Ambtsbrief van de Wethouder aan de Burgemeester.
Origineel
Ambtsbrief van de Wethouder aan de Burgemeester. 4 april 1939. F. van Meurs, Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De heer Burgemeester van Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM Markten [handgeschreven]
Nº 92/1/3 M. 1339 5/4 [stempel]
AFD. L.M.
No. 95 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 4 April 1939.
917 [handgeschreven]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Gezien [stempel]
Wreesman [?] [handgeschreven paraaf]
Beltman [?] [handgeschreven paraaf]
Naar aanleiding van het mij op 12 Januari j.l. om bericht en raad in afschrift gezonden schrijven van het Bestuur der Sophia Vereeniging tot Bescherming van Dieren alhier, heb ik de eer U mede te deelen, dat de behandeling, noodig voor het afleveren van kippen of konijnen aan het publiek op markten e.d., niet meer als "slachten" kan worden aangemerkt, aangezien het hier dieren betreft, die reeds geslacht zijn. Ten einde te voorkomen, dat het vleesch van konijnen er onooglijk gaat uitzien, laat men de dieren zoo lang mogelijk in de huid.
Wat betreft het plukken van kippen op slachtplaatsen, alvorens blijvende bewegingloosheid is ingetreden, deel ik U mede, dat de deskundigen bij een behandeling van zulk een zaak voor den Politierechter van meening waren, dat reeds enkele seconden na de halssnede volkomen gevoelloosheid intreedt. De verdachten werden van het hun ten laste gelegde vrijgesproken.
Dank zij de bemoeiingen van den Keuringsdienst van Waren alhier zijn er geen slachtplaatsen meer die niet voor het doel geschikt zijn. Evenmin kunnen de slachtverrichtingen zelf van den openbaren weg af gevolgd worden. Slechts de omwonenden van eenige slachtplaatsen zouden daarvan iets kunnen bemerken.
Aangezien het dooden van wild en gevogelte waarschijnlijk bij de eerstvolgende wijziging onder de werkingssfeer van de vleeschkeuringswet zal vallen, zou de Sophiavereeniging zich, desgewenscht tot den Minister van Sociale Zaken, betreffende het in het leven roepen van wettelijke maatregelen met betrekking tot de slachtplaatsen en de wijze van dooden van wild en gevogelte, kunnen wenden.
Ik kan echter geen aanleiding vinden, wat deze materie betreft, nadere voorschriften op markten etc. te stimuleeren of in het leven te roepen.
VH
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
Aan den heer Burgemeester.
Model G.A. 6
25.000-1-'39 In deze brief reageert de Amsterdamse wethouder Van Meurs op zorgen van de Sophia Vereeniging tot Bescherming van Dieren over het welzijn van dieren tijdens het slacht- en verkoopproces op markten. De kernpunten zijn:
- Definitie van "slachten": Het onthuiden van konijnen en plukken van gevogelte op de markt wordt niet als "slachten" beschouwd omdat de dieren dan al dood zijn. Het ter plekke onthuiden gebeurt uit oogpunt van versheid/esthetiek van het vlees.
- Dierenwelzijn en Rechtspraak: De wethouder verwijst naar een rechtszaak waarbij plukkers werden vrijgesproken omdat deskundigen stelden dat een kip enkele seconden na de halssnede al volledig gevoelloos is, ondanks eventuele stuiptrekkingen.
- Hygiëne en Zichtbaarheid: Door toedoen van de Keuringsdienst van Waren zijn de slachtplaatsen in de stad verbeterd en onttrokken aan het zicht van het publiek vanaf de openbare weg.
- Beleidsadvies: De wethouder ziet geen heil in lokale extra regels voor markten en verwijst de actiegroep door naar de landelijke politiek (de Minister), aangezien de Vleeschkeuringswet in de nabije toekomst aangepast zal worden om ook wild en gevogelte te dekken. Het document dateert van april 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de groeiende maatschappelijke discussie over dierenwelzijn in de voedselindustrie in de eerste helft van de 20e eeuw. De Sophia Vereeniging (opgericht in 1867) was destijds een zeer actieve lobbygroep die druk uitoefende op het gemeentebestuur.
Interessant is de specifieke portefeuille van de wethouder: naast Levensmiddelen beheerde hij ook de "Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen", wat de nauwe historische band aangeeft tussen de gemeentelijke bemoeienis met volksgezondheid, hygiëne en voedselveiligheid. De afkorting "L.M." in het kenmerk staat vrijwel zeker voor "Levensmiddelen".