Zakelijke correspondentie (brief)
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief) 24 mei 1939 C. H. Heerding & Zoon N.V. (Import/Export Fruit en Delicatessen, Scheepsprovisiën) Dienst voor het Marktwezen, Amsterdam (t.a.v. de heer C. F. Sixma) [Briefhoofd]
FRUIT EN DELICATESSEN
SCHEEPSPROVISIËN
IMPORT C. H. HEERDING & ZOON N.V. EXPORT
OPGERICHT 1883
WIJDE HEISTEEG 9, HOEK HEERENGRACHT
MAGAZIJN: HEERENGRACHT 397
BANKRELATIE: ASSOCIATIE-CASSA
POST GIRO 110857. GEM. GIRO H 2010
AMSTERDAM-C., 24 Mei 1939.-
TELEFOON 3.3.2.3.2 EN 3.3.7.3.2
[Adresgroep]
Aan den Dienst voor het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam-W
Per attentie den Heer
C. F. SIXMA
[Inhoud]
Mijne Heeren,
In vervolg op ons mondeling onderhoud zend ik U thans de in mijn bezit zijnde correspondentie in afschrift toe. Speciaal vraag ik Uw aandacht voor den door mij aan Financiën gerichten brief van 24 Februari 1938.
U zult dan zien, dat op hetgeen ik als laatste, maar tevens voor mij afdoende middel, heb aan de hand gedaan, nl. het mogelijk maken om ons restitutie over onze verkoopen te verleenen, in het geheel niet wordt ingegaan. Nu is het waar, dat de wet in deze speciale wijze van verleening van "vrijdom van invoerrechten" niet voorziet (het is wellicht juist deze wijze van redactie der betreffende wet, nl. alleen sprekende over vrijdom van invoerrechten en niet ook van restitutie daarvan), maar dan zou ik me zoo graag willen beroepen op de verschillende andere import-lasten, waarvoor ik wél een bevredigende regeling van teruggave heb kunnen verkrijgen.
Nu is mij in Amsterdam op het Oost-Indisch Huis al gezegd, dat - wat ik hier bedoel - namelijk teruggave van monopolie-heffingen en de regeling, die ik tot op 1 October 1938 heb gehad voor de per dien datum voor fruit opgeheven omzetbelasting, waardoor ik ook de bedragen aan bijzonder en compenseerend invoerrecht en omzetbelasting betaald, terugkreeg, hierdoor mogelijk was, omdat het crisis-maatregelen gold, waarbij in de redactie omtrent de bepalingen voor vrijdom wel al direct met de mogelijkheid van teruggave van reeds betaalde rechten is rekening gehouden. Hierin nu schijnt de Tariefwet af te wijken.
En juist daarom, gezien het groote belang van de zaak voor mijn bedrijf breng ik juist deze voor mij zoo ongunstige afwijking onder de aandacht van Uw dienst; wellicht kan Uw invloed het mij mogelijk maken 'n vergunning, al wordt het dan misschien 'n heel speciale, voor restitutie van eenmaal betaalde invoerrechten te verkrijgen.
Voor de omzetbelasting, die voor de geïmporteerde artikelen 4% plus 1% compenseerend, is dus doorgaans 5% over het importbedrag bedroeg, heeft de Rijks-accountantsdienst, na boeken-onderzoek zoowel bij importeurs, als bij mijn leveranciers (grossiers aan de markt dus) als bij mij, vast kunnen stellen het bedrag, dat de betreffende heffing uiteindelijk van mijn verkoopprijzen moest uitmaken. Iets dergelijks moet toch ook voor de geheven invoerrechten mogelijk zijn.
In hoop van harte, dat U deze zaak ter hand kunt nemen - vanzelfsprekend ben ik volkomen tot Uw dienst, waar U dit wenscht.
Hoogachtend,
C.H. HEERDING EN ZOON N.V.
[Marginale notitie / Post Scriptum]
Hoogachtend H. Heerding Jr.
P.S. Zooals ik reeds met U besproken heb, vertrouw ik wel op 'n discrete behandeling, opdat het gesignaleerde euvel zich niet onder al mijn klanten verbreidt. In deze brief beklaagt de firma C.H. Heerding & Zoon N.V. zich over een juridische en financiële kwestie betreffende de restitutie van invoerrechten. De kern van het geschil is dat de toenmalige wetgeving (de Tariefwet) wel voorzag in "vrijdom" (vrijstelling vooraf), maar niet expliciet in "restitutie" (teruggave achteraf) van reeds betaalde invoerrechten op verkochte goederen.
De schrijver voert aan dat dit voor andere belastingen, zoals de omzetbelasting en monopolie-heffingen (gekoppeld aan de crisismaatregelen van de jaren '30), wél mogelijk was via boekenonderzoek door de Rijks-accountantsdienst. Hij verzoekt de Dienst voor het Marktwezen om bemiddeling of een speciale vergunning om eenzelfde werkwijze voor invoerrechten toe te passen.
Het postscriptum in de kantlijn is opmerkelijk: de schrijver vraagt om discretie om te voorkomen dat het "euvel" (waarschijnlijk de administratieve/financiële complicatie of de onzekerheid over de prijzen) bekend wordt bij zijn klantenkring, wat de reputatie of de handelspositie van het bedrijf zou kunnen schaden. De brief dateert van mei 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte nog met de naweeën van de Grote Depressie, wat resulteerde in complexe protectionistische maatregelen zoals de genoemde "monopolie-heffingen" en "crisis-maatregelen".
De geadresseerde locatie, Jan van Galenstraat 14, is het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam (gebouwd in 1934), waar de Dienst voor het Marktwezen was gevestigd. De firma Heerding was een gevestigde naam (opgericht 1883) in de handel van overzeese delicatessen en scheepsproviand, gevestigd in het hart van de Amsterdamse grachtengordel. De verwijzing naar het "Oost-Indisch Huis" duidt op contact met de belastingautoriteiten of douane die daar destijds (deels) gehuisvest waren. C.H. Heerding F. Sixma H. Heerding P.S. Zooals Marktwezen