Ambtelijke brief / rapport.
Origineel
Ambtelijke brief / rapport. 6 september 1939. Onbekend ambtelijk hoofd (mogelijk van de marktmeester-dienst), getekend met "M. Müller" (handgeschreven). Kenmerk: vP/HG. – 96/4/2 M. [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller
vP/HG.
96/4/2 M.
6 September 1939.
Bezetting kantoren hal
en pakhuisafdeeling Centrale
Markt voor Burgerwacht en
Luchtbescherming.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Overeenkomstig een Uwerzijds heden verstrekte opdracht heb ik de eer U het navolgende te berichten.
Met mijn rapport d.d. 21 April jl. (No.1/3/5 M.) verzocht ik U goed te vinden, dat een pakhuisafdeeling op de Centrale Markt ter beschikking van den luchtbeschermingsdienst zou worden gesteld, om daarin op de benedenverdieping hout op te slaan en om er de bovenverdieping in te richten tot modelschuilgelegenheid. Met Uw machtiging is daarop pakhuisafdeeling B 14 beschikbaar gesteld. Op 17 Augustus jl., is, op een wenk van de afdeeling Financiën, dezerzijds aan het Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst meegedeeld, dat voortaan, namelijk vanaf 1 September 1939, voor het bedoelde pakhuis de daarvoor vastgestelde huurprijs van ƒ 1000,- per jaar moet worden betaald. Nu ik verneem, dat dit bedrag te hoog wordt gevonden, kan ik mij ermede vereenigen, dat terzake het bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April jl. (No.97 L.M.1939) vastgestelde tarief, dat voor bewaring van marktgoederen geldt, dus ƒ 10,- per week, wordt toepasselijk verklaard. Ik geef U mitsdien beleefd in overweging dienovereenkomstig te doen besluiten, gerekend te zijn ingegaan 1 September jl.
Omtrent de lokalen, die de Burgerwacht in gebruik heeft, rapporteerde ik U op 29 Augustus jl. (onder No. 66/21/1 M.). Ook daarvoor behoort mijns inziens een vergoeding [tekst breekt hier af] Het document betreft een administratieve afwikkeling van het gebruik van marktfaciliteiten voor militaire en civiele verdedigingsdoeleinden aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Huisvesting Luchtbescherming: Pakhuisafdeling B 14 op de Centrale Markt is in gebruik genomen door de Luchtbeschermingsdienst (LBD). De benedenverdieping dient voor houtopslag en de bovenverdieping als "modelschuilgelegenheid".
- Huurkwestie: Er is een discussie over de kosten. Waar de afdeling Financiën eerst ƒ 1000,- per jaar eiste, stelt de schrijver voor om dit te verlagen naar het standaardtarief voor marktgoederen: ƒ 10,- per week (wat neerkomt op circa ƒ 520,- per jaar). Dit voorstel wordt gedaan omdat het oorspronkelijke bedrag als te hoog werd ervaren door de betreffende dienst.
- Burgerwacht: Er wordt tevens melding gemaakt van het gebruik van kantoorruimten door de Burgerwacht, waarvoor ook een vergoeding moet worden vastgesteld. De datum van de brief, 6 september 1939, is cruciaal. Dit is slechts vijf dagen nadat Duitsland Polen binnenviel en twee dagen nadat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de oorlog verklaarden aan Duitsland. Hoewel Nederland op dat moment neutraal was, heerste er een staat van mobilisatie.
De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) was een vitale locatie voor de voedselvoorziening. Het feit dat delen hiervan werden opgeëist voor de Luchtbeschermingsdienst (LBD) en de Burgerwacht illustreert hoe de stad zich voorbereidde op mogelijke luchtaanvallen en onrust. De LBD was verantwoordelijk voor de passieve luchtverdediging (schuilplaatsen, verduistering), terwijl de Burgerwacht een vrijwilligerskorps was dat de politie ondersteunde. De ambtelijke toon van de brief toont aan dat zelfs in tijden van acute dreiging de gemeentelijke bureaucratie en financiële verantwoording nauwgezet werden voortgezet.