Archiefdocument
Origineel
24 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instelling te Amsterdam). vdL/HG. [handgeschreven:] extra
2A/11/2 M.
1.
24 October 1940.
Maatregelen voor de
aardappelvoorziening.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
10 October jl. om advies ontvangen stuk no.863 L.M.1940 heb
ik de eer U te berichten, dat ik mij omtrent de voorraad-
vorming van aardappelen nader heb verstaan met de Amster-
damsche Combinatie van groothandelaren in aardappelen
(plaatselijke afdeeling van de V.B.N.A.). Zooals ik U in
mijn brief van 17 October jl. No.2A/7/4 M. reeds berichtte
is er in Amsterdam momenteel een voorraad aardappelen, vol-
doende voor het verbruik van 2 weken, aanwezig. Deze voor-
raad, die blijvend op peil wordt gehouden, is opgeslagen in
allerlei pakhuizen en panden in de stad en voor een deel
ook op de Centrale Markt, in schepen en pakhuizen.
Bovendien zal in de maand November, in opdracht
van de Akkerbouwcentrale, een extra winter-voorraad, hoofd-
zakelijk van Zeeuwsche Bonten en Blauwen, worden aangelegd,
als reserve voor een eventueele vorstperiode. De benoodigde
pakhuisruimte voor dezen extra-opslag is reeds gehuurd, zoo-
dat er geenerlei besprekingen omtrent het eventueel gratis
of op billijke voorwaarden beschikbaar stellen van opslag-
ruimte meer noodig zijn. Ik adviseer U mitsdien deze aange-
legenheid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, De brief is een ambtelijk verslag over de status van de aardappelvoorraad in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De directeur stelt de wethouder gerust: er is momenteel een actieve voorraad voor twee weken, verspreid over diverse locaties in de stad (waaronder de Centrale Markt).
Belangrijker is de aankondiging van een "extra winter-voorraad" die in november aangelegd zal worden in opdracht van de Akkerbouwcentrale. Deze voorraad bestaat uit specifieke rassen (Zeeuwsche Bonten en Blauwen) en dient als buffer voor periodes van vorst, wanneer transport en distributie bemoeilijkt kunnen worden. Omdat de benodigde opslagruimte al is gehuurd, hoeft de wethouder geen verdere actie te ondernemen om opslagruimte te vorderen of te regelen. Dit document dateert van oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd direct een cruciaal punt van beleid. De genoemde Akkerbouwcentrale was een overheidsorgaan dat de productie en distributie van landbouwproducten strak reguleerde, een systeem dat tijdens de bezetting werd geïntensiveerd om schaarste te beheersen.
De focus op aardappelen is logisch, aangezien dit het belangrijkste volksvoedsel was. De "Zeeuwsche Bonten" en "Blauwen" (Eigenheimers) waren destijds veelvoorkomende, robuuste rassen. De brief toont de vroege organisatie van de distributie en de zorg om de stad gedurende de eerste oorlogswinter van voedsel te blijven voorzien. De vermelding van opslag in "schepen en pakhuizen" bij de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) benadrukt de logistieke infrastructuur van de stad in die tijd.