Archief 745
Inventaris 745-304
Pagina 28
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

29 april 1939 Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze ondertekend)

Origineel

29 april 1939 De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze ondertekend) GEMEENTE AMSTERDAM

№ 95/6/1 M. 1939

AFD. L.M.
No. 68/83 -1936-
BIJLAGEN

AMSTERDAM, 29 April 1939.

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

De venter W.H.de Wit, oud 54 jaar, wonende Fahrenheitstraat 59, (St.No.56416) wiens naam voorkomt op lijst No.2 van de geblokkkeerde ventvergunningen en die deswege ter Secretarie werd opgeroepen, deelde dezer dagen mede, dat hij oorspronkelijk bankwerker van beroep is, doch 10 jaar geleden met venten is begonnen. Zijn verdiensten waren de laatste jaren zoo gering, dat hij daarmede moest eindigen. Sedert September 1937 geniet hij onderstand vanwege het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun. Volgens een aanteekening gesteld op lijst 2, zou de man nog niet als venter zijn uit te schakelen.

De Wit gaf echter te kennen, geen kans te zien zooveel met het venten te verdienen, dat hij aan zijn steunbedrag toekomt.

Hij zou niet weten met welk artikel hij met eenige kans op succes zou kunnen venten.

Gaarne zal ik de meening van de Commissie omtrent het geval De Wit vernemen.

S.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,

[Handtekening]

Aan
den Heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.

Model G.A. 7
25.000-1-'39

[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder:]
voegen bij brief v/h M.S.
Com. Steun Dit ambtelijke schrijven kaart een sociaal-economisch dilemma aan rond de 54-jarige W.H. de Wit. De kernpunten zijn:
* Sanering straathandel: De Wit staat op een lijst van 'geblokkeerde ventvergunningen'. De gemeente probeerde in deze periode het aantal straatverkopers te reguleren en te beperken.
* Armoedeval: Hoewel de officiële registers (lijst 2) aangeven dat De Wit nog als venter actief zou kunnen zijn, verklaart hij zelf dat de verdiensten dermate laag zijn dat hij er niet van kan rondkomen. Hij verdient zelfs minder dan het minimale bedrag dat hij aan 'steun' (sociale bijstand) ontvangt.
* Beroepsdegradatie: De Wit is oorspronkelijk een geschoold vakman (bankwerker), maar is door de economische omstandigheden tien jaar eerder gedwongen gaan venten.
* Hulpvraag: De wethouder vraagt advies aan de Dienst van het Marktwezen en de 'Commissie Steun' over hoe met dit specifieke geval om te gaan, aangezien de man zelf geen perspectief meer ziet in de straathandel. Het document dateert uit april 1939, aan het einde van de 'crisisjaren' (de Grote Depressie). Amsterdam kampte in deze periode met grote werkloosheid. Veel werkloze ambachtslieden probeerden als venter (straathandelaar) het hoofd boven water te houden, wat leidde tot een oververzadigde markt en schamele inkomsten.

De gemeente Amsterdam voerde een actief beleid om de wildgroei aan venters in te dammen via het vergunningenstelsel. Men wilde voorkomen dat mensen de steun (verstrekt door het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun) combineerden met minimale inkomsten uit de straathandel, of dat de straathandel enkel diende als 'verkapte werkloosheid'.

De brief illustreert de persoonlijke tragiek van de economische crisis: een vakman die na tien jaar sappelen in de straathandel volledig gedemoraliseerd is en liever afhankelijk is van de (destijds zeer karige en streng gecontroleerde) steun dan tevergeefs te proberen goederen aan de man te brengen in een verarmde stad.

Samenvatting

Dit ambtelijke schrijven kaart een sociaal-economisch dilemma aan rond de 54-jarige W.H. de Wit. De kernpunten zijn:
* Sanering straathandel: De Wit staat op een lijst van 'geblokkeerde ventvergunningen'. De gemeente probeerde in deze periode het aantal straatverkopers te reguleren en te beperken.
* Armoedeval: Hoewel de officiële registers (lijst 2) aangeven dat De Wit nog als venter actief zou kunnen zijn, verklaart hij zelf dat de verdiensten dermate laag zijn dat hij er niet van kan rondkomen. Hij verdient zelfs minder dan het minimale bedrag dat hij aan 'steun' (sociale bijstand) ontvangt.
* Beroepsdegradatie: De Wit is oorspronkelijk een geschoold vakman (bankwerker), maar is door de economische omstandigheden tien jaar eerder gedwongen gaan venten.
* Hulpvraag: De wethouder vraagt advies aan de Dienst van het Marktwezen en de 'Commissie Steun' over hoe met dit specifieke geval om te gaan, aangezien de man zelf geen perspectief meer ziet in de straathandel.

Historische Context

Het document dateert uit april 1939, aan het einde van de 'crisisjaren' (de Grote Depressie). Amsterdam kampte in deze periode met grote werkloosheid. Veel werkloze ambachtslieden probeerden als venter (straathandelaar) het hoofd boven water te houden, wat leidde tot een oververzadigde markt en schamele inkomsten.

De gemeente Amsterdam voerde een actief beleid om de wildgroei aan venters in te dammen via het vergunningenstelsel. Men wilde voorkomen dat mensen de steun (verstrekt door het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun) combineerden met minimale inkomsten uit de straathandel, of dat de straathandel enkel diende als 'verkapte werkloosheid'.

De brief illustreert de persoonlijke tragiek van de economische crisis: een vakman die na tien jaar sappelen in de straathandel volledig gedemoraliseerd is en liever afhankelijk is van de (destijds zeer karige en streng gecontroleerde) steun dan tevergeefs te proberen goederen aan de man te brengen in een verarmde stad.

Kooplieden in dit dossier 7

A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6