Getypte brief met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven aantekening. 3 mei 1939. De Directeur (dienst onbekend, waarschijnlijk Gemeentelijke Sociale Dienst of vergelijkbaar). Den Heer Directeur voor Maatschappelyken Steun, Amsterdam. extra
95/4/2 M.
n 3
D/G.
3 Mei 1939.
den Heer Directeur voor
Maatschappelyken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
In bylage dezes heb ik de eer U een drietal af-
schriften te doen toekomen van op 21, 28 en 29 April jl.
door den heer Wethouder voor de Levensmiddelen aan my ge-
richte brieven (No.68/83 L.M.1936). Gaarne zal ik omtrent
de in deze brieven genoemde venters alsnog eenigszins uit-
voerige nadere gegevens van U ontvangen, zooals die destyds
ook betreffende een aantal venters van 60 jaren en ouder
werden verstrekt.
Ik stel my voor om de bedoelde gegevens te behan-
delen in de door den Wethouder bedoelde Commissie, waarin
van Uw dienst de heeren Ir.Wilschut en Hollanders zitting
hebben.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij het doorsturen van drie kopieën van brieven van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een verzoek om aanvullende, gedetailleerde informatie over een groep straatventers. De schrijver refereert aan een eerdere gegevensverstrekking over venters boven de 60 jaar, wat impliceert dat er een structurele registratie of controle van deze beroepsgroep plaatsvond.
De gevraagde gegevens zijn bedoeld voor bespreking in een specifieke Commissie, waarin ook afgevaardigden van de dienst Maatschappelyken Steun (de heren Wilschut en Hollanders) zitting hebben. Dit wijst op een ambtelijke samenwerking tussen verschillende stadsdiensten (voedselvoorziening/economische zaken en sociale steun) met betrekking tot de regulering van kleine zelfstandigen zoals venters. De brief is gedateerd op 3 mei 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van economische broosheid na de crisis van de jaren '30 was straathandel een belangrijke, maar vaak ook precaire bron van inkomst voor velen.
De "Dienst voor Maatschappelyken Steun" in Amsterdam was verantwoordelijk voor de armenzorg en sociale ondersteuning. Dat de Wethouder voor de Levensmiddelen hierbij betrokken is, suggereert dat het venten nauw verbonden was met de distributie van voedsel in de stad en dat de overheid hier strikte controle op wilde houden, zowel vanuit economisch als sociaal oogpunt. De vermelding van venters boven de 60 jaar duidt mogelijk op een vroeg stadium van sociale voorzieningen of steunmaatregelen voor oudere zelfstandigen die niet meer volledig in hun eigen onderhoud konden voorzien.