Brief / Ambtelijk rapport
Origineel
Brief / Ambtelijk rapport 9 oktober 1940 Een onbekende functionaris van een controledienst (vermoedelijk gelieerd aan de distributie of landbouwcontrole). 2A/g/2 A'dam 9 Oct. 1940
Den Heer Voorzitter van de
afdeeling Amsterdam van
de V.B.N.A. 7/10 - 1940 [paraaf]
In bijlage dezes heb ik de eer U
een afschrift te doen toekomen van
een op 9 dezer door den controleur
Felthuis van mijn dienst opgemaakt
rapport, waaruit blijkt, dat het
lid P. v. Eymond van Uw organisatie
op vorenstaanden datum, in strijd
met het desbetreffende verbod, Zeeuwsche
bonte aardappelen heeft afgeleverd.
De afgeleverde aardappelen zijn
inmiddels in beslag genomen en
overeenkomstig opdracht van de Ned.
Akkerbouw-Centrale, aan ~~het~~
overgedragen voor opslag.
Ik verzoek U beleefd wel te willen
bevorderen, dat terzake van vorenvermeld * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke formele, ambtelijke stijl met de toen gangbare spelling (bijv. afdeeling, Zeeuwsche, dezer).
* Onderwerp: De brief rapporteert een overtreding door een lid van de V.B.N.A., de heer P. van Eymond. Hij heeft "Zeeuwsche bonte aardappelen" afgeleverd, wat op dat moment verboden was.
* Handhavingsproces: De overtreding is geconstateerd door een controleur genaamd Felthuis. De goederen (de aardappelen) zijn direct in beslag genomen.
* Instellingen: De brief noemt de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale (NAC). Dit was een cruciaal orgaan tijdens de bezetting dat de productie en distributie van akkerbouwproducten reguleerde. Deze brief is gedateerd oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd het distributiestelsel en de centrale aansturing van de voedselvoorziening streng aangetrokken om schaarste te beheersen en de export naar Duitsland te faciliteren.
De Nederlandsche Akkerbouw-Centrale speelde hierin een centrale rol. Het "verbod" waarover gesproken wordt, had waarschijnlijk te maken met het verbod op de vrije handel van specifieke gewassen buiten de officiële kanalen om. De "Zeeuwsche Bonte" was een bekend aardappelras. Het illegaal verhandelen of buiten de Centrale om afleveren van producten werd gezien als een economisch delict en streng aangepakt om de grip op de voedselvoorraad te behouden. De brief stopt abrupt onderaan de pagina, maar diende waarschijnlijk als aanzet tot tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen tegen het genoemde lid.