Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 14 februari 1940. De Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (ondertekend door w.g. Keulemans). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen, Amsterdam. $\text{No.} 2^B / 19 / 1 \text{ M } 1940$
~~No. 18/14/1 M. 1940 20/2~~ AFSCHRIFT.
No. 62/143 L.M. 1939
GEMEENTELIJKE BUREAU VOOR Amsterdam, 14 Februari 1940.
MAATSCHAPPELIJKEN STEUN.
Aan den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch- en Schoon-
maak, Bad- en Zweminrichtingen,
Raadhuis,
Amsterdam-Centrum.
In antwoord op Uw brief No. 62/143 1939 Afd. L.M. van 5
December 1939 deel ik U mede, dat M. Querido, wonende Louis Botha-
straat 4 III, alhier van plan is met fruit te gaan venten. Hij heeft
in verband daarmede een "erkenningskaart" aangevraagd. Op deze aan-
vraag is tot dusverre nog geen beslissing genomen; zonder bedoelde
kaart kan betrokkene met den handel in fruit niet voldoende verdienen
om in het gezinsonderhoud te voorzien. Hij heeft daarom zijn vent-
vergunning nog niet afgehaald.
Het gezin Querido, bestaande uit man, vrouw en 5 jonge
kinderen, ontvangt thans ondersteuning van dezen Dienst.
De Directeur voor Maatschappelijken
Steun,
w.g. Keulemans.
Handgeschreven onderaan:
Stukken retour naar
Raadhuis
20/3-'40 [paraaf] Dit document is een ambtelijke correspondentie die inzicht geeft in de sociale bijstand en de regelgeving rondom straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de zaak is de poging van de heer M. Querido om uit de armoede te komen door als fruitventer aan de slag te gaan. Er is echter sprake van een bureaucratische hindernis: hij heeft een "erkenningskaart" nodig om rendabel te kunnen werken, maar de beslissing daarover laat op zich wachten. Omdat hij zonder deze kaart niet genoeg kan verdienen om zijn grote gezin (zeven personen in totaal) te onderhouden, heeft hij zijn basis-ventvergunning nog niet durven verzilveren.
De brief dient om de wethouder te informeren over de status van dit dossier, aangezien het gezin op dat moment volledig afhankelijk is van de "Maatschappelijken Steun" (de toenmalige sociale dienst). De handgeschreven notitie onderaan geeft aan dat de documenten op 20 maart 1940 zijn geretourneerd naar het stadhuis. De datum van de brief, 14 februari 1940, is historisch saillant. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de dreiging van de oorlog was voelbaar en de economische omstandigheden waren zwaar. Voor veel arme Amsterdammers was "venten" (straatverkoop) een van de weinige manieren om een zelfstandig inkomen te genereren.
De naam "Querido" is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Gecombineerd met het adres in de Louis Bothastraat (in de Amsterdamse Transvaalbuurt, die destijds een grote Joodse populatie kende), is het zeer waarschijnlijk dat het hier om een Joods gezin gaat. Dit geeft het document een extra tragische lading; slechts drie maanden na deze correspondentie zou de Duitse bezetting beginnen, wat voor Joodse gezinnen in de bijstand en de straathandel al snel zou leiden tot uitsluiting, vervolging en deportatie. De vijf jonge kinderen waarover gesproken wordt, liepen in de jaren die volgden een extreem hoog risico. M. Querido Stadhuis