Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 181
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een ambtelijk rapport of adviesbrief.

Origineel

Getypte pagina uit een ambtelijk rapport of adviesbrief. -5-

zou misschien een andere weg kunnen worden bewandeld.

Voor het uitoefenen van onderzoek op deugdelykheid - ook al is dit van algemeenen preventieven aard - behoeft geen afzonderlyke rechtsgrond in den vorm eener verordening te worden geschapen. Immers dit alles omvattende preventieve toezicht, dat wil zeggen een volledige keuring van al het wild en gevogelte, is een handeling, welke volkomen steunt op de Warenwet en de bestaande keuringsverordening.

Het bovenstaande vóórop stellende zou in de Verordening op het gebruik van de slachtplaats moeten worden geregeld:
a. de wyze van slachten;
b. den staat, waarin geslachte en geslacht ingevoerde dieren zich moeten bevinden;
c. de wyze van merking, ten blyke, dat de dieren onderzocht zyn door een ambtenaar van den Keuringsdienst van Waren.

Verder zou in dezen gedachtengang vanzelfsprekend de verbodsbepaling van verkoopen van ongemerkte dieren ook niet als een "eisch" als bovenbedoeld zyn aan te merken, doch als een nadere regeling van het op de Warenwet steunende toezicht.

Ten slotte zal een heffingsverordening in den zin der artikelen 269 jo. artt. 275 en 287 van de Gemeentewet voor het gebruik der centrale slachtplaats in het leven moeten worden geroepen. Hierin moet niet een vergoeding voor het "keuren" worden opgenomen, omdat - althans zulks wordt verondersteld - dit in stryd zou zyn met de Warenwet (artikel 13, 2e lid). * Structuur: Het document is een voortzetting van een betoog (gezien de startzin). Het is opgedeeld in drie kernpunten: de juridische basis voor kwaliteitscontrole, de specifieke inhoud van een gebruiksverordening voor de slachtplaats, en de financiële onderbouwing via een heffingsverordening.
* Inhoud: De auteur stelt dat voor de algemene kwaliteitscontrole ("onderzoek op deugdelykheid") van wild en gevogelte geen nieuwe verordening nodig is, omdat de bestaande Warenwet hiervoor reeds de basis biedt. Er wordt geadviseerd om een specifieke "Verordening op het gebruik van de slachtplaats" op te stellen die de praktische gang van zaken regelt (slachtwijze, staat van de dieren, merking).
* Juridische argumentatie: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen gebruiksrechten (geregeld via de Gemeentewet) en keuringskosten. Men waarschuwt dat keuringskosten niet via een lokale heffing geïnd mogen worden als dit strijdig is met artikel 13 van de toenmalige Warenwet. * Tijdsperiode: De spelling (bijv. "deugdelykheid", "stryd", "verkoopen") en de verwijzingen naar de Gemeentewet en Warenwet suggereren een datering uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '30 of '40).
* Maatschappelijke context: Dit document weerspiegelt de professionalisering en centralisering van de voedselveiligheid in Nederland. Gemeenten richtten centrale slachtplaatsen in om de hygiëne en controle op vlees te verbeteren. De tekst toont de ambtelijke worsteling om lokale verordeningen naadloos te laten aansluiten op nationale wetgeving zoals de Warenwet.
* Relevante actoren: Gemeentebestuur, Keuringsdienst van Waren en beheerders van de slachtplaats.

Samenvatting

  • Structuur: Het document is een voortzetting van een betoog (gezien de startzin). Het is opgedeeld in drie kernpunten: de juridische basis voor kwaliteitscontrole, de specifieke inhoud van een gebruiksverordening voor de slachtplaats, en de financiële onderbouwing via een heffingsverordening.
  • Inhoud: De auteur stelt dat voor de algemene kwaliteitscontrole ("onderzoek op deugdelykheid") van wild en gevogelte geen nieuwe verordening nodig is, omdat de bestaande Warenwet hiervoor reeds de basis biedt. Er wordt geadviseerd om een specifieke "Verordening op het gebruik van de slachtplaats" op te stellen die de praktische gang van zaken regelt (slachtwijze, staat van de dieren, merking).
  • Juridische argumentatie: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen gebruiksrechten (geregeld via de Gemeentewet) en keuringskosten. Men waarschuwt dat keuringskosten niet via een lokale heffing geïnd mogen worden als dit strijdig is met artikel 13 van de toenmalige Warenwet.

Historische Context

  • Tijdsperiode: De spelling (bijv. "deugdelykheid", "stryd", "verkoopen") en de verwijzingen naar de Gemeentewet en Warenwet suggereren een datering uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '30 of '40).
  • Maatschappelijke context: Dit document weerspiegelt de professionalisering en centralisering van de voedselveiligheid in Nederland. Gemeenten richtten centrale slachtplaatsen in om de hygiëne en controle op vlees te verbeteren. De tekst toont de ambtelijke worsteling om lokale verordeningen naadloos te laten aansluiten op nationale wetgeving zoals de Warenwet.
  • Relevante actoren: Gemeentebestuur, Keuringsdienst van Waren en beheerders van de slachtplaats.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →