Archief 745
Inventaris 745-304
Pagina 251
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

28 december 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of de Centrale Markt). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

28 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] ter. Hr. Muller

[Getypt, linksboven:] vP/DV.

[Getypt, links:]
97/1/2 M.
1

[Handgeschreven, midden:] extra

[Getypt, rechts:] 28 December 1939.

[Getypt, links:]
Kwijtschelding huur
bij ziekte van siga-
renfabrikanten.

[Getypt, rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 21 dezer door den secretaris van den Eersten Nederlandschen Bond van Kleinfabrikanten in de sigarenindustrie aan mij gerichten brief. In verband met de zeer tegemoetkomende houding, die wordt ingenomen tegenover deze fabrikanten, die werkplaatsen in de hal op de Centrale Markt voor den prijs van f 2.25 per week hebben gehuurd, lijkt mij inwilliging van dit verzoek niet onredelijk, vooral omdat de meesten dezer huurders in slechte financieele omstandigheden verkeeren. De beantwoording der vraag, of naast de verklaring van de organisatie, nog contrôle op den duur der ziekte dezerzijds noodig is, kan mijns inziens aan de practijk worden overgelaten. Het lijkt mij gewenscht, dat de gevraagde kwijtschelding van huur niet zal gelden voor de eerste twee weken der ongesteldheid, zoodat over die periode de huur, ook bij langdurige ziekte, moet worden doorbetaald.

Ik verzoek U beleefd wel te willen bevorderen, dat ik bij Besluit van Burgemeester en Wethouders tot het verleenen der door adressant gevraagde kwijtschelding word gemachtigd.

De Directeur, Deze brief bevat een beleidsadvies van een directeur aan de bevoegde wethouder (in dit geval de Wethouder voor de Levensmiddelen, die verantwoordelijk was voor de markten). De kern van de zaak is een verzoek van de 'Eersten Nederlandschen Bond van Kleinfabrikanten in de sigarenindustrie'. Zij vragen om een financiële tegemoetkoming voor hun leden die werkplaatsen huren in de Centrale Markthal.

De directeur adviseert positief over het verzoek om huurkwijtschelding bij ziekte, met als belangrijkste redenen:
1. De geringe huurprijs: Het gaat om kleine bedragen (f 2,25 per week).
2. Financiële kwetsbaarheid: De huurders verkeren in een moeilijke financiële positie.
3. Praktische uitvoering: De directeur stelt voor om de controle op de ziekteperiode deels over te laten aan de beroepsorganisatie zelf, maar adviseert een 'eigen risico' van twee weken waarin wel gewoon huur betaald moet worden.

De brief eindigt met het formele verzoek aan de wethouder om een besluit voor te leggen aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om deze regeling officieel te bekrachtigen. Het document dateert van december 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar nog vóór de Duitse inval in Nederland. Dit was de periode van de Mobilisatie, waarin de economie onder druk stond.

De 'Centrale Markt' verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934). Hier waren niet alleen groothandels in levensmiddelen gevestigd, maar ook diverse kleine ambachtelijke werkplaatsen, zoals de hier genoemde sigarenfabrikanten. De sigarenindustrie was indertijd een belangrijke sector voor kleine zelfstandigen en huisindustrie.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke Amsterdamse post (in 1939 bekleed door Florentinus Marinus Wibaut jr. of diens opvolger), belast met de voedselvoorziening en de marktwezen. De brief toont de sociale kant van het gemeentelijk marktbeheer in een tijd van economische onzekerheid. De handgeschreven notitie "extra" en de naam "Muller" (waarschijnlijk een referentie naar de toenmalige secretaris of een ambtenaar belast met de afhandeling) wijzen op de administratieve verwerking binnen het stadhuis.

Samenvatting

Deze brief bevat een beleidsadvies van een directeur aan de bevoegde wethouder (in dit geval de Wethouder voor de Levensmiddelen, die verantwoordelijk was voor de markten). De kern van de zaak is een verzoek van de 'Eersten Nederlandschen Bond van Kleinfabrikanten in de sigarenindustrie'. Zij vragen om een financiële tegemoetkoming voor hun leden die werkplaatsen huren in de Centrale Markthal.

De directeur adviseert positief over het verzoek om huurkwijtschelding bij ziekte, met als belangrijkste redenen:
1. De geringe huurprijs: Het gaat om kleine bedragen (f 2,25 per week).
2. Financiële kwetsbaarheid: De huurders verkeren in een moeilijke financiële positie.
3. Praktische uitvoering: De directeur stelt voor om de controle op de ziekteperiode deels over te laten aan de beroepsorganisatie zelf, maar adviseert een 'eigen risico' van twee weken waarin wel gewoon huur betaald moet worden.

De brief eindigt met het formele verzoek aan de wethouder om een besluit voor te leggen aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om deze regeling officieel te bekrachtigen.

Historische Context

Het document dateert van december 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar nog vóór de Duitse inval in Nederland. Dit was de periode van de Mobilisatie, waarin de economie onder druk stond.

De 'Centrale Markt' verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934). Hier waren niet alleen groothandels in levensmiddelen gevestigd, maar ook diverse kleine ambachtelijke werkplaatsen, zoals de hier genoemde sigarenfabrikanten. De sigarenindustrie was indertijd een belangrijke sector voor kleine zelfstandigen en huisindustrie.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke Amsterdamse post (in 1939 bekleed door Florentinus Marinus Wibaut jr. of diens opvolger), belast met de voedselvoorziening en de marktwezen. De brief toont de sociale kant van het gemeentelijk marktbeheer in een tijd van economische onzekerheid. De handgeschreven notitie "extra" en de naam "Muller" (waarschijnlijk een referentie naar de toenmalige secretaris of een ambtenaar belast met de afhandeling) wijzen op de administratieve verwerking binnen het stadhuis.

Kooplieden in dit dossier 7

A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6