Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 1 mei 1939. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 95/4/1 193.9.
DOORGEZONDEN: 22/4
[Annotaties bovenaan]
In rood krijt: getale
In potlood: 3/5 '39 [onleesbaar paraaf]
A'dam, 1/5 1939
den Heer Directeur voor
M.S. [Materiaalservice? Meerdere Stadsdiensten?]
In bijlage dezes heb ik de eer U
een [daarboven geschreven: drie] tal afschriften te doen toekomen van
op 21 en 28 April jl. door den Heer Wethouder
voor de levensmiddelen aan mij gerichte brieven
(No 69183 L.M. 1936). Gaarne zal ik omtrent de in
deze brieven genoemde venters alsnog eenigszins
uitvoerige nadere gegevens van U ontvangen, zooals
die des tijds ook betreffende een aantal venters
van 60 jaren en ouder werden verstrekt.
Ik stel mij voor om de bedoelde gegevens
te behandelen in de door den Wethouder bedoelde
commissie, waarin van uw dienst de heeren
Cassa, Wildschut en Hollanders zitting hebben.
[Handtekening/Paraaf, waarschijnlijk J.S.]
[Annotaties linksonder]
3.
In rood krijt: 95/4/5
In potlood: 17/6/39 [paraaf]
[Voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Een verzoek om gedetailleerde informatie over specifieke straatventers.
* Kerninhoud: De afzender heeft brieven ontvangen van de Wethouder voor de Levensmiddelen betreffende venters. Hij vraagt de Directeur om nadere gegevens over deze personen, vergelijkbaar met informatie die eerder is verstrekt over venters ouder dan 60 jaar.
* Doel: De opgevraagde gegevens zijn bedoeld voor bespreking in een specifieke commissie.
* Genoemde personen:
* Wethouder voor de Levensmiddelen (op dat moment waarschijnlijk de heer In 't Veld of een voorganger, afhankelijk van de exacte portefeuilleverdeling).
* Heeren Cassa, Wildschut en Hollanders: Ambtenaren die namens de aangeschreven dienst zitting hebben in de genoemde commissie.
* Administratieve sporen: De doorhaling van "een" en vervanging door "drie" boven de regel suggereert dat er drie afschriften als bijlage zijn gevoegd. De rode annotaties en potloodnotities duiden op de interne routing en archivering binnen het gemeentelijk apparaat. Dit document stamt uit mei 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de regulering van de voedselvoorziening en de straathandel een belangrijk administratief punt.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich bezig met de distributie en controle van voedsel in de stad. Straatventers vormden een belangrijk onderdeel van de informele en kleinschalige economie, maar hun activiteiten werden door de gemeente steeds nauwer gereguleerd via vergunningsstelsels en commissies. De specifieke aandacht voor venters van "60 jaren en ouder" duidt mogelijk op sociale maatregelen of uitzonderingsposities voor oudere straathandelaren in die tijd. De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee persoonsgegevens van kleine zelfstandigen werden verzameld voor beleidsvoorbereiding.