggereert dat dit voorbereidende aantekeningen zijn voor een rapport, beleidsstuk of artikel.

Historische Context

In de jaren dertig was Nederland een belangrijke exporteur van agrarische producten. Door de economische crisis van de jaren '30 (de Grote Depressie) werden de landbouwmarkten streng gereguleerd. De overheid stelde verschillende Crisis-wetten in om de prijzen en productie te beheersen.

Cijfers over de eierhandel waren in deze periode van groot belang voor handelsorganisaties en de overheid om de effectiviteit van de crisismaatregelen en de voedselvoorziening te monitoren. De focus op Amsterdam onderstreept de rol van de hoofdstad als groot distributie- en consumptiecentrum. De vermelding van 'kalkeieren' herinnert aan een tijd waarin koeltechniek nog in ontwikkeling was en traditionele conserveringsmethoden essentieel waren om seizoensschommelingen in de eierproductie op te vangen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →