Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 30 oktober 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens Burgemeester en Wethouders). De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 347 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 30 October 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
№ 96/12/4 M. 1939 31/10 [gestempeld en handgeschreven]
[Handgeschreven paraaf rechtsboven: n.i. Dieze(?) en een tweede onleesbare paraaf]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 16 October j.l. No. 96/12/3 M bericht ik U, dat Burgemeester en Wethouders het standpunt hebben ingenomen, dat het in verband met de buitengewone omstandigheden in gebruik geven van gemeentegebouwen aan vereenigingen, (dus ook aan de Burgerwacht) kosteloos kan geschieden, indien de gemeente daarvoor geen kosten behoeft te maken en evenmin inkomsten derft. Dit is op dit oogenblik ten opzichte van de pakhuizen, waarover U een vraag stelt, niet het geval. Voorloopig kan dus dit standpunt worden ingenomen. Mochten er wel gegadigden komen, dan kan de quaestie nader worden bezien.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening: Kummer(?)]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Model G.A. 6
25.000-1-'39
[Rechtsonder handgeschreven getal: 96] In dit schrijven informeert de verantwoordelijke wethouder de directeur van de Dienst van het Marktwezen over een beleidswijziging betreffende het gebruik van gemeentelijk vastgoed. De kern van de beslissing is dat maatschappelijke organisaties, met name de Burgerwacht, tijdelijk gratis gebruik mogen maken van leegstaande gemeentegebouwen (zoals pakhuizen).
Er worden echter twee strikte voorwaarden gesteld:
1. Het mag de gemeente geen extra geld kosten.
2. De gemeente mag geen huurinkomsten mislopen (er mag geen betalende huurder voor het pand zijn).
De brief hanteert een slag-om-de-arm: zodra er zich een commerciële of betalende gegadigde meldt voor de pakhuizen, zal de "quaestie" (de situatie) opnieuw worden beoordeeld. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("buitengewone omstandigheden", "derft", "gegegadigden"). De datum van het document, 30 oktober 1939, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog twee maanden eerder uitgebroken met de Duitse inval in Polen (1 september 1939). In Nederland was de algehele mobilisatie afgekondigd.
De "buitengewone omstandigheden" waarnaar in de brief wordt verwezen, duiden op deze oorlogsdreiging en de staat van paraatheid. De Burgerwacht was een vrijwilligersorganisatie die de politie en het leger ondersteunde bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid in de steden. Door de mobilisatie was er een grote behoefte aan ruimte voor opslag, kwartiering en training. De gemeente Amsterdam probeerde hieraan tegemoet te komen door ongebruikte panden, zoals pakhuizen die door de stokkende wereldhandel mogelijk leegstonden, beschikbaar te stellen voor de landsverdediging en burgerhulp. Directeur van (De heer) L.M. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie