Officieel rapport van de inspectie van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van de inspectie van het Marktwezen Amsterdam. 6 januari 1940 (met aanvullende kantnotities van januari tot maart 1940). [Gedrukt/gestempeld:]
№ 213/3/1 M. 1940 P/T
RAPPORT
[Getypt:]
111
J.Ch. Pedro, oud 41 jaar en wonende Lindengracht 168 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Pedro verklaart, dat hij de laatste tien jaar, hoofdzakelijk in de zomermaanden, met fruit heeft gehandeld. Eenig bewijs hiervoor staat hem echter niet ten dienste. ~~xxxxxx~~ Van 12 November 1934 tot 26 Augustus 1939 is hij vaste standplaatshouder geweest op de dagmarkt de Lindengracht voor de verkoop van visch. Als gevolg van den internationalen toestand is de aanvoer van visch te gering, zoodat Pedro in deze handel zijn brood niet meer kon verdienen. Sedert September handelt hij dan ook in fruit. Vanaf 1 October 1939 heeft hij als kooper toegang tot de Centr: Markt. Voordien heeft hij nimmer toegang gehad. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Amsterdam 6 Januari 1940
Controleur,
[Handtekening: F. Lutmers]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen:]
(Links boven:) Voorgaande 10/1 -40 [Paraaf]
(Links midden:) H. Wolff verklaart dat Pedro van Juli of Augs 1939 af met fruit staat. Voordien heeft hij hem nooit met fruit op de markt aangetroffen.
(Midden onder:) 13-3-40 deller
(Rechts onder:) H. Stroer verklaart zich niet te kunnen herinneren Pedro op de markt met fruit te hebben aangetroffen. 13-3-40 dett
(Onderaan centraal:) Mogelijk stempelen en doorzenden naar den Heer [...] Accoord [Paraaf/Handtekening] Het rapport schetst een beeld van een kleine zelfstandige die door de veranderende geopolitieke situatie (de "internationalen toestand") gedwongen wordt van beroep te veranderen. J.Ch. Pedro was gedurende vijf jaar een visboer op de Lindengrachtmarkt, maar door de oorlogsdreiging en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was de aanvoer van vis nagenoeg stilgevallen.
De kern van het rapport is het onderzoek naar de geloofwaardigheid van Pedro's aanvraag. Hij claimt al tien jaar ervaring te hebben met fruitverkoop in de zomer, maar kan dit niet met documenten staven. De inspectie heeft getuigen opgeroepen (Wolff en Stroer) wier verklaringen de claim van Pedro ondergraven: zij herinneren hem alleen als visboer of hebben hem pas recent (zomer 1939) met fruit gezien. Ook het feit dat hij pas vanaf oktober 1939 officiële toegang kreeg als koper op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), wijst erop dat hij een relatieve nieuwkomer was in de fruithandel. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, had de oorlog op zee al grote gevolgen voor de visserijsector. De schaarste aan producten leidde tot strengere regulering van de markt: niet iedereen mocht zomaar een nieuwe handel beginnen.
De Lindengrachtmarkt in de Amsterdamse Jordaan was destijds een vitale plek voor de voedselvoorziening van de buurt. Dit rapport toont de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee de gemeente Amsterdam toentertijd standplaatsvergunningen beheerde, waarbij verklaringen van andere marktlui werden gebruikt om de waarheid van een aanvraag te toetsen. Het document is een treffend voorbeeld van hoe de vroege oorlogsjaren direct invloed hadden op het dagelijks inkomen van Amsterdamse marktkooplieden.