Doorslag van een getypte brief/rapportage.
Origineel
Doorslag van een getypte brief/rapportage. 19 november 1940. Vermoedelijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de Voedselvoorziening (gelet op de initialen en de context). VP/HG.
2A/16/2 M.
1 19 November 1940.
Aardappel-voorraad.
den Heer Wethouder
voor de levensmiddelen,
<u>A l h i e r .</u>
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
18 dezer om spoedig advies ontvangen stuk no. 1041 L.M. 1940
heb ik de eer U te berichten, dat adressante geheel ten on-
rechte in de meening verkeert, dat andere jaren bij groot-
en kleinhandelaren naar schatting 150.000 hl. aardappelen
voorradig was. De voorraad van de ± 20 grossiers bedroeg als
regel gemiddeld niet meer dan 2000 hl. per grossier, dus
totaal ± 40.000 hl.; de kleinhandel (die veelal niet over
voldoende middelen beschikt om voorraden aan te leggen) had,
zeer hoog geschat 20.000 hl., zoodat de voorraad van normale
jaren hoogstens 60.000 hl. bedroeg.
Zooals U bekend is, wordt de aardappelvoorziening
thans in opdracht van de Nederlandsche Akkerbouw Centrale
door den georganiseerden groothandel verzorgd. Terwijl het
verbruik per week in normale tijden op ruim 20.000 hl. wordt
geraamd, is dit thans gesteld op 30.000 hl., omdat men reke-
ning houdt met grooter aardappelverbruik. De georganiseerde
handel moet thans een rouleerenden voorraad voor 2 weken heb-
ben; bovendien is begonnen met het aanleggen van een extra
winteropslag, welke eveneens voor het verbruik van 2 weken
dienen moet. De voorraden, die aldus momenteel reeds bij den
groothandel aanwezig zijn, bedragen, volgens mededeeling van
het Bestuur van de plaatselijke afdeeling der V.B.N.A., ruim
80.000 hl.; welke voorraden binnen enkele weken tot 120.000
hl. zullen worden vergroot.
Bij dit alles komt nog, - zoo deelt voornoemd Be-
stuur mij mede - dat de Nederlandsche Akkerbouw Centrale in
de polders nabij Amsterdam groote hoeveelheden aardappelen
heeft aangekocht, welke in die polders als extra reserve in
geval van uiterste noodzaak, bewaard blijven. In deze brief rapporteert een ambtenaar aan de wethouder over de actuele aardappelvoorraden en de organisatie van de distributie. De kernpunten zijn:
1. Correctie van cijfers: Een eerdere bewering (van "adressante") dat er in normale jaren 150.000 hl op voorraad was, wordt weerlegd. In werkelijkheid was dit slechts circa 60.000 hl.
2. Verhoogde consumptie: Er wordt rekening gehouden met een stijging van het wekelijkse verbruik van 20.000 hl naar 30.000 hl.
3. Voorraadvorming: Om de leveringszekerheid te garanderen, wordt de voorraad bij de groothandel opgevoerd naar 120.000 hl (een vierweekse voorraad: twee weken roulerend en twee weken winterreserve).
4. Noodreserve: Naast de handelsvoorraad houdt de overkoepelende organisatie (NAC) een extra noodreserve aan in polders nabij de stad (waarschijnlijk de Haarlemmermeer of de polders van Amsterdam-Noord/Lansmeer). Het document dateert van november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strak gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties om schaarste te voorkomen en de distributie te beheersen.
De Nederlandsche Akkerbouw Centrale (NAC) speelde hierin een centrale rol; dit was een crisisorganisatie die de teelt en distributie van akkerbouwproducten controleerde. De afkorting V.B.N.A. staat waarschijnlijk voor de Vereniging van Beambten bij de Nederlandsche Akkerbouwcentrale of een verwante handelsorganisatie. De brief toont de bureaucratische inspanningen om paniek of onjuiste beeldvorming over voedseltekorten de kop in te drukken door middel van statistische onderbouwing.