Archiefdocument
Origineel
17 juni 1939 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst zoals Marktwezen of Sociale Zaken) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) [Handgeschreven rechtsboven:] G. de Boer
[Typed linksboven:]
VP/HG.
95/6/2 M.
[Handgeschreven midden boven:] Verzonden 17/6
[Typed rechts:] 17 Juni 1939.
[Typed links:]
Geblokkeerde ventvergun-
ning van W.H. de Wit.
[Typed rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 April jl.
(No.68/83 L.M.1936) heb ik de eer U te berichten, dat ik,
overeenkomstig Uw opdracht, de Commissie heb geraadpleegd
omtrent de vraag, of de ventvergunning van W.H. de Wit kan
worden ingetrokken. De Wit is sedert 14 Mei jl. wederom als
venter werkzaam, namelijk als ijsventer in dienst van de
N.V. "Davia". Op dien grond is de Commissie van oordeel, dat
het niet juist zou zijn om thans de ventvergunning van De Wit
in te trekken.
Ik vereenig mij daarmede en ik geef U beleefd in
overweging deze aangelegenheid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Dit document betreft een ambtelijk advies over de status van een ventvergunning (vergunning voor straathandel). De wethouder voor de Levensmiddelen had gevraagd te onderzoeken of de vergunning van de heer W.H. de Wit ingetrokken kon worden, aangezien deze blijkbaar geblokkeerd was of niet gebruikt werd.
Na onderzoek en overleg met een commissie blijkt dat de heer De Wit sinds 14 mei 1939 weer aan het werk is als ijsverkoper voor de firma N.V. "Davia". Omdat de vergunninghouder weer actief gebruikmaakt van zijn vergunning om in zijn levensonderhoud te voorzien, adviseert de Directeur de wethouder om de vergunning niet in te trekken en het dossier te sluiten. De brief getuigt van een pragmatische houding waarbij arbeidsparticipatie zwaarder weegt dan administratieve intrekking. De brief is geschreven in de zomer van 1939, kort voor de algemene mobilisatie en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was straathandel strikt gereguleerd door gemeenten om oneerlijke concurrentie en overlast te voorkomen.
De genoemde N.V. "Davia" was een bekende ijsfabriek gevestigd aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. De term "Alhier" bij de adressering en de referentie naar Davia duiden er sterk op dat dit document afkomstig is uit het archief van de Gemeente Amsterdam. In de jaren '30 was ijsverkoop op straat een belangrijke bron van seizoensgebonden inkomsten voor veel arbeiders die anders afhankelijk waren van de steun. Het behoud van een vergunning was daarom van essentieel belang voor de betrokkene.