Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 134
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief (waarschijnlijk een kopie voor het dossier).

27 maart 1940 (verzonden op 28 maart 1940). Van: Onbekend (geïnitieerd door VP/HG, mogelijk een Amsterdamse gemeenteambtenaar). Aan: Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Den Haag.

Origineel

Ambtsbrief (waarschijnlijk een kopie voor het dossier). 27 maart 1940 (verzonden op 28 maart 1940). Onbekend (geïnitieerd door VP/HG, mogelijk een Amsterdamse gemeenteambtenaar). Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Den Haag. [Rechtsboven handgeschreven:] M. Paverse [?]

[Linksboven getypt:] VP/HG.

[Links onder initials:] 2B/18/1 M.

[Midden boven handgeschreven:] Verzonden 28/3-'40

[Rechtsboven getypt:] 27 Maart 1940.

den Heer Directeur van de
Nederlandsche Groenten- en Fruit-
centrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
' s - G r a v e n h a g e .

Hiermede heb ik de eer Uw aandacht te vragen voor
het navolgende. Mevrouw A.J.Lamberts-de Jong, geboren 7 Januari
1899 en wonende Frederik Hendrikstraat 137 hs alhier, heeft
een aanvrage ingediend om een erkenning als kleinhandelaarster
in fruit.

Haar bedoeling is, om voor eigen rekening een delica-
tessenzaak te beginnen in de Frederik Hendrikstraat ter hoogte
van het Hugo de Grootplein alhier. Hoewel deze zaak hoofdzake-
lijk zal worden ingericht voor den verkoop van biscuit en choco-
ladeartikelen, wil zij daar toch tevens, zij het als een bij-
komstig artikel, fruit gaan verkoopen. Zij is eenige jaren,
tot 1925, als verkoopster werkzaam geweest in een groenten- en
fruitzaak, later delicatessenzaak, van haar moeder en heeft
zich hierdoor de kennis van het fruit eigen gemaakt. In 1925 is
zij gehuwd. Haar man was groothandelaar in bovengenoemd bedrijf
en begon, naast de grossierderij, een kleinhandelszaak met deze
artikelen. Deze zaak, welke eerst gevestigd was in de Kinker-
straat en daarna op den Kloveniersburgwal, heeft bestaan van
1932 tot 1936 en werd geheel door Mevrouw Lamberts gedreven.
Haar man kocht het fruit, dat zij daar verhandelde, zelf op de
veilingen en daardoor heeft zij nimmer toegang gehad tot de
Centrale Markt. Deze brief dient als een getuigschrift of onderbouwing voor een officiële aanvraag van een ondernemer. In de jaren '30 en '40 was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd via diverse brancheorganisaties en centrale overheden (zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale). Om als kleinhandelaar erkend te worden, moest men vakbekwaamheid en ervaring kunnen aantonen.

De brief schetst een gedetailleerd beeld van de werkervaring van Mevrouw Lamberts-de Jong. Er wordt benadrukt dat zij weliswaar ervaren is in de handel (via haar moeder en haar man), maar specifiek wordt vermeld dat zij "nimmer toegang heeft gehad tot de Centrale Markt." Dit is een cruciaal detail voor de Centrale in Den Haag om te bepalen of zij over de juiste papieren beschikt om zelfstandig in te kopen of dat zij enkel als wederverkoper van een grossier fungeerde. De brief is gedateerd op 27 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde straten (Frederik Hendrikstraat, Kinkerstraat, Kloveniersburgwal) bevinden zich in Amsterdam. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een half-overheidsorgaan dat tijdens de economische crisis van de jaren '30 werd opgericht om de handel in groenten en fruit te ordenen en te controleren.

In deze periode was het voor vrouwen niet ongebruikelijk om een eigen zaak te runnen, maar vaak werd dit in de officiële documentatie gekoppeld aan de ervaring die zij opdeden in de zaken van hun ouders of echtgenoten. De brief illustreert de bureaucratische weg die een kleine zelfstandige moest bewandelen om een gemengde winkel (delicatessen en fruit) te mogen openen.

Samenvatting

Deze brief dient als een getuigschrift of onderbouwing voor een officiële aanvraag van een ondernemer. In de jaren '30 en '40 was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd via diverse brancheorganisaties en centrale overheden (zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale). Om als kleinhandelaar erkend te worden, moest men vakbekwaamheid en ervaring kunnen aantonen.

De brief schetst een gedetailleerd beeld van de werkervaring van Mevrouw Lamberts-de Jong. Er wordt benadrukt dat zij weliswaar ervaren is in de handel (via haar moeder en haar man), maar specifiek wordt vermeld dat zij "nimmer toegang heeft gehad tot de Centrale Markt." Dit is een cruciaal detail voor de Centrale in Den Haag om te bepalen of zij over de juiste papieren beschikt om zelfstandig in te kopen of dat zij enkel als wederverkoper van een grossier fungeerde.

Historische Context

De brief is gedateerd op 27 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde straten (Frederik Hendrikstraat, Kinkerstraat, Kloveniersburgwal) bevinden zich in Amsterdam. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een half-overheidsorgaan dat tijdens de economische crisis van de jaren '30 werd opgericht om de handel in groenten en fruit te ordenen en te controleren.

In deze periode was het voor vrouwen niet ongebruikelijk om een eigen zaak te runnen, maar vaak werd dit in de officiële documentatie gekoppeld aan de ervaring die zij opdeden in de zaken van hun ouders of echtgenoten. De brief illustreert de bureaucratische weg die een kleine zelfstandige moest bewandelen om een gemengde winkel (delicatessen en fruit) te mogen openen.

Gerelateerde Documenten 6