Handgeschreven conceptbrief (met diverse doorhalingen en correcties).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief (met diverse doorhalingen en correcties). Amsterdam, 17 oktober 1940. Opmerking: Doorgehaalde tekst is weergegeven met een streep. Tekst boven de regel is tussen [ ] geplaatst.
Concept 2 A/7/4M [rood]
MNr 2
Maatregelen inzake aardappelvoorziening.
A’dam 17 Oct. 1940
W. P. A.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. heden om spoedig advies ontvangen stuk no: 750 [h/] 1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik U omtrent de maatregelen, welke worden getroffen [ter bevordering van] ~~voor~~ een goede aardappelvoorziening van Amsterdam, rapporteerde op 13 Sept jl. (onder no: 2 A / 7 / 1 M). De bedoelde maatregelen [I] ~~gaan~~ uit van de Nederlandsche Akkerbouw Centrale te ’s-Gravenhage; de Gemeente heeft hierbij ~~geen andere~~ [mede te werken bij de] taak ~~dan~~ ~~controle~~ op de gestelde voorschriften.
[In de linkermarge bij I:] I, die op 1 Oct jl. in werking zijn getreden,
Vóór ~~deze~~ [de bedoelde] voorschriften in werking traden, werd de aardappelvoorziening van Amsterdam verzorgd door grossiers, die de producten bij de boeren inkochten en ze op de Markt aan den kleinhandel verhandelden. Het ~~aardappel~~verbruik van Dit document is een ambtelijk concept waarin de verschuiving in de Amsterdamse aardappelvoorziening wordt beschreven. De kern van de tekst is de overgang van een vrije marktstructuur naar een gecentraliseerd systeem.
* Van Vrije Markt naar Centralisatie: Voorheen werd de aardappelvoorraad geregeld door grossiers die direct bij boeren inkochten voor de Amsterdamse markt. Vanaf 1 oktober 1940 wordt dit gedirigeerd door de 'Nederlandsche Akkerbouw Centrale' (NAC) in Den Haag.
* Rol van de Gemeente: De rol van de gemeente Amsterdam wordt gereduceerd tot een uitvoerende en controlerende taak. Uit de doorhalingen blijkt een kleine strijd over de formulering: eerst staat er dat de gemeente "geen andere taak" heeft dan controle, wat later wordt verzacht naar "mede te werken bij de controle".
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke archaïsche spelling ("Nederlandsche", "den kleinhandel") en een uiterst formele, ambtelijke toon ("heb ik de eer U te berichten"). Het document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening strak te organiseren via een systeem van 'Rijksbureaus' en centrales (zoals de NAC). Dit was noodzakelijk om schaarste te beheersen, distributie (bonnen) mogelijk te maken en de export naar Duitsland te garanderen. De centralisatie van de aardappelhandel was een cruciale stap in de overgang naar een totale oorlogseconomie, waarbij lokale autonomie van steden als Amsterdam werd ingeperkt ten gunste van nationaal (en door de bezetter gecontroleerd) beleid.